<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:4350</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-28T08:32:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/414623 / HA ZA 23-523 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4350">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4350</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-27T09:40:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4350 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-06-2024 / C/02/414623 / HA ZA 23-523 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4350:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Werk wordt als opgeleverd beschouwd. Eindfactuur onbetaald gelaten. Terecht beroep op opschorting en verrekening met geleden schade.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4350:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">ECHTBANK Zeeland-West-Brabant</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/414623 / HA ZA 23-523</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 26 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [B.V. 1]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>verwerende partij in (voorwaardelijke) reconventie</para>
      <para>hierna te noemen: [B.V. 1] ,</para>
      <para>advocaat: mr. R. van den Berg Jeths,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [B.V. 2]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [B.V. 2] ,</para>
      <para>advocaat: mr. P.A.J. Huijbregts.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para> –	het tussenvonnis van 17 januari 2024 en de daarin genoemde stukken,</para>
        <para> –	de conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie met productie 36,</para>
        <para> –	de akte inbrengen producties 26 tot en met 28 tevens houdende wijziging van eis 	van de zijde van [B.V. 2] ,</para>
        <para> –	de akte inbrengen producties 37 tot en met 43 tevens houdende reactie op de 	wijziging van eis van de zijde van [B.V. 1] ,</para>
        <para> –	de nagezonden productie 41 van de zijde van [B.V. 1] ,</para>
        <para> –	de mondelinge behandeling van 14 mei 2024, waarvan door de griffier </para>
        <para>	aantekeningen zijn gemaakt,</para>
        <para> –	de spreekaantekeningen van mr. I.C.A. Franken namens [B.V. 2] , zoals deze zijn </para>
        <para>	overgelegd en voorgedragen op de mondelinge behandeling.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [B.V. 1] richt zich op interieurbouw en realiseert maatwerk meubilair voor 	bedrijven, instellingen en particuliere projecten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [B.V. 2] richt zich binnen de [B.V. 3] , waarvan zij 	onderdeel uitmaakt, onder andere op het (laten) ontwikkelen en realiseren van 	bouwplannen en het in dat kader (laten) uitvoeren van (ver)bouwwerkzaamheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B.V. 2] heeft, onder meer, een nieuw hoofdkantoor voor [B.V. 3] in [plaats 2] laten realiseren (hierna: het nieuwbouwpand). 	Het nieuwbouwpand moest volledig worden ingericht, voor het overgrote deel met </para>
        <para>	geheel op maat gemaakt meubilair (hierna: het interieurproject). In het </para>
        <para>	nieuwbouwpand zouden, onder meer, kantoren, een restaurant en een bar worden </para>
        <para>	gevestigd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [B.V. 2] heeft Studio Kragt ingeschakeld om een interieur ontwerp, meer 	specifiek, het ontwerp van maatwerk meubilair ten behoeve van het interieurproject 	te maken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B.V. 2] heeft met [B.V. 1] een overeenkomst gesloten voor het uitvoeren </para>
        <para>	van het interieurproject, meer specifiek de levering en de montage van maatwerk </para>
        <para>	meubilair (hierna: de projectovereenkomst). Partijen zijn daarvoor een prijs van </para>
        <para>	€ 1.135.592,97 (ex btw) overeengekomen. Partijen hebben afgesproken dat de 	prijs in 4 termijnen wordt betaald; de 4e termijn (de slottermijn, zijnde 10% van de 	prijs) ná oplevering van het werk.   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B.V. 1] heeft vanaf december 2022 ten behoeve van het interieurproject 	maatwerk meubilair geleverd en gemonteerd. De afspraak tussen partijen was dat 	het werk in week 10 van 2023 (10 maart 2023) afgerond en opgeleverd zou zijn. 	Partijen hebben in onderling overleg deze datum verschoven naar week 12 (24 </para>
        <para>	maart 2023).   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 30 maart 2023 heeft [B.V. 2] [B.V. 1] – voor zover van belang – als 	volgt bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	“(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Nadat de interieurdelen geplaatst waren, bleek dat enkele onderdelen niet voldeden. Het 	betreft de volgende punten.  </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	-   Het fineer op alle wandhoge kasten is door ons afgekeurd door het kleurverschil en het </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">                   niet doorlopen van de nerfstructuur.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	-   Het fineer op alle tafels en bladen op de 1e t/m de 4e verdieping rondom het pantrymeubel </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">                   bij de lift is door ons afgekeurd door kleurverschil en het niet doorlopen van de </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">                   nerfstructuur.   </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	-   De calacatta van het middelste deel van de uitgiftebalie bij het restaurant op de begane </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">                  grond is gebroken.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	-   De calacatta van de 3 ronde uitgiftebalies op de begane grond bij het restaurant is </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">                  gebroken.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	- Tijdens de oplevering zijn er diverse wijzigingen en zaken aangegeven welke aangepast </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">  	   dienen te worden. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Tijdens de daaropvolgende bouwvergaderingen/oplevering hebben wij herhaaldelijk 	aangegeven dat bovenstaande punten uiterlijk in week 10 moeten zijn gerealiseerd. Dit is 	door [B.V. 1] ook erkend. (…).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Hierbij verzoeken, en voor zover nodig sommeren, wij [B.V. 1] om ervoor 	zorg te dragen dat voornoemde punten uiterlijk op 14 april aanstaande zijn verwezenlijkt. 	Mocht niet binnen de gestelde termijn zijn voldaan aan voorgaand verzoek, dan achten wij 	ons vrij de werkzaamheden door een derde te laten uitvoeren en de kosten daarvan op 	[B.V. 1] te verhalen”. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>In de daarop volgende periode hebben partijen meerdere malen met elkaar </para>
        <para>	gesproken en gecorrespondeerd over het werk van [B.V. 1] , dat volgens	[B.V. 2] gebreken vertoonde. Op 12 april 2023 zond [B.V. 2] aan 	[B.V. 1] een excellijst met punten en acties die [B.V. 1] volgens [B.V. 2] 	nog zou moeten oppakken. Daarover is tussen partijen een discussie ontstaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 14 april 2023 heeft [B.V. 2] [B.V. 1] – voor zover van belang – het  	volgende bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Afgelopen week hebben er meerdere contactmomenten plaatsgevonden, zowel fysiek in het 	nieuwbouwpand als telefonisch (…).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	U heeft vandaag telefonisch aangegeven dat u niet kunt voldoen aan het verzoek (…) om de 	geplaatste meubels netjes op te leveren, voor onze opening op 28 april 2023 (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Voor de volledigheid en duidelijkheid som ik hieronder deze alternatieve optie op zodat daar 	geen misverstanden over kunnen ontstaan:</emphasis>
        </para>
        <para>1. <emphasis role="italic">Het herstel van de geplaatste wandmeubels wordt door [B.V. 2] uitbesteed aan een andere partij, in ruil hiervoor ontvangen wij de credit van 60k;</emphasis></para>
        <para>2. <emphasis role="italic">[B.V. 1] draagt alsnog zorg voor de volgende werkzaamheden en voert deze uit voor de deadline van 28 april:</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">1. Leveren van de zitbanken bij de kleedruimtes (8 stuks);</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2. Omkaderingskasten entree personeel (3 stuks);</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">3. Bankjes doucheruimte beneden (2 stuks);</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">4. Calacatta restaurant (tafels en werkblad);</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">5. Calacatta 4e etage balie directe secretariaat (hier is een stuk uit);</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">6. Pui van de keuken, het deel wat open kan sluit niet;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Als voldaan is aan bovenstaande 2 hoofdpunten, zal [B.V. 2] de resterende 	facturen 	betalen aan [B.V. 1] (dit betreft de opleverfactuur van 10% van de hoofdsom en de 	meerwerkfactuur)”. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Op 15 april 2023 heeft [B.V. 2] [bedrijf] opdracht gegeven om	herstelwerkzaamheden aan de door [B.V. 1] geleverde en gemonteerde 	wandmeubels uit te voeren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 18 april 2023 heeft [B.V. 2] [B.V. 1] gevraagd naar de stand van zaken </para>
        <para>	met betrekking tot de in haar bericht van 14 april 2023 genoemde punten en 	aangekondigd dat [B.V. 1] een opleverrapport zal ontvangen met punten, 	waarvan [B.V. 2] wil dat deze voor de opening van het nieuwbouwpand hersteld 	zijn. Dat rapport heeft [B.V. 1] diezelfde dag per e-mail ontvangen. Op het </para>
        <para>	rapport stonden 166 punten die volgens [B.V. 2] nog open stonden c.q. door </para>
        <para>	[B.V. 1] nog hersteld moesten worden. Tussen partijen heeft daarop een </para>
        <para>	bespreking plaatsgevonden.      </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 24 april 2023 heeft [B.V. 2] naar aanleiding van de bespreking tussen 	partijen [B.V. 1] – voor zover van belang – het volgende bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Hierbij nog even puntsgewijs de gespreksonderwerpen van afgelopen vrijdag:</emphasis>
        </para>
        <para> <emphasis role="italic">[B.V. 1] is bezig om de punten uit de opleverinspectie na te lopen;</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">Woensdag 26-04 lopen we een gezamenlijke opleverronde, er zijn 3 mogelijkheden:</emphasis></para>
        <para>o <emphasis role="italic">Het punt is hersteld en kan afgevinkt worden;</emphasis></para>
        <para>o <emphasis role="italic">Het punt blijft open staan, [B.V. 1] erkent dat het hersteld moet worden;</emphasis></para>
        <para>o <emphasis role="italic">[B.V. 2] reclameert echter [B.V. 1] geeft aan niets meer aan te passen (zoals bv. de plaatsing van de bar en de kleurverschillen).</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">Donderdag 27-04 kunnen we dan de balans opmaken en zal ik namens [B.V. 2] een standpunt innemen m.b.t. de verdere afhandeling”.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 26 april 2023 hebben partijen het werk van [B.V. 1] in het nieuwbouwpand </para>
        <para>	gezamenlijk bekeken. Diezelfde dag heeft [B.V. 2] [B.V. 1] – voor zover van </para>
        <para>	belang – het volgende bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Vandaag hebben we wederom samen gezeten, naar verwachting zijn vrijdag een groot 	aantal punten van de opleverlijst opgelost echter helaas nog een flink aantal zaken nog niet 	conform afspraak.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Ik zal zoals afgesproken formeel stelling nemen vanuit [B.V. 2] , enkele zaken die hierbij 	zal benoemen:</emphasis>
        </para>
        <para>1. <emphasis role="italic">Te late oplevering, hierdoor noodgedwongen werkzaamheden moeten uitbesteden aan [bedrijf] ;</emphasis></para>
        <para>2. <emphasis role="italic">Calacatta nog altijd niet in orde, vandaag wederom gebroken. De oplossing die jullie voorstellen is niet conform afspraak (uit 2 delen ipv 1 deel) en komt tevens te laat;</emphasis></para>
        <para>3. <emphasis role="italic">De bar staat niet op de overeengekomen plek en het boven deel hangt uit verband;</emphasis></para>
        <para>4. <emphasis role="italic">(…)</emphasis></para>
        <para>5. <emphasis role="italic">Eventuele punten die niet conform lijst vandaag opgeleverd kunnen worden”.</emphasis></para>
        <para>
          [B.V. 2] heeft [B.V. 1] daarop voorgesteld om een bedrag van € 60.000,- te 	crediteren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Op 1 mei 2023 heeft [B.V. 1] een factuur voor de 4e termijn (de slottermijn, 	hierna: eindfactuur) van € 137.406,75 (incl. btw) aan [B.V. 2] toegezonden. [B.V. 2] heeft deze factuur deels onbetaald gelaten.    </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 2 mei 2023 ontving [B.V. 1] het eerder (op 18 april 2023) door [B.V. 2] </para>
        <para>	aan haar toegezonden rapport. [B.V. 2] had daarop aangegeven welke punten </para>
        <para>	volgens haar afgerond waren en welke punten nog door [B.V. 1] opgepakt </para>
        <para>	moesten worden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>Op 5 mei 2023 heeft [B.V. 2] [B.V. 1] aansprakelijk gesteld voor schade die 	zij zou hebben geleden of nog zou lijden doordat [B.V. 1] ondeugdelijk werk zou 	hebben verricht. Daarbij heeft [B.V. 2] te kennen gegeven dat zij haar 	betalingsverplichting tegenover [B.V. 1] opschort en het verschuldigde zal 	verrekenen met de door haar geleden schade.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <para>
        [B.V. 1] is, ondanks een sommatie daartoe, niet tot de door [B.V. 2] genoemde herstelwerkzaamheden overgegaan. [B.V. 2] is, ondanks een sommatie daartoe, niet tot volledige betaling van de eindfactuur van [B.V. 1] overgegaan. Partijen hebben geprobeerd om hun geschil in der minne op te lossen, maar zijn daarin niet geslaagd.    </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B.V. 1] vordert, samengevat, [B.V. 2] te veroordelen tot betaling van </para>
        <para>	€ 111.688,31, vermeerderd rente en kosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B.V. 1] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij het afgesproken maatwerk 	meubilair heeft geleverd en gemonteerd, dat zij daarvoor meerdere facturen aan [B.V. 2]</para>
        <para> heeft toegezonden, waarvan [B.V. 2] de eindfactuur ten onrechte tot een </para>
        <para>	bedrag van € 107.406,75 (incl. btw) onbetaald heeft gelaten. De betalingstermijn 	van deze factuur bedraagt 30 dagen. [B.V. 2] is daarom vanaf 1 juni 2023 de </para>
        <para>	wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het openstaande 	bedrag verschuldigd. Per datum dagvaarding heeft zij daarom opeisbaar van Van </para>
        <para>	Mossel te vorderen een bedrag van € 111.688,31 (incl. btw). Daarnaast is [B.V. 2] de buitengerechtelijke incassokosten aan haar verschuldigd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B.V. 2] voert verweer tegen de vordering en concludeert tot afwijzing van de </para>
        <para>	vordering, met veroordeling van [B.V. 1] in de kosten, vermeerderd met rente. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna bij de beoordeling, voor zover nodig, </para>
        <para>	nader ingegaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in (voorwaardelijke) reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Na wijziging van eis vordert [B.V. 2] onder de voorwaarde dat de vordering van </para>
        <para>	[B.V. 1] wordt afgewezen of het beroep op verrekening van [B.V. 2] niet </para>
        <para>	slaagt, samengevat:</para>
        <para>	[B.V. 1] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 137.158,43, </para>
        <para>	vermeerderd met rente en kosten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	Indien het beroep van [B.V. 2] op verrekening wèl slaagt, vordert [B.V. 2] , </para>
        <para>	samengevat:</para>
        <para>	[B.V. 1] te veroordelen tot betaling van hetgeen zij na verrekening van de schade 	nog aan schadevergoeding aan [B.V. 2] verschuldigd is, vermeerderd met rente 	en kosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B.V. 2] legt aan haar vordering tot schadevergoeding ten grondslag dat 	[B.V. 1] haar verbintenissen uit de projectovereenkomst niet is nagekomen. 	[B.V. 1] heeft ondeugdelijk werk verricht en verkeert ter zake in verzuim. Door 	het tekortschietend handelen van [B.V. 1] heeft zij schade geleden, die 	[B.V. 1] aan haar moet vergoeden. De schade bestaat uit de navolgende posten </para>
        <para>	(ex btw): </para>
        <para>	- € 21.500,- voor het vervangen van het Calacatta uitgifteblad bij het restaurant,</para>
        <para>	- € 58.000,- voor het verplaatsen van de bar met bijbehorend hangelement,</para>
        <para>	- € 6.283,83,- voor het vervangen van de Marazzi bladen op de keukeneilanden,</para>
        <para>	- € 10.160,- voor, onder meer, demontage/hermontage apparatuur,</para>
        <para>	- € 22.386,- voor het vervangen van de pui c.q. het uitgifteluik bij het restaurant.</para>
        <para>	[B.V. 2] stelt dat na verrekening van het door [B.V. 1] gevorderde </para>
        <para>	factuurbedrag van € 107.406,75 met de door haar geleden schade, [B.V. 1] nog </para>
        <para>	een bedrag aan haar is verschuldigd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B.V. 1] voert verweer tegen de vorderingen en concludeert tot niet 	ontvankelijkheid dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van </para>
        <para>	[B.V. 2] in de kosten, vermeerderd met rente.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna bij de beoordeling, voor zover nodig, 	nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vorderingen in conventie en in reconventie worden vanwege hun nauwe 	samenhang gezamenlijk beoordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Tussen partijen staat niet ter discussie dat [B.V. 1] op grond van de 	projectovereenkomst maatwerk meubilair heeft geleverd en gemonteerd, dat zij in 	verband daarmee de eindfactuur van € 137.406,75 (incl. btw) aan [B.V. 2] 	heeft toegezonden en dat [B.V. 2] die factuur tot een bedrag van € 107.406,75 	onbetaald heeft gelaten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">oplevering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B.V. 2] betwist op zichzelf niet dat zij de eindfactuur als tegenprestatie voor het 	afgesproken werk aan [B.V. 1] moet voldoen, maar – zo stelt zij – zij is de 	slottermijn nog niet verschuldigd, omdat het werk nog niet aan haar is opgeleverd.</para>
        <para>	[B.V. 1] heeft dat betwist.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan het betoog van [B.V. 2] dat het werk nog </para>
        <para>	niet aan haar is opgeleverd, niet slagen. Niet ter discussie staat dat [B.V. 1] na 	de sommatiebrief van [B.V. 2] van 30 maart 2023 doende is geweest om door </para>
        <para>	[B.V. 2] aangegeven punten te verhelpen, dat partijen op een gegeven moment 	in een impasse zijn geraakt, omdat [B.V. 1] zich op grond van de 	projectovereenkomst niet (langer) gehouden achtte door [B.V. 2] aangegeven 	punten op te lossen, en dat partijen toen, om uit de impasse te geraken, hebben 	afgesproken om op 26 april 2023 een gezamenlijke opleverronde te doen. Ten 	behoeve daarvan heeft [B.V. 2] een opleverrapport gemaakt met hierin – zo stelt 	zij – een overzicht van alle openstaande punten en gebreken op dat moment. Dit 	rapport heeft zij op 18 april 2023 aan [B.V. 1] toegezonden. Het was de 	bedoeling dat na de gezamenlijke opleverronde de balans zou worden opgemaakt, 	zo volgt uit het bericht van [B.V. 2] aan [B.V. 1] van 24 april 2023. De 	oplevering dient er bij uitstek voor om vast te stellen in hoeverre (nog) gebreken 	aanwezig zijn en voorts om vast te stellen of die gebreken zuivere 	opleveringspunten zijn of zodanig ernstig zijn dat daaraan een oplevering in de weg 	staat. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [B.V. 2] onvoldoende	gemotiveerd gesteld dat op 26 april 2023 sprake was van zodanig ernstige </para>
        <para>	opleveringspunten dat het werk niet kon worden opgeleverd. Aangenomen wordt </para>
        <para>	daarom dat het werk op 26 april 2023 is opgeleverd. [B.V. 2] heeft de	eindfactuur ook deels betaald. Bovendien – zo staat tussen partijen niet ter discussie </para>
        <para>	– heeft [B.V. 3] het nieuwbouwpand in gebruik 	genomen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Nu vast is komen te staan dat het werk is opgeleverd, staat ook vast dat [B.V. 2] </para>
        <para>	gehouden was de eindfactuur van 1 mei 2023 geheel te voldoen. [B.V. 2] 	beroept zich ter zake op verrekening vanwege – zo stelt zij – door [B.V. 1] </para>
        <para>	veroorzaakte schade. Dit brengt met zich dat, behoudens het hierna nog te bespreken </para>
        <para>	beroep op verrekening, de vordering van [B.V. 1] tot een bedrag van </para>
        <para>	€ 107.406,75 in beginsel toewijsbaar is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B.V. 2] verwijt [B.V. 1] – kort en zakelijk weergegeven – het volgende:</para>
        <para>	- het Calacatta uitgifteblad bij het restaurant heeft drie deelnaden, in plaats van één </para>
        <para>               deelnaad, en de patronen in het marmer lopen niet door,	</para>
        <para>	- de bar met bijbehorend hangelement zijn niet symmetrisch boven elkaar geplaatst,</para>
        <para>	- de Marazzi-bladen op de keukeneilanden bestaan niet uit één stuk en de patronen </para>
        <para>	  in de platen lopen niet door,</para>
        <para>	- de pui c.q. het uitgifteluik bij het restaurant kan niet elektrisch gesloten worden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">het Calacatta (marmer) uitgifteblad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Niet ter discussie staat dat partijen zijn overeengekomen dat het uitgifteblad uit twee 	marmeren delen zou bestaan, waardoor er maar één deelnaad te zien zou zijn. Ook is niet in geschil dat [B.V. 1] heeft geleverd en gemonteerd een uitgifteblad bestaande uit vier marmeren delen, waardoor er drie deelnaden te zien zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B.V. 1] stelt dat haar ter zake geen verwijt kan worden gemaakt. Zij voert 	daartoe aan dat de bladen steeds braken door het aantal noodzakelijk daarin </para>
        <para>	aan te brengen sparingen. Er moest daarom naar een andere oplossing worden  	gezocht. Een uitgifteblad bestaande uit meerdere delen was de beste oplossing. In </para>
        <para>	overleg met [B.V. 2] heeft zij daarom een uitgifteblad bestaande uit vier delen </para>
        <para>	geleverd en gemonteerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat [B.V. 1] op dit punt is tekortgeschoten. Dat het </para>
        <para>	volgens [B.V. 1] niet mogelijk was om het uitgifteblad uit slechts twee delen te </para>
        <para>	laten bestaan, neemt niet weg dat partijen dat wèl zijn overeengekomen. Niet kan 	worden aangenomen dat [B.V. 2] het gemonteerde uitgifteblad bestaande uit </para>
        <para>	vier delen heeft geaccepteerd. [B.V. 2] heeft in dit kader aangevoerd dat </para>
        <para>	[B.V. 1] haar te kennen had gegeven dat het niet anders kon, dat zij daardoor 	voor een voldongen feit stond, terwijl de opening van het nieuwbouwpand naderde 	en dat zij daarom heeft ingestemd met de montage van het uitgifteblad. [B.V. 1] 	heeft dit niet weersproken. Geconcludeerd wordt daarom dat [B.V. 2] niet 	geleverd heeft gekregen hetgeen partijen zijn overeengekomen. De 	tekortkoming kan aan [B.V. 1] worden toegerekend. Voorts staat als niet </para>
        <para>	weersproken vast dat [B.V. 1] ter zake in verzuim verkeert. [B.V. 1] is 	daarom schadeplichtig tegenover [B.V. 2] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter onderbouwing van haar stelling dat met het herstel c.q. het vervangen van het </para>
        <para>uitgifteblad (zonder de bijkomende werkzaamheden) een bedrag van € 21.500,- is gemoeid, verwijst [B.V. 2] naar de door haar overgelegde offerte van [bedrijf] . De stelling van [B.V. 1] dat het bedrag onredelijk hoog is, wordt als onvoldoende gemotiveerd verworpen. Daarvoor is niet voldoende de enkele stelling van [B.V. 1] dat het gehele meubel € 34.000,- kost. Temeer, omdat juist het </para>
        <para>	uitgifteblad van het meubel van een zeer kostbaar materiaal is gemaakt. De aanname </para>
        <para>	dat [bedrijf] het bedrag niet objectief heeft bepaald, vindt geen steun in de feiten. </para>
        <para>	Het gevorderde 	schadebedrag van € 21.500,- komt daarom voor toewijzing in </para>
        <para>	aanmerking.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <parablock>
        <para>Niet weersproken is dat vervanging van het uitgifteblad met zich brengt dat de </para>
        <para>	daarin verwerkte apparatuur moet worden losgemaakt en na vervanging van het blad </para>
        <para>	moet worden herplaatst. Uit de offerte van [bedrijf] kan worden afgeleid dat de </para>
        <para>	daarmee gemoeide kosten € 900,- bedragen. Ook dit bedrag komt daarom voor 	toewijzing in aanmerking.          	</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">de bar met bijbehorend hangelement</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Niet ter discussie staat dat volgens de overeengekomen ontwerptekening de bar met 	bijbehorend hangelement zich symmetrisch ten opzichte van elkaar (recht boven elkaar) moesten bevinden en dat daarvan geen sprake is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B.V. 1] stelt dat haar ter zake geen verwijt kan worden gemaakt. Volgens </para>
        <para>	[B.V. 1] gaf [B.V. 2] op een gegeven moment aan dat zij, in afwijking van de 	ontwerptekening, de bar gedraaid wilde hebben. Op dat moment waren de 	luchtkanalen en het leidingwerk door derden al aangelegd. Omdat [B.V. 2] 	hierin geen wijzigingen wilde aanbrengen, is bekeken wat gegeven de situatie </para>
        <para>mogelijk zou zijn. Dit heeft zij middels het aanbrengen van een mal op de vloer, 	waarbij werd uitgelaserd naar het plafond, aan [B.V. 2] laten zien. De bar met 	bijbehorend hangelement is op de door [B.V. 2] akkoord bevonden locatie 	geplaatst. Door de wijziging en de werkzaamheden die reeds door derden waren verricht, zijn de bar en het hangelement niet recht boven elkaar komen te hangen. Dit kan [B.V. 1] niet worden verweten.    </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat [B.V. 1] op dit punt niet is tekortgeschoten. Zo </para>
        <para>	is niet weersproken dat [B.V. 2] is afgeweken van de overeengekomen	ontwerptekening voor wat betreft de locatie van de bar. [B.V. 1] heeft 	aannemelijk gemaakt dat zij zich, in de gewijzigde omstandigheden, waarin zij werd 	beperkt door de inmiddels aangelegde luchtkanalen en het leidingwerk, voldoende </para>
        <para>	heeft ingespannen om het overeengekomen ontwerp zo dicht mogelijk te benaderen. </para>
        <para>	Dat de bar en het bijbehorend hangelement zich niet volledig symmetrisch ten 	opzichte van elkaar bevinden, levert in de gegeven omstandigheden daarom geen </para>
        <para>	tekortkoming op. Dit brengt met zich dat de schadevordering van € 58.000,- niet </para>
        <para>	voor toewijzing in aanmerking komt.   </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	de Marazzi-bladen op de keukeneilanden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>Niet ter discussie staat dat de bladen op de keukeneilanden niet uit één stuk bestaan. 	Partijen verschillen van mening over wat zij ter zake zijn overeengekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank volgt [B.V. 2] in haar betoog dat zij op grond van de </para>
        <para>overeengekomen ontwerptekening mocht verwachten dat de bladen uit één stuk 	zouden bestaan. [B.V. 2] stelt terecht dat op die tekening, die is overgelegd, 	geen deelnaden op de bladen zijn ingetekend terwijl dit bij andere tekeningen wel het geval is. Het had daarom op de weg van [B.V. 1] gelegen om gemotiveerd te stellen waarom [B.V. 2] er niet vanuit mocht gaan dat de bladen uit één stuk zouden bestaan. Daarvoor is niet voldoende de enkele stelling van [B.V. 1] dat het product een vaste afmeting kent, die kleiner is dan de maat van het meubel, waarvoor [B.V. 2] haar akkoord heeft gegeven. Temeer niet, omdat [B.V. 1] – naar eigen zeggen ter zitting – [B.V. 2] niet op de hoogte heeft gebracht van de maximale afmeting van het product. Dat – zo begrijpt de rechtbank het standpunt van [B.V. 1] ter zitting – het 	intekenen van deelnaden op ontwerptekeningen niet van haar verlangd kan worden, omdat dat teveel op detail is, neemt niet weg dat met het nalaten daarvan in het onderhavige geval bij [B.V. 2] de verwachting is gewekt dat de bladen uit één 	stuk zouden bestaan. De gevolgen daarvan komen daarom voor rekening en risico van [B.V. 1] .   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <parablock>
        <para>Geconcludeerd wordt dat [B.V. 1] niet heeft geleverd hetgeen [B.V. 2] op 	grond van de projectovereenkomst tussen partijen mocht verwachten. Dit levert een 	tekortkoming op, die aan [B.V. 1] kan worden toegerekend. Voorts staat als niet 	weersproken vast dat [B.V. 1] ter zake in verzuim verkeert. [B.V. 1] is	 	daarom schadeplichtig tegenover [B.V. 2] . Ter zitting heeft [B.V. 2] gesteld </para>
        <para>dat met het vervangen van de Marazzi-bladen (zonder bijkomende werkzaamheden) een bedrag van € 6.283,83,- is gemoeid. Dit schadebedrag ligt daarom als niet 	weersproken voor toewijzing gereed.    	</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <parablock>
        <para>Niet weersproken is dat vervanging van de Marazzi-bladen met zich brengt dat de </para>
        <para>	daarin verwerkte apparatuur moet worden losgemaakt en na vervanging van de </para>
        <para>	bladen moet worden herplaatst. Uit de offerte van [bedrijf] kan worden afgeleid dat </para>
        <para>	de daarmee gemoeide kosten € 2.665,- bedragen. Ook dit bedrag komt daarom voor 	toewijzing in aanmerking.          </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	de pui c.q. het uitgifteluik </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <parablock>
        <para>Niet ter discussie staat dat, anders dan partijen zijn overeengekomen, het uitgifteluik </para>
        <para>	niet met gebruikmaking van een afstandsbediening geopend en gesloten kan 	worden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.20.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat [B.V. 1] voor wat betreft dit onderdeel van de </para>
        <para>	overeenkomst toerekenbaar is tekortgeschoten. Dat pas na plaatsing van het 	uitgifteluik is gebleken dat het technisch niet mogelijk is om het	luik elektrisch 	helemaal sluitend te krijgen, zoals door [B.V. 1] ter zitting is aangevoerd, is een </para>
        <para>	omstandigheid die niet op [B.V. 2] afgewenteld kan worden. Voorts is niet </para>
        <para>	weersproken dat [B.V. 2] nimmer akkoord is gegaan met het door [B.V. 1] 	aangebrachte schuifje, waarmee het laatste stukje van het uitgifteluik handmatig kan 	worden dichtgetrokken.   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.21.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B.V. 2] vordert ter zake een schadebedrag van € 22.386,-. De rechtbank is van </para>
        <para>	oordeel dat [B.V. 2] met een verwijzing naar de overgelegde offerte van  	[B.V. 1] van 30 juni 2022 haar schade niet heeft onderbouwd. Het geoffreerde 	bedrag ziet op de plaatsing van de gehele glazen pui, waarin het uitgifteluik is 	verwerkt. Dat deze gehele pui vervangen moet worden vanwege het gebrek aan het 	uitgifteluik, is niet gesteld en daarvan is ook niet gebleken. De vraag welke kosten 	zijn gemoeid met het oplossen van het gebrek aan het uitgifteluik kan niet worden 	beantwoord. Aanknopingspunten om de schade te kunnen begroten, ontbreken. Het 	gevorderde bedrag kan daarom bij gebreke van enige onderbouwing daarvan niet 	voor toewijzing in aanmerking komen.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.22.</nr>
      <parablock>
        <para>Vorenstaande leidt tot de conclusie dat [B.V. 2] ter zake schade een vordering 	heeft op [B.V. 1] van in totaal € 37.932,08 (€ 21.500,- + € 900,- + € 6.283,83,- </para>
        <para>	+ € 2.665,- + 21% btw, zijnde een bedrag van € 6.583,25). Naar het oordeel van de </para>
        <para>	rechtbank is [B.V. 2] bevoegd haar vordering te verrekenen met het nog door 	haar aan [B.V. 1] verschuldigde factuurbedrag van € 107.406,75 (incl. btw), nu 	de vorderingen van partijen uit dezelfde rechtsverhouding voortvloeien. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.23.</nr>
      <parablock>
        <para>Het beroep op verrekening van [B.V. 2] slaagt. Dit brengt met zich, dat de vordering van [B.V. 1] in conventie zal worden toegewezen tot een bedrag van   € 69.474,67 (incl. btw). De door [B.V. 1] gevorderde wettelijke handelsrente is niet toewijsbaar. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [B.V. 2] zich terecht op opschorting beroepen vanwege tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomst. Van vertragingsschade kan daarom geen sprake zijn. Ook de gevorderde buitengerechtelijke kosten komen daarom niet voor toewijzing in </para>
        <para>	aanmerking. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.24.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank beschouwt de vordering van [B.V. 2] tot betaling van </para>
        <para>	€ 154.985,60 als niet ingesteld, omdat de voorwaarde waaronder de vordering is 	ingesteld niet in vervulling is gegaan. De vordering van [B.V. 2] in reconventie 	tot betaling van hetgeen na verrekening resteert, vermeerderd met rente en kosten, 	wordt afgewezen, omdat niet is komen vast te staan dat [B.V. 2] na verrekening 	nog een bedrag van [B.V. 1] te vorderen heeft.     </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.25.</nr>
      <parablock>
        <para>In de uitkomst van het geschil waarin partijen deels in het gelijk en deels in het </para>
        <para>	ongelijk zijn gesteld ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten tussen partijen </para>
        <para>	te compenseren in die zin, dat ieder van partijen zowel in conventie als in </para>
        <para>	reconventie de eigen kosten draagt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>	De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [B.V. 2] tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [B.V. 1] te </para>
        <para>	betalen een bedrag van € 69.474,67 (incl. btw),</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">	in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst de vordering af,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <parablock>
        <para>compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen </para>
        <para>	kosten draagt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door Fleskens en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>