<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:4333</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-28T08:34:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/415011 / JE RK 23-1827</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4333">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4333</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-27T10:28:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4333 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-06-2024 / C/02/415011 / JE RK 23-1827</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4333:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek bekrachtiging schriftelijke aanwijzing door intrekking van het verzoek door de GI.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4333:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer:	C/02/415011 / JE RK 23-1827</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 26 juni 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">(Nadere) beschikking van de kinderrechter over de schriftelijke aanwijzing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING &amp; JEUGDRECLASSERING</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam Zuidoost,</para>
      <para>hierna te noemen: de GI.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. S. van Steenberge te Terneuzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:</para>
      <para>- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, </para>
      <para>hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
        <para>- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 11 maart 2024, met daarin alle genoemde en vermelde stukken;</para>
        <para>- de briefrapportage van de GI van 18 juni 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 18 juni 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij beschikking van de kinderrechter van 12 juli 2022 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 11 juli 2022 en tot 25 juli 2022 en is een machtiging tot uithuisplaatsing voor [minderjarige] verleend met ingang van 11 juli 2022 en tot 25 juli 2022. Beide maatregelen zijn daarna verlengd tot 11 oktober 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van de kinderrechter van 28 september 2022 is [minderjarige] onder toezicht gesteld en is een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 28 september 2022 en tot 28 september 2023. Beide maatregelen zijn laatstelijk verlengd tot 28 september 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De GI heeft op 25 augustus 2023 aan de moeder (de ouder met gezag) en [minderjarige] (de minderjarige van twaalf jaar of ouder) een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Hierin is het volgende opgenomen:</para>
        <para>- <emphasis role="italic">[minderjarige] en moeder reageren op berichten vanuit de hulpverlening, [hulpverlening 1] en de GI. Wanneer er door [hulpverlening 1] of de GI gebeld wordt, verwacht de GI dat moeder en [minderjarige] de telefoon opnemen met uitzondering wanneer [minderjarige] of moeder aan het werk zijn of wanneer [minderjarige] op school zit.</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">[minderjarige] en moeder vertellen de waarheid over waar [minderjarige] is.</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">[minderjarige] en moeder werken mee aan de hulpverlening.</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">[minderjarige] komt de gemaakte afspraken met [hulpverlening 2] na.</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">Moeder laat de hulpverlening van [hulpverlening 3] en [hulpverlening 2] binnen.</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">Tijdens de vooraf afgesproken omgangsmomenten tussen [minderjarige] en moeder zijn beide aanwezig.</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">[minderjarige] en moeder houden zich aan de vooraf afgesproken omgangsregeling. Indien [minderjarige] of moeder wijzigingen willen in tijd of dag dient dit vooraf afgesproken te worden met de GI.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij beschikking van de kinderrechter van 11 december 2023 is de beslissing ten aanzien van het verzoek van de GI om de schriftelijke aanwijzing (naar de kinderrechter begrijpt: van 25 augustus 2023) te bekrachtigingen aangehouden voor de duur van uiterlijk drie maanden, waarbij de GI is verzocht om uiterlijk voor 8 maart 2024 te rapporteren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij beschikking van de kinderrechter van 11 maart 2024 is de beslissing ten aanzien van het verzoek van de GI om de schriftelijke aanwijzing (naar de kinderrechter begrijpt: van 25 augustus 2023) te bekrachtigingen aangehouden voor de duur van uiterlijk vier maanden, waarbij de GI is verzocht om uiterlijk voor 12 juli 2024 te rapporteren. Tevens is bij diezelfde beschikking het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder afgewezen, nu de GI dat verzoek tijdens de mondelinge behandeling op 11 maart 2024 heeft ingetrokken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [minderjarige] woont sinds 11 december 2023 bij de moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI verzoekt op grond van 1:263, derde lid, BW de schriftelijke aanwijzing (naar de kinderrechter begrijpt: van 25 augustus 2023) te bekrachtigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling van 11 maart 2024 heeft de kinderrechter het verzoek van de GI om de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen, aangehouden voor de duur van uiterlijk vier maanden, waarbij aan de GI is meegegeven om uiterlijk binnen die periode, en zoveel eerder als de GI dat nodig vindt, te rapporteren over de stand van zaken en te berichten of het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>In de briefrapportage van 18 juni 2024 heeft de GI toegelicht dat er positieve ontwikkelingen zijn en dat de GI daarom het verzoek tot het bekrachtigen van de schriftelijke aanwijzing (naar de kinderrechter begrijpt: van 25 augustus 2023) intrekt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Nu de GI het verzoek heeft ingetrokken, behoeft het verzoek geen beoordeling en beslissing meer van de rechtbank. Daarom zal de kinderrechter het verzoek afwijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2024, in aanwezigheid van mr. Vork als griffier.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking, voor zover de machtiging tot uithuisplaatsing, kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
      <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>