<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:4318</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-25T11:34:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-184696-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4318">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4318</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-25T08:42:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4318 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-06-2024 / 02-184696-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4318:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Openlijke geweldpleging, forse overschrijding redelijke termijn, schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4318:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-184696-22  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 24 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen de minderjarige</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [woonadres] , </para>
      <para>raadsvrouw mr. B.J. de Groot, advocaat te Haarlem.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 10 juni 2024, waarbij de officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 2/3 augustus 2021 openlijk in verenging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen voor zover dat ziet op de openlijke geweldpleging gericht tegen [slachtoffer 1] . De officier van justitie baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer 1] , de verklaring bij de politie en ter zitting van verdachte zelf en de verklaringen van de medeverdachten. De officier van justitie acht de openlijke geweldpleging gericht tegen [slachtoffer 2] niet bewezen, nu [slachtoffer 2] niet heeft verklaard over geweld dat jegens hem zou zijn gebruikt. Ook vindt de officier van justitie het niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte iets te maken heeft gehad met het op een vuurwapen gelijkend voorwerp (hierna: nepvuurwapen) en verzoekt verdachte hiervan partieel vrij te spreken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is met de officier van justitie van oordeel dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van de openlijke geweldpleging jegens [slachtoffer 1] en wijst daarbij nog op het feit dat verdachte één klap aan [slachtoffer 1] heeft gegeven, waarna verdachte is weggegaan.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>Aangezien verdachte ten aanzien van het feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:</para>
        </parablock>
        <para>- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 10 juni 2024 en afgelegd bij de politie op 7 augustus 2021;</para>
        <para>- de aangifte van [slachtoffer 1] van 2 augustus 2021.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op basis van het dossier blijkt niet dat verdachte een rol heeft gehad bij het tonen en het dreigen met het nepvuurwapen. De rechtbank gaat daarbij uit van de verklaring van verdachte dat hij niet wist dat [medeverdachte] een nepvuurwapen bij zich had. Uit het dossier blijkt evenmin dat verdachte geweld heeft gebruikt jegens [slachtoffer 2] . Zo heeft [slachtoffer 2] in zijn verklaring niet aangegeven dat er geweld jegens hem zou zijn gebruikt. De rechtbank zal verdachte ten aanzien van die onderdelen van de tenlastelegging vrijspreken.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 2 augustus 2021 te Hoek, gemeente Terneuzen op de openbare weg, de Fazantenlaan openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] welk geweld bestond uit het slaan/stompen en/of schoppen van die [slachtoffer 1] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van 20 uren subsidiair 10 dagen jeugddetentie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft rekening gehouden met de aard en ernst van het feit, de jonge leeftijd van verdachte ten tijde van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de forse overschrijding van de redelijke termijn.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt de rechtbank om rekening te houden met de rol van verdachte in de openlijke geweldpleging te weten dat verdachte één klap aan [slachtoffer 1] heeft gegeven. Ook verzoekt zij om rekening te houden met de forse overschrijding van de redelijke termijn en de positieve ontwikkeling die verdachte sinds de pleegdatum heeft doorgemaakt. Daarnaast stelt de verdediging dat de pedagogische meerwaarde van het jeugdstrafrecht na bijna drie jaar nihil is. Verdachte is na het incident niet meer in aanraking gekomen met de politie en justitie. Verder is de verdediging van oordeel dat verdachte al genoeg gestraft is door het feit dat hij zich moet verantwoorden voor een meervoudige kamer. Gelet op voornoemde omstandigheden is de verdediging van mening dat een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel (artikel 9a Sr) recht doet aan de situatie.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De aard en ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Verdachte heeft met een klap of duw van één van de aangevers aan het geweld bijgedragen. Het slachtoffer [slachtoffer 1] was voor verdachte onbekend. Het ‘verkeerd’ kijken door de slachtoffers naar de groep jongens op de kermis was kennelijk voldoende aanleiding voor de groep jongens om achter de slachtoffers aan te gaan en geweld (slaan, stompen en/of schoppen) tegen [slachtoffer 1] te gebruiken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De persoonlijke omstandigheden van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Justitiële documentatie</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft ook rekening gehouden met het strafblad van verdachte van 25 april 2024. Daaruit volgt dat verdachte niet eerder en evenmin na het ten laste gelegde feit voor strafbare feiten is veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Raad voor de Kinderbescherming</emphasis>
        </para>
        <para>Ook houdt de rechtbank rekening met het rapport van de Raad van 2 juni 2024 dat over verdachte is opgemaakt. Uit dit rapport volgt dat verdachte ten tijde van het delict in een veilige opvang verbleef vanwege de problemen tussen zijn ouders. De Raad benoemt dat dit destijds mogelijk een grote impact op verdachte heeft gehad. Verder constateert de Raad dat verdachte een first offender is, dat hij na het incident geen nieuwe politiecontacten heeft opgedaan en dat er geen enkel risico op recidive is. Verdachte ziet in dat hij ten tijde van het delict een verkeerde keuze heeft gemaakt. De Raad stelt dat verdachte sindsdien een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Zo is verdachte in staat om eigen keuzes te maken, denkt hij na voordat hij handelt en laat hij zich niet beïnvloeden door anderen. Gelet op het tijdsverloop is de Raad van mening dat het pedagogische effect van straffen minder groot is dan wanneer de zaak eerder zou zijn afgedaan. Bij e-mailbericht van 10 juni 2024 adviseert de Raad – anders dan is geadviseerd in het rapport van 2 juni 2024 – een ‘kale’ werkstraf aan verdachte op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Redelijke termijn</emphasis>
        </para>
        <para>De redelijke termijn in jeugdstrafzaken is 16 maanden gerekend vanaf het moment dat een handeling wordt verricht waardoor de jeugdige kan verwachten dat tegen hem een strafvervolging zal worden ingesteld. Verdachte is op 7 augustus 2021 aangehouden en verhoord voor het feit. Dit betekent dat de zaak op 7 december 2022 afgedaan had moeten zijn. Nu dat niet is gebeurd en er pas op 24 juni 2024 vonnis wordt gewezen, is er sprake van een forse overschrijding van de redelijke termijn. Er is niet gebleken van omstandigheden waardoor de zaak niet eerder is aangebracht op zitting of omstandigheden die deze overschrijding zouden kunnen verklaren of rechtvaardigen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De strafoplegging</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte een beperkte rol heeft gehad in het toegepaste geweld, waardoor het feit, in verhouding tot andere strafbare feiten - als een feit van geringe ernst kan worden gezien. Het feit past ook op geen enkele wijze bij de persoonlijkheid van verdachte. Verdachte, een first offender, heeft een verkeerde keuze gemaakt, daarvoor verantwoordelijkheid genomen en zich na het feit ook niet meer schuldig gemaakt aan andere strafbare feiten. Het tijdsverloop, en het feit dat verdachte veertien jaar was ten tijde van feit en inmiddels zeventien jaar oud is, maken verder dat de rechtbank het niet raadzaam acht om aan verdachte alsnog een straf of maatregel op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;</para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- bepaalt dat <emphasis role="bold">geen straf of maatregel wordt opgelegd</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.H. Kempen, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. P.W.G. de Beer en mr. E.J. Zuijdweg, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. A.G. Vork, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 24 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Kempen is buiten staat mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>