<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:4313</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-24T16:44:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-184687-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4313">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4313</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-24T16:16:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4313 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-06-2024 / 02-184687-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4313:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Diefstal met geweld en onder dreiging van een nepvuurwapen, forse overschrijding redelijke termijn, werkstraf</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4313:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-184687-22  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 24 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen de minderjarige</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2005 te [plaats 1] ( [land] ),</para>
      <para>wonende te [woonadres] ,</para>
      <para>raadsman mr. L. Verheuvel, advocaat te Middelburg.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 10 juni 2024, waarbij de officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
      <para>feit 1: op 2/3 augustus 2021 samen met (een) ander(en) [slachtoffer 1] met geweld en onder dreiging van een vuurwapen (of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp) heeft gedwongen tot afgifte van schoenen en een JBL box;</para>
      <para>feit 2: op 2/3 augustus 2021 samen met (een) ander(en) heeft geprobeerd [slachtoffer 2] met geweld en onder dreiging van een vuurwapen (of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp) zijn schoenen en tas afhandig te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs </title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de aangiften en de verklaringen van de medeverdachten, waaruit blijkt dat verdachte degene is geweest die het op een vuurwapen gelijkend voorwerp (hierna: nepvuurwapen) uit zijn tasje heeft gehaald om vervolgens het nepvuurwapen op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te richten en (te proberen om) [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te dwingen tot afgifte van hun spullen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank voor beide feiten niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op het feit dat uit de aangiften niet duidelijk blijkt dat verdachte degene is geweest die het nepvuurwapen heeft vastgehad. Zo verklaren de aangevers niet dat de persoon met het nepvuurwapen een petje op had, terwijl verdachte die avond wel een petje op had en herkenden ze hem later niet toen zij – samen met hun ouders – opnieuw bij de kermis kwamen. Daarnaast acht de verdediging de verklaringen van de medeverdachten niet betrouwbaar. De medeverdachten, die na het incident de tijd hebben gehad om hun verklaringen op elkaar af te stemmen, bagatelliseren hun eigen aandeel ten koste van verdachte en lijken zich hierdoor als groep tegen verdachte te keren. Daarbij komt dat de verklaringen innerlijk en ten opzichte van elkaar tegenstrijdig zijn. Gelet op het voornoemde verzoekt de verdediging om verdachte vrij te spreken van beide feiten.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt op grond van de gebruikte bewijsmiddelen vast dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op 2 augustus 2021 het slachtoffer zijn geworden van (een poging tot) diefstal met geweld. Zij waren die dag op de kermis in [plaats 2] . Aangevers zouden ‘verkeerd’ naar de groep van verdachten hebben gekeken en toen zij het kermisterrein verlieten, werden zij door een groepje jongens achterna gezeten en overlopen. Vervolgens is er door het groepje jongens geweld gebruikt tegen [slachtoffer 1] en heeft een jongen met een zwarte Nike pet (verdachte) een nepvuurwapen uit zijn tasje gehaald. Onder bedreiging van dit nepvuurwapen moest [slachtoffer 1] op zijn knieën gaan zitten en zijn schoenen en een JBL box afgeven. De jongen (verdachte) heeft het nepvuurwapen ook nog tegen het hoofd van [slachtoffer 2] gehouden en geroepen dat hij zijn tas en schoenen moest afgeven. Dit heeft [slachtoffer 2] niet gedaan, omdat hij hoorde en voelde dat het vuurwapen nep was.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit de verklaringen van de medeverdachten volgt dat alleen verdachte die avond een tasje en een zwarte Nike pet droeg en zich schuldig heeft gemaakt aan het dreigen met geweld en het plegen van geweld jegens [slachtoffer 1] (slaan en/of stompen). Al deze verklaringen en de aangifte van [slachtoffer 2] komen in de kern overeen, namelijk dat verdachte degene is geweest die het nepvuurwapen uit zijn tasje heeft gehaald en heeft gericht op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Daarbij komt dat de medeverdachten in hun verklaringen ook niet hebben geschuwd een eigen rol in het tegen aangevers gepleegde geweld te benoemen. Dit maakt dat de rechtbank, anders dan de verdediging, de verklaringen van de medeverdachten voldoende betrouwbaar acht voor het bewijs. Gelet op de voornoemde, belastende verklaringen van zowel de aangevers als de medeverdachten, acht de rechtbank de verklaring van verdachte, dat hij alleen maar even heeft gekeken en verder niets heeft gedaan, ongeloofwaardig.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verder blijkt uit het dossier niet dat er sprake is van een vooropgezet plan of een nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met de andere verdachten als het gaat om het afpakken van spullen van de aangevers. Het tonen en het dreigen met een nepvuurwapen door verdachte leek voor de andere verdachten als een verrassing te komen, waardoor de rechtbank van oordeel is dat er geen sprake is van medeplegen. Verdachte zal daarvan dan ook partieel worden vrijgesproken. Dit geldt ook voor andere handelingen die niet aan verdachte kunnen worden toegeschreven, zoals het roepen dat de aangevers stil moesten blijven staan, het schoppen/trappen van aangever [slachtoffer 1] en het gebruiken van geweld tegen aangever [slachtoffer 2] , nu [slachtoffer 2] zelf niet heeft verklaard over geweld dat tegen hem zou zijn gebruikt.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht, op grond van het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld ten aanzien van [slachtoffer 1] en een poging daartoe ten aanzien van [slachtoffer 2] .</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1<?linebreak?>op 2 augustus 2021 te [plaats 2] , gemeente Terneuzen<?linebreak?>met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen<?linebreak?>door geweld en bedreiging met geweld<?linebreak?>[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van schoenen en een JBL box, die geheel aan die [slachtoffer 1] toebehoorden<?linebreak?>door een op een vuurwapengelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] te richten, althans te tonen, en vervolgens te roepen "Ga op je knieën zitten" en/of die [slachtoffer 1] te slaan/stompen;</para>
      <para />
      <para>2<?linebreak?>op 2 augustus 2021 te [plaats 2] , gemeente Terneuzen<?linebreak?>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om<?linebreak?>met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen<?linebreak?>door bedreiging met geweld<?linebreak?>[slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een tas en schoenen die geheel aan die [slachtoffer 2] toebehoorden<?linebreak?>die [slachtoffer 2] een op een vuurwapengelijkend voorwerp, tegen het hoofd heeft gezet en daarbij heeft geroepen dat als die [slachtoffer 2] niet ging meewerken hij werd geslagen en tegen die [slachtoffer 2] heeft geroepen zijn tas en schoenen af te geven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.<?linebreak?></para>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie is van mening dat het taakstrafverbod van artikel 77ma Sr van toepassing is. Hij vordert aan verdachte op te leggen een jeugddetentie van 40 dagen waarvan 37 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen jeugddetentie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft rekening gehouden met de aard en ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de forse overschrijding van de redelijke termijn.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Voor zover de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de feiten, verzoekt de verdediging om rekening te houden met de forse overschrijding van de redelijke termijn. In die situatie acht de verdediging een geheel voorwaardelijke werkstraf op zijn plaats.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De aard en ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (een poging tot) diefstal met geweld, waarbij schoenen en een JBL box zijn afgenomen. De slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] waren voor verdachte onbekenden. Het ‘verkeerd’ kijken door de slachtoffers naar de groep jongens op de kermis was kennelijk voldoende aanleiding voor de groep jongens om achter de slachtoffers aan te gaan, geweld (slaan en/of stompen) tegen [slachtoffer 1] te gebruiken en zelfs een nepvuurwapen op zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] te richten. Verdachte heeft door dit volstrekt zinloze geweld de slachtoffers angst aangejaagd en heeft zonder enig respect voor de eigendommen en de lichamelijke integriteit van de slachtoffers gehandeld. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat strafbare feiten zoals deze zorgen voor gevoelens van onveiligheid in de samenleving, te meer nu het feit is gepleegd op de openbare weg. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De persoonlijke omstandigheden van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Justitiële documentatie</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft ook rekening gehouden met het strafblad van verdachte van 25 april 2024. Daaruit volgt dat artikel 63 Sr van toepassing is, nu verdachte op 1 april 2022 een werkstraf heeft gekregen voor openlijke geweldpleging. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Raad voor de Kinderbescherming</emphasis>
        </para>
        <para>Ook slaat de rechtbank acht op de briefrapportage van de Raad van 23 mei 2024 die over verdachte is opgemaakt. Uit die briefrapportage volgt dat verdachte niet wenste deel te nemen aan het strafonderzoek, omdat verdachte dat niet nodig vond. Over de persoonlijkheid van verdachte kan de Raad om die reden weinig naar voren brengen. Verdachte heeft zelf bij de Raad aangegeven dat het op alle vlakken goed met hem gaat en zijn moeder heeft dit erkend. Verder constateert de Raad dat verdachte zich na dit incident niet meer schuldig heeft gemaakt aan geweldsdelicten. Bij e-mailbericht van 10 juni 2024 is hier door de Raad aan toegevoegd dat verdachte een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. De Raad adviseert een ‘kale’ werkstraf op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Redelijke termijn</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank houdt in de onderhavige zaak rekening met de overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn in jeugdstrafzaken is 16 maanden gerekend vanaf het moment dat een handeling wordt verricht waardoor de jeugdige kan verwachten dat een strafvervolging zal worden ingesteld. Verdachte is op 4 augustus 2021 aangehouden en verhoord voor de feiten. Dit betekent dat de zaak op 4 december 2022 afgedaan had moeten zijn. Nu dat niet is gebeurd en pas op 24 juni 2024 vonnis zal worden gewezen, is er sprake van een forse overschrijding van de redelijke termijn. Er is niet gebleken van omstandigheden waardoor de zaak niet eerder kon worden aangebracht op zitting of andere omstandigheden die deze forse overschrijding zouden kunnen verklaren of rechtvaardigen. De ontstane vertraging beoordeelt de rechtbank dan ook als een overschrijding van de redelijke termijn, die de rechtbank in strafmatigende zin zal meewegen bij de uiteindelijk op te leggen straf.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De strafoplegging</emphasis>
        </para>
        <para>Allereerst overweegt de rechtbank, anders dan de officier van justitie, dat het taakstrafverbod niet van toepassing is. Gelet op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde feit is gepleegd, kan niet worden geoordeeld dat de inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer zodanig is geweest dat artikel 77ma Wetboek van Strafrecht toepasselijk is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf, conform het advies van de Raad, passend en geboden is. Zij legt aan verdachte een onvoorwaardelijke werkstraf op van 20 uren met aftrek van de periode dat verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 45, 63, 77a, 77g, 77m, 77n, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op een openbare weg;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op een openbare weg;</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een werkstraf van 20 uren</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende jeugddetentie</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">10 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag.</para>
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Zuijdweg, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. de Beer en mr. Kempen, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. Vork, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 24 juni 2024.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Kempen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>