<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:4307</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-24T14:43:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-071119-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4307">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4307</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-24T14:42:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4307 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-06-2024 / 02-071119-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4307:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren van bijna 3 kilo heroïne. De drugs zaten in een verborgen ruimte in de auto van verdachte. Oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4307:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-071119-24  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 24 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren in 1967 te [geboorteplaats] ( [land] )</para>
      <para>wonende te [woonadres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsvrouw mr. M.E. Broekert, advocaat te Breda</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 juni 2024, waarbij de officier van justitie, mr. S.A.A.P. van Hees, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte bijna 3 kilo heroïne heeft vervoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Zij baseert zich daarbij op de bekennende verklaring van verdachte, het proces-verbaal van bevindingen onderzoek verdovende middelen en het NFiDENT-rapport.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging refereert zich ten aanzien van een bewezenverklaring nu verdachte het feit heeft bekend. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>Verdachte heeft dit feit bekend, daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van:</para>
        </parablock>
        <para>- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 10 juni 2024; </para>
        <para>- het proces-verbaal van bevindingen, pagina 49 van het eindproces-verbaal PL2000-2024050699;</para>
        <para>- het deskundigenrapport NFiDENT van het Nederlands Forensisch Instituut, zaaknummer 2024.03.15.138, d.d. 15 maart 2024, pagina’s 72 tot en met 77 van het eindproces-verbaal PL2000-2024050699. </para>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
        <para>
          <?linebreak?>op 27 februari 2024 te Hoogerheide, gemeente Woensdrecht, opzettelijk heeft vervoerd 2996,67 gram heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet<?linebreak?>behorende lijst I.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrek van de periode dat verdachte in voorarrest heeft gezeten.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan het voorarrest, waarbij daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf eventueel in combinatie met een werkstraf kan worden opgelegd. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren van bijna 3 kilo heroïne. De drugs zaten in een verborgen ruimte in de auto van verdachte. Verdachte had de opdracht gekregen om als koerier de drugs te leveren en kreeg daar geld voor. Verdachte heeft kennelijk enkel uit winstbejag gehandeld en zich totaal niet bekommerd om de risico’s en schadelijke gevolgen van zijn handelen voor anderen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten en gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Bij het vervoeren van 2 tot 3 kilo harddrugs geldt als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van minimaal 12 maanden. De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat hij in België eerder een forse gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen voor een Opiumdelict.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op bovenstaande en gezien de ernst van het feit kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf, die de periode die verdachte in voorarrest heeft gezeten, overstijgt. Verdachte zal aldus terug moeten in detentie. De rechtbank realiseert zich dat dit kan betekenen dat de proefplaatsingsovereenkomst bij de Gemeente Rotterdam wordt doorkruist, maar is gelet op de hoeveelheid drugs die vervoerd is en het feit dat verdachte eerder (weliswaar in België) is veroordeeld voor een Opiumwetdelict, van oordeel dat zij niet kan volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest. Enkel zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden zouden kunnen nopen tot het fors afwijken van de oriëntatiepunten. Die zijn hier echter niet aan de orde.   </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie geëiste straf als passend kan worden beschouwd. De rechtbank zal aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 14 maanden met aftrek van de periode dat verdachte in voorarrest heeft gezeten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Het beslag</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De verbeurdverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor verbeurdverklaring. Gebleken is dat het feit is begaan met betrekking tot dit goed.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De onttrekking aan het verkeer</emphasis>
        </para>
        <para>Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen goed is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd is met de wet en het algemeen belang.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 13a van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod;</para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 14 maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een personenauto, [kenteken]</para>
    <para>Omschrijving: Wit, merk: Citroën, [chassisnummer] , bouwjaar 2014;</para>
    <para />
    <para>- verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen voorwerp, te weten: 2996,67 gram heroïne.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.L. Donders, voorzitter, mr. E.B. Prenger en                     mr. P.A.M. Wijffels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Bles, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 24 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 27 februari 2024 te Hoogerheide, gemeente Woensdrecht, in elk<?linebreak?>geval in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2996,67 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal<?linebreak?>bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet<?linebreak?>behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die<?linebreak?>wet<?linebreak?>( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet )<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>