<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:4122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-19T15:35:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10784768 CV EXPL  23-3814 (T)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4122">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-18T09:57:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4122 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-06-2024 / 10784768 CV EXPL  23-3814 (T)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4122:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Koopovereenkomst tussen groothandel en detailhandel. Klant betwist goederen te hebben besteld. Verkoper mag dit bewijzen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4122:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10784768 \ CV EXPL  23-3814</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 12 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap SVHH PRODUCTS B.V.</emphasis>, </para>
      <para>statutair gevestigd te Lienden, kantoorhoudende te Beneden Leeuwen,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: SVHH,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.W. Hilhorst, advocaat te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap LAMPEN &amp; MEER B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Breda,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: L&amp;M,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding van 1 november 2023 met producties; <?linebreak?>- de conclusie van antwoord van 9 januari 2024; <?linebreak?>- de conclusie van repliek van 6 maart 2024 <?linebreak?>- de op 30 april 2024 ter griffie ontvangen conclusie van dupliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>SVHH vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, L&amp;M te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 2.135,75, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, de proceskosten en de nakosten. Zij stelt dat L&amp;M meubels bij haar heeft besteld voor een bedrag van € 1.779,97 en dat SVHH die meubels bij haar heeft laten afleveren. L&amp;M heeft de koopsommen niet op tijd betaald, zodat zij rente en kosten verschuldigd is geworden. Op het verweer van L&amp;M voert SVHH aan dat partijen in contact zijn gekomen op de meubelbeurs in Brussel in 2022. Namens L&amp;M is toen het formulier ‘nieuwe relaties’ ingevuld en zijn bestellingen geplaatst. Over de bestellingen is vervolgens nog e-mailcontact geweest tussen partijen. Uiteindelijk zijn de meubels in januari en februari 2023 aan het adres van L&amp;M geleverd. Op de vrachtbrieven is ook getekend voor ontvangst en er is nimmer geprotesteerd tegen de aan L&amp;M toegestuurde facturen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>L&amp;M voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van SVHH in de proceskosten. Zij betwist een bestelling bij SVHH te hebben geplaatst. Zij koopt normaalgesproken niet in bij groothandels. Dat loopt via L&amp;M Nederland B.V. Uit de door SVHH overgelegde e-mailcorrespondentie volgt ook niet dat de bestellingen door L&amp;M zijn geplaatst. Deels is dit immers correspondentie tussen een verkoper van SVHH en een andere medewerker van SVHH. Eén van de door SVHH overgelegde vrachtbrieven is met pen aangepast en op de andere vrachtbrief zijn geen stempels van L&amp;M geplaatst. Er kan dus niet vanuit worden gegaan dat L&amp;M de goederen in ontvangst heeft genomen. Op het adres van L&amp;M kan bovendien niet worden gelost, nu daar de winkel zit en niet het magazijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat SVHH stelt dat L&amp;M de bestellingen, die ten grondslag liggen aan de gevorderde factuurbedragen, heeft geplaatst. L&amp;M betwist deze stelling gemotiveerd. Gelet op het bepaalde in artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is het aan SVHH om haar stelling te bewijzen. De kantonrechter zal haar daartoe in de gelegenheid stellen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst SVHH er nog op dat haar productie 5 bij conclusie van repliek deels onleesbaar is, althans de gestelde stempel van L&amp;M is niet leesbaar. SVHH wordt bij voornoemde akte in de gelegenheid gesteld een leesbare kopie van die productie in het geding te brengen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>draagt SVHH op te bewijzen feiten en omstandigheden, waaruit volgt dat L&amp;M de bestellingen die hebben geleid tot de orders onder nummers [ordernummer 1] en [ordernummer 2] heeft geplaatst,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">woensdag 26 juni 2024 om 09:00 uur </emphasis>voor uitlating door SVHH of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat SVHH bij die akte een meer leesbare kopie van productie 5 bij conclusie van repliek overlegt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>bepaalt dat, als SVHH geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel <emphasis role="bold">bewijsstukken</emphasis> wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>bepaalt dat, als SVHH <emphasis role="bold">getuigen</emphasis> wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden <emphasis role="bold">juli 2024</emphasis> tot en met <emphasis role="bold">december 2024</emphasis> dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. Dijkman, in het gerechtsgebouw te Breda, Stationslaan 10,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>bepaalt dat <emphasis role="bold">alle partijen</emphasis> uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor <emphasis role="bold">alle beschikbare bewijsstukken</emphasis> aan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>