<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:4120</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-19T12:52:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10895439 CV EXPL  24-389 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4120">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4120</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-18T09:40:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4120 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 29-05-2024 / 10895439 CV EXPL  24-389 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4120:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering bijdragen controles warenautoriteit. Onvoldoende weersproken dat de bijdragen verschuldigd zijn. Vordering wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:4120:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10895439 \ CV EXPL  24-389</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 29 mei 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de publiekrechtelijke rechtspersoon DE STAAT DER NEDERLANDEN</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te 's-Gravenhage,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de Staat,</para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders te Maastricht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>v.h.o.d.n. <emphasis role="bold">[handelsnaam]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te ( [postcode 1] ) [plaats] aan de [adres 1] en voorheen zaakdoende te ( [postcode 2] ) [plaats] aan het [adres 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 15 januari 2024 met producties; <?linebreak?>- het extract audiëntieblad van de rolzitting van 24 januari 2024; <?linebreak?>- de conclusie van repliek van 21 februari 2024 met producties;</para>
      <para>- het extract audiëntieblad van de rolzitting van 24 april 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De Staat vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 945,55, vermeerderd met rente en kosten. Zij voert aan dat op 10 februari 2022 een inspectie door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit heeft plaatsgevonden van de onderneming van [gedaagde] . Deze inspectie was nog gratis. Tijdens die inspectie (en in latere herinspecties) is geconstateerd dat [gedaagde] de hygiënevoorschriften overtrad. Hierdoor moesten er meerdere malen herinspecties worden uitgevoerd. De kosten voor deze inspecties is [gedaagde] wel verschuldigd en deze zijn via diverse facturen door de NVWA bij [gedaagde] in rekening gebracht. Deze facturen gelden als besluiten in de zin van de Algemene wet Bestuursrecht, zodat deze, nu [gedaagde] hier geen bezwaar tegen heeft gemaakt, formele rechtskracht hebben gekregen. [gedaagde] is dan ook een totaalbedrag van € 771,88 verschuldigd. Nu [gedaagde] dit bedrag onterecht onbetaald laat is hij rente en kosten verschuldigd geworden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. Hij voert bij antwoord aan geen opdracht te hebben gegeven voor de herinspecties. Er is tijdens inspecties ook nooit een overtreding geconstateerd. Het is hem niet duidelijk waarom hij de kosten verschuldigd is. Sinds 1 januari 2024 heeft hij zijn restaurant gesloten en thans ontvangt hij een uitkering op grond van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering. Bij conclusie van dupliek voert hij aanvullend aan dat hij meerdere schulden heeft en via de gemeente een regeling probeert te treffen. Hij kan het gevorderde bedrag op dit moment niet betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat tussen partijen vaststaat dat de onderneming van [gedaagde] een eenmanszaak betrof. Dit heeft tot gevolg dat [gedaagde] ook in privé aansprakelijk is voor schulden van zijn onderneming. Het feit dat de onderneming inmiddels is gestaakt kan er dus niet toe leiden dat de vordering wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft vervolgens niet weersproken dat hij de mogelijkheid heeft gehad in bezwaar te gaan tegen de facturen en dat hij dit niet heeft gedaan. Dit betekent dat de besluiten van de NVWA (de in de procedure gebrachte facturen) formele rechtskracht hebben gekregen. Naar vaste jurisprudentie geldt dat indien tegen een beschikking een met voldoende waarborgen omklede administratiefrechtelijke rechtsgang heeft opengestaan die niet werd benut, de burgerlijke rechter in beginsel ervan uit dient te gaan dat die beschikking, zowel voor wat betreft haar wijze van tot stand komen als haar inhoud, in overeenstemming is met de desbetreffende wettelijke voorschriften en algemene rechtsbeginselen (zie bijvoorbeeld HR 16 mei 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC9347). In beginsel is de gevorderde hoofdsom dan ook toewijsbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Daar komt bij dat de Staat bij conclusie van repliek haar vordering nader heeft onderbouwd door de rapporten van bevinding van de NVWA in de procedure te brengen. De inhoud daarvan wordt niet weersproken door [gedaagde] , zodat voldoende is komen vast te staan dat er een noodzaak was om herinspecties en de bijbehorende maatregelen uit te voeren. [gedaagde] dient, gelet op de bepalingen van de Warenwetregeling doorberekening kosten, de kosten voor die inspecties en maatregelen te betalen. De hoofdsom van € 771,88 is toewijsbaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De Staat vordert vervolgens vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Uit de in de procedure gebrachte producties volgt voldoende dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het gebruikelijke forfaitaire tarief. Daarom wordt € 140,09 toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De verschenen wettelijke rente van € 33,58 en toekomstige wettelijke rente is verschuldigd op grond van de wet. Ook dit onderdeel van de vordering wordt toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Staat worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>130,49</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>328,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>270,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2,00 punten × € 135,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>67,50</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>795,99</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Tot slot merkt de kantonrechter op dat [gedaagde] , voor zover hij een betalingsregeling wil treffen, contact dient op te nemen met de gemachtigde van de Staat.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan de Staat te betalen een bedrag van € 945,55, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 771,88, met ingang van 15 januari 2024 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 795,99, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>