<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:3474</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-29T09:26:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-009512-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3474">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3474</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-29T09:26:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:3474 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 28-05-2024 / 02-009512-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:3474:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak gewapende woningoverval.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:3474:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-009512-23  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 28 mei 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen de minderjarige</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2010 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [woonadres] ,</para>
      <para>raadsvrouw mr. N. van Vliet, advocaat te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 14 mei 2024, waarbij de officier van justitie, mr. I.J.M. van der Hamsvoord, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 12 juni 2022 samen met een ander een woningoverval heeft gepleegd, waarbij [aangever] (hierna: [aangever] ) met een mes is bedreigd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>4De beoordeling van het bewijs</para>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de gewapende woningoverval en baseert zich daarbij op de aangifte, de verklaringen van [aangever] en de verklaring van de medeverdachte waaruit blijkt dat verdachte een rol heeft gehad bij de woningoverval.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op de consistente verklaring van verdachte dat hij [aangever] wilde ophalen om naar buiten te gaan en dat hij niet wist dat medeverdachte een mes bij zich had, laat staan dat hij dat mes die dag zou gebruiken bij een woningoverval. Verdachte heeft steeds ontkend dat hij iets heeft weggenomen uit de woning en werd verrast door wat medeverdachte deed. [aangever] zelf heeft ongeveer een maand na het incident een verklaring afgelegd die op essentiële punten afwijkt van zijn verklaring die hij later bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. Ook wijst de verdediging op de in het proces-verbaal opgenomen WhatsApp-conversatie waaruit volgens haar blijkt dat verdachte het mes niet heeft vastgehad. De verdediging verzoekt de rechtbank verdachte vrij te spreken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank kan op basis van het dossier vaststellen dat er op 12 juni 2022 een gewapende woningoverval heeft plaatsgevonden waarbij er aan [aangever] een mes is getoond en waarbij er spullen uit de woning zijn meegenomen. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte als (mede)pleger kan worden aangemerkt bij deze woningoverval. Verdachte heeft, kort samengevat, verklaard dat hij de woning met medeverdachte is binnengegaan met de bedoeling om [aangever] op te halen om buiten te gaan spelen en/of te gaan zwemmen. Hij schrok van het feit dat medeverdachte ineens een mes trok en om geld vroeg. Verdachte was in shock en is bij [aangever] gebleven toen de medeverdachte in de woning op zoek ging naar spullen. Hij ontkent enige betrokkenheid te hebben gehad bij de woningoverval. Daar tegenover staan wisselende verklaringen van de medeverdachte en [aangever] over het aandeel dat verdachte zou hebben gehad bij deze woningoverval. Zo verklaart [aangever] bij de politie dat de verdachte het mes in zijn bijzijn aan de medeverdachte heeft gegeven en dat de medeverdachte vervolgens bij hem is blijven staan met het mes. Later bij de rechter-commissaris verklaart [aangever] echter eerst dat verdachte in het geheel geen mes heeft vastgehad en dat verdachte ook degene is geweest die bij hem is gebleven toen de medeverdachte in het huis op zoek ging naar spullen. Het is de rechtbank uit het dossier niet gebleken dat verdachte en de medeverdachte samen een plan hadden gemaakt voor een woningoverval of dat zij daarover vooraf hebben gesproken. Daarnaast is onvoldoende duidelijk geworden wie wat deed en wie het mes vasthield tijdens de woningoverval. Het kan daarbij ook zijn gegaan, zoals door verdachte is verklaard. Deze onduidelijkheid brengt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken, nu uit het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte als (mede)pleger bij de woningoverval betrokken is geweest.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het tenlastegelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.H. Kempen, voorzitter, tevens kinderrechter, </para>
      <para>mr. D.H. Hamburger en mr. R. Combee, rechters, in tegenwoordigheid van R. Rozendaal, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Kempen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Bijlage I</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 12 juni 2022 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een </para>
      <para>of meer anderen, althans alleen, </para>
    </parablock>
    <para>- een telefoon en/of</para>
    <para>- een hoeveelheid geld (te weten 40 euro),</para>
    <parablock>
      <para>in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam] , in elk geval aan een </para>
      <para>ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het </para>
      <para>oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, </para>
      <para>vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever] , </para>
      <para>gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij </para>
      <para>betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht </para>
      <para>mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [aangever]</para>
    </parablock>
    <para>- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen en/of</para>
    <para>- om geld te vragen en/of</para>
    <para>- de woorden toe te voegen -zakelijk weergegeven- dat hij niet moest stressen en/of dat hij rustig </para>
    <parablock>
      <para>moest blijven, althans woorden en/of (een) da(a)d(en) van gelijke aard en/of strekking,</para>
      <para>in elk geval een dreigende situatie te creëren; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(Artikel art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht)  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>