<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:3306</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-23T12:02:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10749545 CV EXPL 23-3429 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3306">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3306</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-23T11:26:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:3306 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-04-2024 / 10749545 CV EXPL 23-3429 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:3306:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering afgewezen. Toekenning van een bedrag aan reis-verblijf-en verletkosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:3306:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10749545 CV EXPL 23-3429</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 3 april 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] , </para>
      <para>procederend in persoon,</para>
      <para>mr. M. Leung heeft zich bij brief van 23 februari 2024 onttrokken als gemachtigde, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] , </para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>a. het tussenvonnis van 29 november 2023; </para>
      <para>b. de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 4 maart 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>
        [eiser] is niet op de mondelinge behandeling van 4 maart 2024 verschenen. [gedaagde] is wel verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering van [eiser] en het verweer van [gedaagde] </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om aan </para>
        <para>
          [eiser] te betalen een bedrag van € 1.895,86, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van de volledige betaling. Verder vordert [eiser] [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de 15e dag na betekening van dit vonnis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] stelt in de dagvaarding dat zij met [gedaagde] een bewaarnemingsovereenkomst heeft gesloten. [eiser] heeft [gedaagde] verzocht om een bedrag van € 5.000,00 voor haar in bewaring te nemen. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] nagelaten om aan haar een bedrag van </para>
        <para>€ 1.580,00 terug te betalen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist dat hij met [eiser] een overeenkomst tot bewaring heeft gesloten. [gedaagde] kan niet het door [eiser] genoemde bedrag van € 5.000,00 hebben ontvangen. Het rekeningnummer waarop [eiser] een bedrag van € 5.000,00 heeft overgemaakt staat namelijk op naam van een ander, [naam] . Uit de overgelegde producties blijkt ook dat de gemachtigde van [eiser] [naam] hierover heeft aangeschreven. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter oordeelt dat [eiser] haar stelling dat zij met [gedaagde] een bewaarnemingsovereenkomst heeft gesloten, gelet op de betwisting door [gedaagde] , niet dan wel onvoldoende heeft onderbouwd. Uit de overgelegde producties kan niet de conclusie worden getrokken dat [eiser] met [gedaagde] een bewaarnemingsovereenkomst heeft gesloten. De </para>
        <para>naam [gedaagde] komt in de stukken namelijk geen enkele keer voor. Kennelijk heeft [eiser] op 9 juli 2022 een bedrag van € 5.000,00 overgemaakt aan ‘ [naam] ’ en heeft haar voormalige gemachtigde [naam] bij brieven van 16 september 2022, 5 oktober 2022 en </para>
        <para>14 oktober 2022 gesommeerd tot betaling van het (restant)bedrag. Omdat de gestelde bewaarnemingsovereenkomst met [gedaagde] de enige grondslag van de vordering is en van een andere rechtsgrond niet is gebleken, zal de vordering worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Omdat de vordering van [eiser] wordt afgewezen zal zij worden veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde] . Op 4 maart 2024 is [gedaagde] naar de rechtbank gekomen om verweer te voeren. Op 6 februari 2023 heeft het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK) aanbevolen dat indien een gedaagde die in persoon procedeert op een zitting verschijnt een forfaitair bedrag van € 50,00 aan reis-, verblijf- en verletkosten wordt toegekend. De kantonrechter volgt deze aanbeveling en zal [eiser] veroordelen tot het betalen van € 50,00 aan proceskosten van [gedaagde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiser] af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 50,00 aan noodzakelijke reis-, verblijf-en verletkosten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Van 't Nedereind en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>