<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:3263</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-06T11:53:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/2753</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3263">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3263</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-29T11:50:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:3263 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-05-2024 / 23/2753</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:3263:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Omgevingsvergunning van rechtswege? | belanghebbendheid | niet-ontvankelijk</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:3263:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 23/2753 WABOA</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 mei 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats 1] , eisers</title>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere, het college </title>
    <para>(gemachtigde: mr. C.C.M. van Mil).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij neemt aan de zaak deel:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vereniging van Eigenaren appartementen ‘[naam appartementencomplex]’, VVE</emphasis>, uit Veere</para>
      <para>(gemachtigde: mr. G. Kranendonk). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eisers hebben ingesteld tegen de weigering van het college om een van rechtswege ontstane omgevingsvergunning voor het toestaan van recreatieve verhuur van appartementen in het appartementencomplex “[naam appartementencomplex]” aan de [adres] te [plaats 2], bekend te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 27 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers, de gemachtigde van het college met [naam 1] en namens derde partij mr. dr. ing. P.M.J. de Haan<footnote-ref linkend="_e78a6388-89dc-420c-8767-b6bea1938e7a" /> als gemachtigde met [naam 2].</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Feiten en omstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Op 25 maart 2022 heeft één van de eigenaren van een appartement in het appartementencomplex ‘[naam appartementencomplex]’ voor zichzelf en 26 andere eigenaren een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend om hun appartementen in afwijking van het ter plaatse geldende bestemmingsplan recreatief te mogen verhuren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij besluit van 12 mei 2022 heeft het college de beslistermijn met zes weken verlengd. Vervolgens heeft het college tweemaal – op 22 juni 2022 en 22 augustus 2022 – op verzoek van de aanvrager de beslistermijn opgeschort met respectievelijk acht en twaalf weken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 19 september 2022 is een gewijzigde aanvraag ingediend. De aanvrager is in deze aanvraag gewijzigd in de VVE en met de gewijzigde aanvraag is ook voor alle 43 appartementen in het complex.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij besluit van 3 november 2022 heeft het college geweigerd de aangevraagde omgevingsvergunning te verlenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij brief van 22 februari 2023 hebben eisers het college in gebreke gesteld wegens het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning. Bij brief van 8 maart 2023 heeft het college de ingebrekestelling afgewezen. Daarbij stelt het college dat er – gelet op de weigering van 3 november 2022 – geen sprake is van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning en daarom ook geen plicht tot publicatie bestaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Ambtshalve beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Voordat de rechtbank kan toekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep, ziet zij zich voor de vraag gesteld of het beroep van eisers ontvankelijk is. Daarbij is van belang dat artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een belanghebbende tegen een besluit beroep in kan stellen bij de bestuursrechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Uit artikel 1:3, derde lid van de Awb volgt dat een aanvraag een verzoek van een belanghebbende is om een besluit te nemen. In het voorliggende geval hebben (een aantal van de) eigenaren van de appartementen in het appartementencomplex ‘[naam appartementencomplex]’ een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend om de appartementen recreatief te kunnen verhuren. Niet in geschil is dat eisers geen eigenaar van één van de appartementen zijn. Evenmin zijn zij op een andere wijze direct betrokken bij het indienen van  de aanvraag om omgevingsvergunning.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Eisers hebben het college op 22 februari 2023 in gebreke gesteld verzocht de – naar hun mening – van rechtswege verleende omgevingsvergunning te publiceren. Dit verzoek is niet aan te merken als een aanvraag<footnote-ref linkend="_476c0b25-353c-4d9c-9267-0bb7af0c3e4c" />. Eisers zijn namelijk niet aan te merken als belanghebbenden bij dit verzoek. Artikel 1:2, eerste lid van de Awb bepaalt dat onder belanghebbende wordt verstaan diegene wiens belang rechtstreeks bij een besluit betrokken is. Niet aannemelijk is dat het belang van eisers op enige wijze rechtstreeks is betrokken bij het niet publiceren van een – gestelde – omgevingsvergunning van rechtswege, zeker niet wanneer er een – niet op die grond – door de aanvrager van de omgevingsvergunning bestreden weigering van de vergunning is gevolgd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>4. Gelet op het bovenstaande is het beroep van eisers niet-ontvankelijk. Dat laat onverlet dat eisers dit argument – dat sprake is van een vergunning van rechtswege – wel naar voren kunnen brengen in de (beroeps)procedure<footnote-ref linkend="_b28033ae-a341-49b8-8fca-bcb9ecd81288" /> gericht tegen verlening van de omgevingsvergunning. Of zij in die procedure als belanghebbende aangemerkt kunnen worden, dient daar te worden beoordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 17 mei 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e78a6388-89dc-420c-8767-b6bea1938e7a" label="1">
    <para> Na de zitting heeft de rechtbank bericht ontvangen dat de gemachtigde van de VvE is gewijzigd.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_476c0b25-353c-4d9c-9267-0bb7af0c3e4c" label="2">
    <para> Een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b28033ae-a341-49b8-8fca-bcb9ecd81288" label="3">
    <para> Bij besluit van 27 juli 2023 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het in strijd met het bestemmingsplan recreatief verhuren van de appartementen in het appartementencomplex ‘[naam appartementencomplex]’. Eisers hebben beroep ingesteld tegen dit besluit.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>