<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:3022</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-14T12:27:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/421729/HA RK 24-70 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3022">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3022</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-14T09:27:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:3022 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-05-2024 / C/02/421729/HA RK 24-70 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:3022:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>wraking, kennelijk ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:3022:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer C/02/421729/HA RK 24-70</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van 3 mei 2024 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>verder ook te noemen verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit het wrakingsverzoek dat op 18 april 2024 is ontvangen om 11:51 uur (deel I) en 11:53 uur (deel 2).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek strekt tot wraking van “alle strafrechters in uw rechtbank”. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het door verzoeker gedane wrakingsverzoek is op 25 april 2024 door de wrakingskamer ontvangen. In het wrakingsverzoek heeft verzoeker zijn gronden als volgt geformuleerd: <emphasis role="italic">“(…) Op grond van het toelaten van evidentr meineed en het moedwillig frustreren van het recht op een eerlijk proces in deze procedure ga ik over tot wraking van alle strafrechters in uw rechtbank. Men heeft er ondanks mijn stelbrief op aangestuurd dat ik geen verweer kon voeren, ondanks dat ik mij evident kenbaar heb gemaakt. (…) En deze wraking is volstrekt legitiem, iemand bij zijn eigen verdediging onthouden is de absolute schijn van partijdigheid. Veroordeel worden zonder proces is een misdrijf. (…)”</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Uit artikel 512 Sv volgt dat elk van de rechters die een zaak behandelen door een partij kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit dit artikel blijkt dat een wrakingsverzoek slechts rechters kan betreffen die de zaak van de betrokken partij behandelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De wrakingskamer is van oordeel dat het wrakingsverzoek niet kan slagen. Immers een wrakingsverzoek dient zich te richten tot een specifieke rechter die een specifieke zaak behandelt. Wraking van “alle strafrechters van uw rechtbank” behoort niet tot de mogelijkheden (vgl. Hoge Raad 8 augustus 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0806). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Verzoeker heeft in de e-mailcorrespondentie die was opgenomen onder het wrakingsverzoek verwezen naar een artikel dat door Omroep Brabant is gepubliceerd en waarin melding wordt gemaakt van een strafzaak tegen verzoeker. Ervan uitgaande dat verzoeker zijn wrakingsverzoek heeft willen richten tegen de rechters die deze strafzaak hebben behandeld, overweegt de wrakingskamer dat hij in zijn wrakingsverzoek geen specifieke feiten en omstandigheden heeft genoemd waaruit de (vrees voor) vooringenomenheid van deze rechters blijkt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>In deze strafzaak is overigens op 18 april 2024 om 12.30 uur een uitspraak gedaan. Het wrakingsverzoek is te laat ingediend om dat te verhinderen. In het wrakingsverzoek wordt immers geen zaaknummer of zittingsdatum genoemd, zodat het even duurde voordat het wrakingsverzoek geduid kon worden.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Het verzoek is dus kennelijk ongegrond. Omdat sprake is van een kennelijk ongegrond verzoek laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 lid 2 sub a van het wrakingsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol). Daarmee gaat de wrakingskamer voorbij aan het verzoek van verzoeker om aanwezig te zijn bij een mondelinge behandeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart het verzoek kennelijk ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 3 mei 2024 door mr. Holierhoek, mr. Hertsig en mr. Van Alphen, en op dezelfde dag uitgesproken in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. Rockx, griffier. Omdat de voorzitter is verhinderd om te tekenen, is deze beslissing ondertekend door mr. van Alphen. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>