<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:3006</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T04:50:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE 22/2166</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2024/1087</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2024051607</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2024-1169</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3006">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3006</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-15T14:18:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:3006 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 07-05-2024 / BRE 22/2166</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:3006:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Inkomstenbelasting, hoogte aanslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:3006:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Breda</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Belastingrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 22/2166 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 9 maart 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2019 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd. De inspecteur heeft daarbij tevens belastingrente in rekening gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft de inspecteur deelgenomen. Namens de inspecteur zijn mr. [inspecteur 1] en [inspecteur 2] verschenen. Belanghebbende is, met kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen (zie 4 en 4.1).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak of de inspecteur de aanslag IB/PVV over het jaar 2019 niet naar een te hoog bedrag heeft opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de aanslag niet te hoog is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Belanghebbende heeft de aangifte IB/PVV 2019 als volgt ingevuld:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="italic">Ingehouden loonheffing</emphasis>
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="italic">Inkomsten / Uitgaven</emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Gemeente Altena</para>
              <para>Aftrek specifieke zorgkosten</para>
              <para>Restant persoonsgebonden aftrek</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€ 3.134</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€ 14.271</para>
              <para> -/- €      260</para>
              <para> -/- €   1.500</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="italic">Verzamelinkomen</emphasis>
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="italic">€ 12.511</emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Gemeente Altena (de gemeente) heeft aan de inspecteur doorgegeven dat belanghebbende een inkomen van € 15.307 heeft genoten, waarover € 3.134 loonheffing is ingehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De inspecteur is afweken van de aangifte en heeft het door belanghebbende aangegeven inkomen van de gemeente gecorrigeerd en het geclaimde restant persoonsgebonden aftrek geweigerd. De inspecteur heeft de aanslag IB/PVV 2019 als volgt berekend:</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">Ingehouden loonheffing</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">Inkomsten/uitgaven</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Gemeente Altena</para>
                <para>Specifieke zorgkosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 3.134</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 15.307</para>
                <para> -/- €      260</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">Verzamelinkomen</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">€ 15.047</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Motivering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vooraf: afwijzing verdagingsverzoek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. De rechtbank heeft op 22 april 2024 digitaal een bericht van belanghebbende ontvangen met het verzoek de zitting uit te stellen en het beroep samen te voegen met andere, op dit moment bij de rechtbank lopende, procedures.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het verdagingsverzoek afgewezen omdat de rechtbank van oordeel is dat het belang van een doelmatige procesgang (thans) zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende om meerdere procedures gelijktijdig op zitting te behandelen. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat de andere procedures nog niet gereed zijn om op zitting te worden behandeld. Verder is in deze zaak reeds twee maal op verzoek van belanghebbende uitstel voor geplande zittingen verleend en is het inmiddels twee jaar geleden dat het beroepschrift is ingediend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vooraf: betalingsonmacht griffierecht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft ter zake van het te betalen griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan, omdat zij onvoldoende inkomen en geen vermogen heeft. Dat beroep is door de griffier voorlopig toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een ander oordeel. Zij honoreert dus het beroep op betalingsonmacht. Dat betekent dat belanghebbende geen griffierecht voor het instellen van het beroep hoeft te voldoen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De aanslag IB/PVV 2019</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft beoordeeld of de inspecteur de aanslag IB/PVV 2019 tot een te hoog bedrag aan belanghebbende heeft opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank is dat niet het geval. De gemeente heeft het door belanghebbende genoten inkomen aan de inspecteur doorgegeven en dat bedrag heeft de inspecteur als inkomen in de aanslag opgenomen. Belanghebbende heeft niet aangegeven waarom dat bedrag onjuist zou zijn. Verder is er geen beschikking restant persoonsgebonden aftrek aan belanghebbende afgegeven, zodat daarvoor geen aftrek mogelijk is. Ook op dit punt heeft belanghebbende niet aangegeven waarom de aanslag onjuist zou zijn. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een vermindering van de opgelegde aanslag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de belastingrente. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van de belastingrentebeschikking. Het bedrag van de belastingrente volgt het bedrag van de aanslag.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de aanslag IB/PVVV voor het jaar 2019 niet wordt verminderd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.H. van Schaik, rechter, in aanwezigheid van mr. C.C. van den Berg, griffier, op 7 mei 2024, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>