<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:2903</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-03T14:51:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-235604-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2903">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2903</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-03T09:05:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2903 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-04-2024 / 02-235604-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:2903:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak. De rechtbank vindt in deze zaak de enkele kleur van een zwembroek onvoldoende om buiten redelijke twijfel te kunnen oordelen dat verdachte de dader is geweest van twee aanrandingen in een zwembad.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:2903:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-235604-22  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 19 april 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1967, te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland</para>
      <para>wonende te [woonadres] , </para>
      <para>raadsvrouw mr. J.M. Veldman, advocaat te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 april 2024, waarbij de officier van justitie, mr. M.P. de Graaf, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte (feit 1 en 2) op 11 augustus 2022 twee (minderjarige) meisjes heeft gedwongen om ontuchtige handelingen te ondergaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie rekwireert tot vrijspraak van de feiten 1 en 2. Dat de door de twee meisjes genoemde ontuchtige handelingen zijn gepleegd, kan wettig en overtuigend bewezen worden. Er is echter te veel twijfel of deze handelingen door verdachte zijn gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging bepleit ook vrijspraak voor beide feiten. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat het verdachte is geweest die de ontuchtige handelingen bij beide meisjes heeft gepleegd. Het signalement dat de meisjes geven is niet consistent en past niet op het uiterlijk van verdachte. Verdachte heeft de feiten ook stellig ontkend. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de aanrandingen hebben plaatsgevonden. De toen elfjarige [slachtoffer 1] verklaart dat zij samen met haar moeder en haar toen negenjarige vriendin [slachtoffer 2] aan het zwemmen was in [zwembad] in Roosendaal . Twee mannen waren steeds aan het kijken naar hen. Beide meisjes hebben verklaard dat zij aan de zwembadrand hingen en dat er een man kwam aangezwommen. De man kneep [slachtoffer 2] aan de binnenzijde van haar lies en raakte daarbij haar vagina. Daarna kneep de man [slachtoffer 1] in haar bil. [slachtoffer 2] zag ook dat de man dat deed bij [slachtoffer 1] en heeft verklaard wat er bij haar was gebeurd. Beide meisjes verklaren consistent en hun verklaringen ondersteunen elkaar. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De meisjes hebben ook verklaard dat de politie na de melding ter plaatse kwam en de juiste mannen heeft aangehouden. Dit waren de uit [plaats 1] afkomstige verdachte en een vriend van verdachte die in [plaats 2] woont. Gelet op de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en andere onderzoeksresultaten is naar het oordeel van de rechtbank ook bewijsbaar dat verdachte of zijn vriend de dader moet zijn geweest. Naar het oordeel van de rechtbank is echter niet buiten redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte diegene is geweest. De rechtbank legt dat hierna uit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [slachtoffer 1] heeft tegen de politie ter plaatse twijfelachtig verklaard dat de dader een donkere zwembroek droeg en een snor had. In haar informatief gesprek de volgende dag heeft zij verteld dat de dader geen snor droeg en een tatoeage had op een been. [slachtoffer 2] heeft in haar informatief gesprek dezelfde avond verklaard dat de dader een zwarte zwembroek aan had en geen snor had. In haar studioverhoor verklaart ze echter dat ze niet zeker weet of hij een donker(blauw)e zwembroek aan had, maar dat [slachtoffer 1] dat had geschreven in haar telefoondagboek. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Anders dan wat de meisjes over de dader hebben verklaard, heeft verdachte wel een snor. Dat blijkt uit een politiefoto die op de bewuste dag van hem is gemaakt. Een tatoeage op een been heeft verdachte niet. Uit de politiefoto van de vriend van verdachte blijkt dat die ook een snor had op de bewuste dag. Of die vriend wel of niet een tatoeage op een van zijn benen heeft, blijkt niet uit het dossier. Uit ander onderzoeksresultaat lijkt wel te volgen dat de vriend van verdachte die dag in het zwembad in ieder geval handtastelijk is geweest bij een volwassen vrouw. De vriend van verdachte had die dag een beige zwembroek aan en verdachte een donkere. De rechtbank vindt in deze zaak de enkele kleur van een zwembroek echter onvoldoende om buiten redelijke twijfel te kunnen oordelen dat verdachte de dader is geweest van de aanrandingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van beide feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van de onder feit 1 en 2 tenlastegelegde feiten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter, mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. F.L. Donders, rechters, in tegenwoordigheid van G.T.A. Schuurmans-Knoop, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting op 19 april 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>