<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:280</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-09T12:40:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10716872 CV EXPL 23-3857 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:280">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:280</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-09T12:39:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:280 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-01-2024 / 10716872 CV EXPL 23-3857 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:280:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Huurachterstand is gedurende de procedure betaald. Ontbinding en ontruiming wordt afgewezen. Huurder wordt wel veroordeeld in de proceskosten, nu pas na de eerste rolzitting is betaald.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:280:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Cluster I Civiele kantonzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 10716872 CV EXPL 23-3857</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis d.d. 17 januari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap [eiseres] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te [plaats 1] ,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V. te Tilburg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats 2] aan het [adres] ,</para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>gedeeltelijk kosteloos procederend middels een toevoeging met nummer: [nummer] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. I.A.C. Cools, advocaat te Tilburg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiseres] ” en “ [gedaagde] ”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procesgang blijkt uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para>a. de dagvaarding van 18 september 2023 met producties;</para>
    <para>b. de conclusie van antwoord van 22 november 2023 met producties;</para>
    <para>c. de akte uitlating, tevens houdende een vermindering van eis, van [eiseres] van 6 december 2023;</para>
    <para>d. de antwoordakte zijdens [gedaagde] van 20 december 2023.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert, na vermindering van eis, om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden, alsmede om [gedaagde] te veroordelen het gehuurde te ontruimen met toewijzing van de bijbehorende nevenvorderingen. Zij voert bij haar laatste akte aan zich te refereren aan het oordeel van de kantonrechter met betrekking tot de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. Zij erkent dat de lopende huur wordt betaald. Zij verzet zich tegen het verzoek van [gedaagde] om de proceskosten te compenseren, nu [gedaagde] de hoofdsom (inclusief buitengerechtelijke kosten en verschenen rente) pas ruim na de eerste rolzitting heeft voldaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] erkent de hoogte en verschuldigdheid van de bij dagvaarding gevorderde huurachterstand, verschenen rente en buitengerechtelijke kosten. De achterstand is ontstaan, omdat [gedaagde] tijdelijk geen vast inkomen had. Inmiddels heeft hij weer een vast inkomen en kan hij de schuld voldoen. Hij heeft op 20 oktober 2023 dan ook de gevorderde hoofdsom, verschenen rente en buitengerechtelijke kosten betaald. Ook wordt de lopende huur betaald. Hij vraagt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst, de ontruiming van het gehuurde en de bijbehorende nevenvorderingen af te wijzen en de proceskosten te compenseren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] een huurachterstand heeft laten ontstaan ter hoogte van € 4.135,00, zodat vaststaat dat hij tekort geschoten is in de nakoming van de huurovereenkomst. Ook staat tussen partijen inmiddels vast dat de huurachterstand, de verschenen rente en de buitengerechtelijke kosten zijn voldaan en de lopende huur wordt betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een overeenkomst de wederpartij de bevoegdheid op grond van artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te (doen) ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding niet rechtvaardigt. Het feit dat de huurachterstand tijdens de procedure is voldaan, neemt niet weg dat er sprake was van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst. In beginsel mag [eiseres] dus om de ontbinding van de huurovereenkomst vragen. De kantonrechter zal de vordering daartoe echter afwijzen, nu de ontbinding van de huurovereenkomst, gelet op de betaling van de gehele vordering, thans niet meer gerechtvaardigd is. Gelet op het voorgaande zullen de ontbinding van de huurovereenkomst, de ontruiming van het gehuurde en de nevenvorderingen dan ook worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Nu [gedaagde] de vordering pas na de eerste rolzitting heeft voldaan, heeft [eiseres] terecht kosten gemaakt. [gedaagde] zal in de kosten worden veroordeeld. Voor de akte van [eiseres] wordt geen salaris toegekend, nu deze geen bijzondere inhoud heeft. Aan de zijde van [eiseres] worden de kosten vastgesteld op:</para>
      <para>- dagvaardingskosten	€    129,86;</para>
      <para>- griffierecht		€    514,00;</para>
      <para>- gemachtigdensalaris	€    330,00 (1 punt à € 330,00);</para>
      <para>- nakosten		<emphasis role="underline">€    132,00+;</emphasis></para>
      <para>Totaal			€ 1.105,86.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vorderingen tot de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde en de bijbehorende nevenvorderingen af; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.105,86, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2024.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>