<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:2763</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-30T10:12:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/419741 HA ZA 24-119 (T)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2763">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2763</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-29T09:43:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2763 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-04-2024 / C/02/419741 HA ZA 24-119 (T)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:2763:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deelgeschil, verzoek tussentijds appel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:2763:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Zeeland-West-Brabant</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/419741 / HA ZA 24-119</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 17 april 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>advocaat: mr. F. Sobczak,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ALBRON BV</emphasis>, </para>
      <para>te De Meern,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Albron,</para>
      <para>advocaat: mr. W. Knoester.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 27 februari 2024 met 5 producties, <?linebreak?>- de brief van 29 februari 2024, waarin namens [eiseres] toestemming is gevraagd tot het instellen van tussentijds hoger beroep tegen de deelbeschikking van 27 november 2023 van deze rechtbank,</para>
      <para>- het bericht van 20 maart 2024, waarin namens Albron is bericht dat zij geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek tot verlof. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van 27 november 2023 in de deelgeschilprocedure met zaaknummer / rekestnummer C/02/410271 / HA RK 23-110 heeft de rechtbank het volgende beslist: </para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>bepaalt dat Albron aansprakelijk is voor het [eiseres] op 7 september 2022 overkomen ongeval;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>bepaalt dat [eiseres] 25% eigen schuld heeft aan het ongeval en dat Albron gehouden is tot gedeeltelijke vergoeding van 75% van de daardoor veroorzaakte materiële en immateriële schade;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>begroot de kosten van dit deelgeschil ex artikel 1019aa, lid 1, Rv op een bedrag van € 3.417,65 en bepaalt dat Albron deze kosten aan [eiseres] dient te vergoeden. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft gelijktijdig met het aanbrengen van de dagvaarding verzocht om tegen de onder 2.1 genoemde beschikking tussentijds hoger beroep te mogen instellen. Albron heeft bericht daartegen geen bezwaar te hebben. De rechtbank overweegt als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij de beoordeling van het verzoek om tussentijds hoger beroep toe te staan is uitgangspunt dat tegen de beslissing op een verzoek in de deelgeschilprocedure geen hogere voorziening openstaat.<footnote-ref linkend="_e0e8ffdc-8318-49f8-bca2-1d77899d62a0" /> De deelgeschilbeschikking wordt voor de bindende kracht van daarin opgenomen beslissingen over geschilpunten die de materiële rechtsverhouding betreffen, gelijkgesteld met (eind)beslissingen in een tussenvonnis.<footnote-ref linkend="_0f0402d4-290c-4e0b-9ac5-dade40391dc9" /> In de bodemprocedure kan bij het gerechtshof hoger beroep worden ingesteld tegen de beschikking in het deelgeschil, althans tegen de daarin opgenomen bindende eindbeslissingen over de materiële rechtsverhouding van partijen, als van een tussenvonnis.<footnote-ref linkend="_ef9481af-6b67-4b8f-ba92-59b58871055b" /> Dat betekent dat de bodemrechter voor dit tussentijds hoger beroep verlof moet verlenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De deelgeschilrechter heeft een beslissing genomen die de materiële rechtsverhouding tussen partijen betreft. In de beschikking is bepaald dat Albron aansprakelijk is voor het ongeval dat [eiseres] op 7 september 2022 is overkomen, maar dat zij slechts 75% van de schade die daardoor is veroorzaakt moet vergoeden, omdat [eiseres] 25% eigen schuld heeft aan het haar overkomen ongeval. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er is niet gesteld of op een andere manier gebleken dat sprake is van nieuwe feiten of een juridische misslag. Dat betekent dat de rechtbank als bodemrechter gebonden is aan de beslissing van de deelgeschilrechter. De mogelijkheid bestaat dat het gerechtshof over de eigen schuld van [eiseres] anders oordeelt. Gelet daarop en om redenen van proces-economische aard zal de rechtbank tussentijds hoger beroep toestaan van de beschikking in het deelgeschil van 27 november 2023. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In afwachting van de beslissing in hoger beroep zal de rechtbank de zaak naar de parkeerrol verwijzen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>staat hoger beroep toe van de op 27 november 2023 onder zaaknummer / rekestnummer C/02/410271 / HA RK 23-110 gegeven beschikking in de tussen partijen gevoerde deelgeschilprocedure,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de parkeerrol van <emphasis role="bold">2 oktober 2024</emphasis>,</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Goedegebuur en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_e0e8ffdc-8318-49f8-bca2-1d77899d62a0" label="1">
    <para> Artikel 1019bb Rv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0f0402d4-290c-4e0b-9ac5-dade40391dc9" label="2">
    <para> Artikel 1019cc lid 1 Rv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ef9481af-6b67-4b8f-ba92-59b58871055b" label="3">
    <para> Artikel 1019cc lid 3 Rv.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>