<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:2676</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-08T13:46:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">418015 HA ZA 24-34</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_internationaalPrivaatrecht">Civiel recht; Internationaal privaatrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2676">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2676</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-25T11:13:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2676 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-05-2024 / 418015 HA ZA 24-34</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:2676:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ambtshalve toets bevoegdheid Nederlandse rechter. Grondslag vordering onrechtmatige daad. Meerdere gedaagden met woonplaats in Zwitserland en Duitsland. Verdrag van Lugano. Voornemens bevoegdverklaring o.g.v. artikel 24 Verdrag van Lugano  t.a.v. gedaagde die vrijwillig is verschenen. Voornemens onbevoegdverklaring t.a.v. overige gedaagden. Artikel 7 lid 2 EEX-Vo II. Verwijzing naar arresten Kronhofer/Maier en Marinari/Lloyds Bank van het HvJ EU. Uitleg plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan in geval van vermogensschade.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:2676:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Zeeland-West-Brabant</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/418015 / HA ZA 24-34</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 1 mei 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>advocaat: mr. P.R. Leenders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1] , </title>
    <parablock>
      <para>te [plaats 2] (Duitsland),</para>
      <para>gedaagde sub 1, </para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,</para>
      <para>die niet is verschenen,</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>
      <?linebreak?>2. [gedaagde sub 2] , </title>
    <parablock>
      <para>te [plaats 3] (Duitsland),</para>
      <para>gedaagde sub 2,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde sub 2] , </para>
      <para>die niet is verschenen,</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>
      <?linebreak?>3. [gedaagde sub 3] , </title>
    <parablock>
      <para>te [plaats 4] (Zwitserland),</para>
      <para>gedaagde sub 3,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde sub 3] , </para>
      <para>bezoekende advocaat: Volker Gensch (Duitsland),</para>
      <para>samenwerkende advocaat: mr. T. Teke,<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr> [gedaagde sub 4] , </title>
    <parablock>
      <para>te [plaats 5] (Duitsland),</para>
      <para>gedaagde sub 4,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde sub 4] , </para>
      <para>die niet is verschenen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: gedaagden.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de inleidende dagvaardingen;</para>
      <para>- de akte overlegging producties van [eiser] ; </para>
      <para>- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 3] ;</para>
      <para>- het tegen gedaagden sub 1, 2 en 4 verleende verstek.  <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vervolgens is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert - kort samengevat - veroordeling van gedaagden tot betaling van € 600.000,00, vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt hieraan - eveneens kort samengevat – een door ieder van gedaagden, althans door enige gedaagde gepleegde onrechtmatige daad ten grondslag. Gedaagden hebben één of meerdere strafbare feiten gepleegd tegenover [eiser] . Zij hebben namelijk door het aannemen van een valse naam of hoedanigheid, door listige kunstgrepen, [eiser] bewogen tot de afgifte van enig goed waarbij gedaagden het oogmerk hebben gehad om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. De gedragingen kwalificeren als oplichting, althans verduistering. [eiser] is ertoe bewogen een overeenkomst van geldlening te sluiten met een niet bestaande vennootschap in Liechtenstein, vertegenwoordigd door een inmiddels overleden bestuurder. [eiser] heeft vervolgens een bedrag van € 600.000,00 overgemaakt op de bankrekening van [gedaagde sub 2] . Het geld zou worden terugbetaald, maar dat is niet gebeurd. Er is dan ook sprake van schade, aldus [eiser] . </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Deze zaak heeft een internationaal karakter. Gedaagden wonen namelijk in Duitsland, dan wel Zwitserland. De rechtbank moet daarom ambtshalve toetsen of de Nederlandse rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">ten aanzien van [gedaagde sub 3]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Waar het gaat om [gedaagde sub 3] die woonachtig is in Zwitserland, overweegt de rechtbank dat het Verdrag van Lugano<footnote-ref linkend="_6a7f5dd6-ebf4-4b64-ac48-22643e9d66c8" /> uit 2007 van toepassing is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De hoofdregel van artikel 2 houdt in dat een gedaagde in beginsel voor het gerecht van diens woonplaats moet worden opgeroepen. Dit betekent dat in beginsel de Zwitserse rechter bevoegd is om kennis te nemen van het geschil ten aanzien van [gedaagde sub 3] . Volgens artikel 24 is echter het gerecht van een door dit verdrag gebonden staat waarvoor de verweerder verschijnt bevoegd, tenzij de verschijning ten doel heeft de bevoegdheid te betwisten, of indien er een ander gerecht bestaat dat volgens artikel 22 bij uitsluiting bevoegd is. Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank doet geen van die uitzonderingen zich hier voor. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Dit betekent dat de rechtbank voornemens is om zich ten aanzien van [gedaagde sub 3] op grond van artikel 22 van het Verdrag van Lugano <emphasis role="underline">bevoegd</emphasis> te verklaren vanwege haar vrijwillige verschijning in deze procedure. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">ten aanzien van [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Waar het gaat om [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] , allen woonachtig in Duitsland, overweegt de rechtbank dat de EEX-Vo II<footnote-ref linkend="_ba6f76c5-dd4c-4bdd-85e3-cd4ba5ad48f2" /> van toepassing is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De hoofdregel van artikel 4 EEX-Vo II houdt eveneens in dat een gedaagde in beginsel voor het gerecht van diens woonplaats moet worden opgeroepen. Dit betekent dat in beginsel de Duitse rechter bevoegd is om kennis te nemen van het geschil ten aanzien van [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] . Niet gesteld of gebleken is dat er sprake is van een afwijkende forumkeuze (artikel 25) en van vrijwillige verschijning (artikel 26) van deze drie gedaagden is evenmin sprake. Tegen hen is verstek verleend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt volledigheidshalve dat bevoegdheid ook niet kan worden aangenomen op grond van artikel 6 van het Verdrag van Lugano, voor de gevallen waarin er meer dan één verweerder is, omdat het dan moet gaan om het gerecht van de woonplaats van “een hunner” en geen van de gedaagden is woonachtig in Nederland. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft gesteld dat de Nederlandse rechter (meer specifiek deze rechtbank) bevoegd zou zijn, omdat de schade zou zijn geleden in Nederland, ter plaatse van de woonplaats van de geldverstrekker ( [eiser] ). Hij beroept zich op artikel 7 lid 2 EEX-Vo II. Hierin is bepaald dat een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad kan worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat het Hof van Justitie EU in het arrest Kronhofer/Maier<footnote-ref linkend="_aca81735-0200-4a65-937e-233a62a38bb0" />, onder verwijzing naar het arrest Marinari/Lloyds Bank<footnote-ref linkend="_fe7019a0-f650-41ae-91a8-515c137b1435" />, heeft geoordeeld dat onder “plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” (of zich kan voordoen) niet valt de plaats waar de verzoeker woont of waar zich het “centrum van zijn vermogen” bevindt op de enkele grond dat hij aldaar financiële schade heeft geleden die voortvloeit uit het – in een andere lidstaat ingetreden en door hem geleden – verlies van onderdelen van zijn vermogen. Door de overboeking vanaf de in Nederland door [eiser] aangehouden rekening naar de rekening van [gedaagde sub 2] was naar het voorlopig oordeel van de rechtbank in ieder geval nog geen schade ontstaan. Het gaat erom wat er is gebeurd vanaf de in Duitsland aangehouden rekening. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Gelet op de overwegingen hiervoor is de rechtbank voornemens om zich <emphasis role="underline">onbevoegd</emphasis> te verklaren ten aanzien van de gedaagden [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] . De rechtbank stelt [eiser] in de gelegenheid zich hierover uit te laten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>De rechtbank geeft [eiser] in overweging om zich ook uit te laten over de vraag of de overwegingen onder 3.9. gevolgen hebben voor zijn standpunt ten aanzien van het toepasselijke recht. [eiser] stelt dat op grond van artikel 4 lid 1 Rome II<footnote-ref linkend="_57c7a85f-e589-481d-b999-0ae7e97af241" />  Nederlands recht moet worden toegepast op het geschil omdat hij in Nederland vermogensschade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat, hoewel de EEX-Vo II en Rome II verschillende doelstellingen hebben, aannemelijk is dat de (hierboven aangehaalde) jurisprudentie van het Hof van Justitie EU in het kader van artikel 7 lid 2 EEX-Vo II ook van belang is voor de interpretatie van artikel 4 lid 1 Rome II. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold underline">woensdag 29 mei 2024</emphasis> voor het nemen van een akte door [eiser] over wat is vermeld onder rechtsoverwegingen 3.9, 3.10 en 3.11,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_6a7f5dd6-ebf4-4b64-ac48-22643e9d66c8" label="1">
    <para> Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, ook wel: EVEX II-Verdrag</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba6f76c5-dd4c-4bdd-85e3-cd4ba5ad48f2" label="2">
    <para>Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), ook wel: Brussel I bis</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aca81735-0200-4a65-937e-233a62a38bb0" label="3">
    <para> HvJ EU 10 juni 2004, C-168/02, ECLI:EU:C:2004:364 (Kronhofer/Maier)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fe7019a0-f650-41ae-91a8-515c137b1435" label="4">
    <para> HvJ EU 19 september 1995, C-364/93, ECLI:EU:C:1995:289 (Marinari/Lloyds Bank)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_57c7a85f-e589-481d-b999-0ae7e97af241" label="5">
    <para> Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>