<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:2486</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-16T16:20:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/173380-23, 02/119685-23 (ttz gev), 02/029962-23 (ttz gev)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2486">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2486</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-16T14:04:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2486 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 16-04-2024 / 02/173380-23, 02/119685-23 (ttz gev), 02/029962-23 (ttz gev)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:2486:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikelen 285 Sr, 285b Sr, 350 Sr en 2C Opw. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging, belaging en vernieling. Ook heeft hij 2,06 gram cocaïne in zijn bezit gehad. Strafoplegging: een gevangenisstraf van 100 dagen, waarvan 47 dagen voorwaardelijk. De rechtbank acht oplegging van een maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr in dit geval niet aangewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:2486:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummers: 02/173380-23, 02/119685-23 (ttz gev), 02/029962-23 (ttz gev)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 16 april 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1971 te [plaats 1]</para>
      <para>wonende te [woonadres]</para>
      <para>raadsman: mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden, advocaat te Roosendaal</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <parablock>
      <para>De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 april 2024, waarbij de officier van justitie mr. U.D. Colak en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
      <para>Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlasteleggingen</title>
    <parablock>
      <para>De tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan</para>
    </parablock>
    <para>- 02/173380-23: belaging <emphasis role="italic">(feit 1)</emphasis> en aan het aanwezig hebben van cocaïne <emphasis role="italic">(feit 2)</emphasis>;</para>
    <para>- 02/119685-23: bedreiging <emphasis role="italic">(feit 1)</emphasis> en vernielingen <emphasis role="italic">(feiten 2 en 3)</emphasis>; </para>
    <para>- 02/029962-23: bedreiging. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">02/173380-23, 02/119685-23 en 02/029962-23</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht alle feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van het dossier en de bekennende verklaring van verdachte gegeven ter zitting.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">02/173380-23 </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">(feit 1)</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging meent dat feit 1 kan worden bewezen met uitzondering van de laatste drie gedachtestreepjes: het door de straat rijden van het slachtoffer, het achtervolgen van het slachtoffer en het ophouden in de nabijheid van haar woning en haar werk.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">02/173380-23 </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">(feit 2)</emphasis>
          <emphasis role="underline">, 02/119685-23 en 02/029962-23</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft geen bewijsverweer gevoerd ten aanzien van de ten laste gelegde feiten. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="underline">02/173380-23 </emphasis>
            <emphasis role="underline italic">(feit 1)</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht feit 1 bewezen op basis van de bewijsmiddelen waaronder de bekennende verklaring van verdachte gegeven op zitting. </para>
          <para>Het door de raadsman gevoerde verweer dat de laatste drie gedachtestreepjes niet bewezen kunnen worden, is niet onderbouwd en wordt reeds om die reden verworpen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">02/173380-23 </emphasis>
            <emphasis role="underline italic">(feit 2)</emphasis>
            <emphasis role="underline">, 02/119685-23 en 02/029962-23</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten bewezen op basis van de bewijsmiddelen waaronder de bekennende verklaring van verdachte gegeven op zitting. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">02/173380-23</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>op tijdstippen gelegen in de periode van 20 mei 2023 tot en met 11 juli 2023 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door</para>
      </parablock>
      <para>- veelvuldig telefonisch contact (proberen) te zoeken met die [slachtoffer 1] en</para>
      <para>- veelvuldig in te spreken op de voicemail van die [slachtoffer 1] en</para>
      <para>- veelvuldig berichten en e-mails te versturen aan die [slachtoffer 1] en</para>
      <para>- meermalen via familie en collega’s van die [slachtoffer 1] (telefonisch en/of via berichten) contact (proberen) te zoeken met die [slachtoffer 1] en</para>
      <para>- meermalen via familie van die [slachtoffer 1] (telefonisch en/of via berichten) bedreigingen te uiten gericht aan het adres van die [slachtoffer 1] en</para>
      <para>- veelvuldig door de straat te rijden waar die [slachtoffer 1] woonachtig is en daarbij te claxonneren en</para>
      <para>- die [slachtoffer 1] in de auto te achtervolgen en te claxonneren naar die [slachtoffer 1] ;</para>
      <para>- meermalen zich op te houden in de onmiddellijke nabijheid van de woning van die [slachtoffer 1] en zich op te houden op het werk van die [slachtoffer 1] ,</para>
      <para>met het oogmerk die [slachtoffer 1] te dwingen iets te dulden;</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>op 6 juni 2023 te Breda opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2,06 gram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">02/119685-23</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>in de periode van 1 mei 2023 tot en met 8 mei 2023 in Nederland [slachtoffer 1] (zijn ex-partner) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 1] via WhatsApp-berichten en spraakberichten) dreigend de woorden toe te voegen:</para>
      </parablock>
      <para>- “ Ik maak je kapot. Ik schiet je een kogel door je kop. Ik schiet je echt kapot en ik doe het nog echt” en</para>
      <para>- “ Ik rij nu naar [naam 1] en als je daar bent snij ik je nek afstand” en</para>
      <para>- “ Ik zweer jou en beloof jou jij krijgt nooit geen goed leven meer, en dat zweeeeeerrj ik echt. Maak je kapot en hem erbij” en</para>
      <para>- “ Let maar op [naam 2] hoer, hoer jij opletten, dan samen kapot geloof me maar” en</para>
      <para>’- “Ik heb een zakmes in mijn tas en een broek mes. Dan rij ik nou direct met m’n auto bij mijn naar binnen. Dus er gaat niemand bellen naar je maat van de politie” en</para>
      <para>- “ Zweer ik ik droom elke dag en nacht dat ik jullie doodschieten en daarna mezelf, en dit is geen grootspraak, maar geloof me ik snap nu heel goed dat crime passionel bestaat”;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 2 </emphasis>
        </para>
        <para>op 8 mei 2023 te [plaats 2] , gemeente Rucphen opzettelijk en wederrechtelijk een auto (merk: Ford, type: Ka, kleur: grijs) die aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft beschadigd;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 3</emphasis>
        </para>
        <para>op 8 mei 2023 te [plaats 3] , gemeente Rucphen opzettelijk en wederrechtelijk een poort en een glasplaat en een palmboom die aan [slachtoffer 1] toebehoorden heeft vernield of beschadigd;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">02/029962-23</emphasis>
        </para>
        <para>op 16 april 2022 te [plaats 2] , gemeente Rucphen, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met zware mishandeling, door een mes door het rolluik van de woning van die [slachtoffer 2] te steken terwijl die [slachtoffer 2] in die woning aanwezig was.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van </para>
        <para>100 dagen, waarvan 47 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast verzoekt de officier van justitie om oplegging van maatregelen als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht bestaande uit een contactverbod met [slachtoffer 1] en een locatieverbod voor de [adres] in [plaats 3] . Dit alles voor de duur van de proeftijd met vervangende hechtenis van 1 week voor iedere keer dat verdachte de maatregelen niet naleeft, met een maximum van 6 maanden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzet zich niet tegen oplegging van de door de officier van justitie gevorderde deels voorwaardelijke gevangenisstraf, maar meent dat er praktische bezwaren bestaan tegen de gevorderde vrijheidsbeperkende maatregelen zodat deze maatregelen achterwege moeten blijven. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich in 2022 schuldig gemaakt aan bedreiging. Hij is naar de woning van [slachtoffer 2] , het slachtoffer, gegaan en heeft daar met een mes in de zonwering van die woning gestoken. [slachtoffer 2] was thuis en zag de bedreiging op beelden van zijn beveiligingscamera die hij had laten plaatsen naar aanleiding van eerdere incidenten met verdachte. Het spreekt voor zich dat verdachte door zijn handelen angstgevoelens bij [slachtoffer 2] teweeg heeft gebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In 2023 heeft verdachte zich opnieuw schuldig gemaakt aan bedreiging en daarnaast aan vernielingen en aan belaging. In een periode van acht dagen heeft verdachte zijn ex-partner [slachtoffer 1] doodsbedreigingen gestuurd via WhatsApp- en spraakberichten. Op de achtste dag (8 mei 2023) is verdachte naar de woning van [slachtoffer 1] gegaan waar hij haar auto en andere spullen in haar tuin heeft vernield. Daarna heeft verdachte gedurende bijna twee maanden [slachtoffer 1] dagelijks lastiggevallen door haar heel vaak te bellen, te mailen, voicemailberichten in te spreken, berichten te sturen, door haar straat te rijden en zelfs te achtervolgen. Ook zijn collega’s en familieleden van [slachtoffer 1] door verdachte benaderd, waarbij hij bedreigende woorden uitte gericht aan het adres van [slachtoffer 1] . Door zich zo te gedragen heeft verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] . Hij heeft zich enkel laten leiden door zijn eigen gevoelens zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor [slachtoffer 1] . Het gedrag van verdachte is uiterst onaangenaam en ook beangstigend voor [slachtoffer 1] geweest. In het schadevergoedingsformulier van 21 december 2023 schrijft zij psychische schade te hebben geleden. Er is PTSS bij haar geconstateerd waarvoor zij momenteel in behandeling is bij Mentaal Beter. [slachtoffer 1] wil geen schadevergoeding, maar wil enkel met rust gelaten worden door verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naast voormelde feiten heeft verdachte zich ook nog schuldig gemaakt aan het bezit van 2,06 gram cocaïne. Door bezit van harddrugs ontstaat schade en overlast voor de samenleving. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat drugsverslaafden vaak vermogensdelicten plegen om in hun verslavingsbehoefte te kunnen voorzien. Op het bezit van harddrugs zijn daarom zware straffen gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafbepaling neemt de rechtbank de voor haar geldende landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting als uitgangspunt. Ook houdt zij rekening met straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank slaat verder acht op het verloop van het schorsingstoezicht van verdachte. Verdachte heeft tot drie keer toe de schorsingsvoorwaarden overtreden door steeds opnieuw contact te zoeken met [slachtoffer 1] . Dit baart de rechtbank zorgen. Inmiddels lijkt echter sprake te zijn van een keerpunt gezien het reclasseringsadvies van 21 maart 2024. Daarin wordt vermeld dat [slachtoffer 1] door het inzetten van hulpverlening weerbaarder is en dat uit informatie van Veilig Thuis en de politie blijkt dat het delictgedrag van verdachte is gestopt. De reclassering schrijft verder dat er een veiligheidsplan is opgesteld, dat zij meer stabiliteit ziet op de praktische leefgebieden en dat verdachte zich heeft aangemeld bij GGZ Breburg voor zijn alcoholproblematiek. Nader onderzoek naar persoonlijkheidsstructuren bij verdachte lijkt nodig maar is niet van de grond gekomen omdat verdachte hier niet aan heeft meegewerkt. Tegelijkertijd heeft verdachte ook laten zien zich te kunnen herpakken. <?linebreak?>Het risico op recidive wordt door de reclassering ingeschat als gemiddeld en zij adviseert oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden. Interventies of toezicht wordt niet nodig geacht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het voorgaande afwegend acht de rechtbank de strafeis van de officier van justitie passend. De rechtbank zal daarom aan verdachte opleggen een gevangenisstraf van 100 dagen, waarvan 47 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van twee jaar. Dit betekent dat verdachte niet terug naar de gevangenis hoeft. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank gaat niet over tot oplegging van de door de officier van justitie gevorderde maatregelen als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht. Het is in het belang van alle betrokken partijen dat er rust komt en de rechtbank is van oordeel dat oplegging van deze maatregelen in dit geval mogelijk meer kwaad dan goed doet, mede gelet op de tussen verdachte en [slachtoffer 1] bestaande familieverhouding. De rechtbank benadrukt dat dit geen vrijbrief is voor verdachte om opnieuw contact te zoeken met [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft duidelijk aangegeven dat zij met rust gelaten wil worden, welke wens verdachte moet respecteren.   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 285, 285b en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">02/173380-23</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> Belaging;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">02/119685-23</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3:</emphasis> Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen of beschadigen, meermalen gepleegd;</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">02/029962-23</emphasis>
      </para>
      <para>Bedreiging met zware mishandeling;<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 100 dagen, waarvan 47 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">02/173380-23 en 02/119685-23</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft de geschorste bevelen tot voorlopige hechtenis op.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Veldhuizen, voorzitter, mr. C.H.W.M. Sterk en mr. L. de Jong, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.E.M. Hoezen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 april 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Veldhuizen en mr. Sterk zijn niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>