<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:2276</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-09T15:15:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/419253 / FA RK 24/761</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2276">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2276</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-09T13:28:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2276 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-03-2024 / C/02/419253 / FA RK 24/761</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:2276:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Machtiging tot opname en verblijf Wzd</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:2276:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold"> RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Team Familie- en Jeugdrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer:  C/02/419253 / FA RK 24/761</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 4 maart 2024 </emphasis>van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda  naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in </para>
      <para>artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [cliënt]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1948 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende [woonadres] ,</para>
      <para>thans verblijvende in de [zorgaccommodatie] , [locatie] , [adres] , </para>
      <para>hierna te noemen: cliënt,	</para>
      <para>advocaat: mr. J. Nederlof te Tilburg.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 19 februari 2024. </para>
      <para>Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:	</para>
      <para>- de aanvraag van 1 februari 2024; </para>
      <para>- de medische verklaring van 30 januari 2024;</para>
      <para>	-	het indicatiebesluit van 8 augustus 2023.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 maart 2024, in de hierboven genoemde accommodatie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:<?linebreak?>- 	cliënt, bijgestaan door zijn advocaat; </para>
      <para>- mevrouw [naam 1], arts;</para>
      <para>- mevrouw [naam 2], zorgcoördinator.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor cliënt te verlenen voor de duur van zes maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Standpunten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Op de vraag van de behandelend rechter wat hij vindt van het verzoek om de opname en het verblijf in de zorgaccommodatie voort te zetten antwoordt cliënt dat hij hier goed wordt verzorgd. Eerder wilde hij hier niet blijven, daarom is hij tot driemaal toe over het buitenhek heen geklommen. Op de daaropvolgende vraag van de behandelend rechter hoe het met hem gaat geeft cliënt aan “ik mankeer niets, ik heb geen klachten”. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De arts brengt naar voren dat cliënt rondom de opname en ook nadien, door onder meer de GPS tracker uit zijn jaszak te halen en door meermalen serieuze pogingen te ondernemen om over het buitenhek heen te klimmen, heeft laten blijken het verblijf en de opname niet te willen voortzetten. Gezien wordt sinds de medicatie toediening is gestopt dat cliënt zich in een rustigere fase bevindt. Ook lijkt hij het verblijf in de zorgaccommodatie beter te accepteren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De zorgcoördinator merkt op dat zij hetgeen door de arts naar voren is gebracht onderschrijft. Echter blijft in haar visie cliënt tegelijkertijd onvoorspelbaar, nu zij bij hem nog een zekere mate van waakzaamheid en alertheid signaleert voor wat betreft het zoeken naar mogelijkheden om uit de zorgaccommodatie te geraken. In dat verband wijst zij erop dat als één van de ziektesymptomen geldt dat cliënt gedesoriënteerd is in tijd en plaats. Daarvan uit bezien en ook meer specifiek rekening houdend met zijn nog opmerkelijk goede fysieke conditie acht zij de kans op herhaling van verzet tegen de opname middels ontsnappingsacties met alle risico’s van dien voor hem zelf en voor anderen reëel aanwezig. Zij acht daarom een machtiging tot opname en verblijf als verzocht op dit moment noodzakelijk. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De advocaat van cliënt voert aan dat ten aanzien van het voorliggende verzoek in zijn optiek wordt voldaan aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten, voor zover deze zien op het bestaan van een psychogeriatrische aandoening bij zijn cliënt die gepaard gaat met een psychische stoornis en als zodanig daaruit veroorzaakt ernstig nadeel. Ook dient er van te worden uitgegaan dat sprake is van verzet bij zijn cliënt tegen de opname en het verblijf. Met deze toelichting wenst hij zich ten aanzien van het voorliggende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot opname en verblijf alsook de duur daarvan te refereren aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken en het behandelde tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening gepaard gaand met een psychische stoornis, te weten de ziekte van Alzheimer met vasculaire component. De enkele, niet nader gemotiveerde ontkenning van cliënt dat hij een stoornis heeft, geeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de in de medische verklaring gestelde diagnose.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Deze psychogeriatrische aandoening die gepaard gaat met een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:</para>
      <para>- ernstig lichamelijk letsel;</para>
      <para>- ernstige psychische schade voor een ander;</para>
      <para>- ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang;</para>
      <para>- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf. Hoewel cliënt positief is in zijn uitingen over zijn verblijf in de zorgaccommodatie geeft hij daarnaast nog (steeds) blijk van grote waakzaamheid c.q. alertheid op mogelijkheden om, zodra die zich voordoen, te benutten om zich buiten de zorgaccommodatie te begeven, met alle risico’s voor hemzelf en voor anderen van dien.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [cliënt]
        </emphasis>, geboren op [geboortedag] 1948 te [geboorteplaats],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 4 september 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. Pellikaan, rechter en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2024 in tegenwoordigheid van Baremans als griffier, en op <?linebreak?>13 maart 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>