<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:2194</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-09T08:17:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/419957 JE RK 24-420</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2194">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2194</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-05T11:57:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2194 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-04-2024 / C/02/419957 JE RK 24-420</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:2194:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opheffing ondertoezichtstelling - doelen zijn behaald of niet meer van toepassing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:2194:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/02/419957 JE RK 24-420</para>
      <para>datum uitspraak: 5 april 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking opheffing ondertoezichtstelling </emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT</emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI),</para>
      <para>gevestigd te Etten-Leur,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige] , </emphasis>hierna te noemen: [minderjarige] ,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2007 te [geboorteplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als informant aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: </para>
      <para>- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, </para>
      <para>hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit het volgende stuk:</para>
      <para>- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 5 maart 2024, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum;</para>
      <para>- de e-mailberichten van de griffier aan de GI en de Raad van 15 maart 2024;</para>
      <para>- het e-mailbericht van de moeder van 20 maart 2024;</para>
      <para>- het e-mailbericht van [minderjarige] van 20 maart 2024;</para>
      <para>- de brief van de Raad van 26 maart 2024, ingekomen bij de griffie op 27 maart 2024.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	De feiten</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij beschikking van 19 mei 2023 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 19 mei 2023 tot 19 mei 2024. Tevens heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleent bij de – toen nog – moeder zonder gezag, met ingang van 19 mei 2023 tot 19 november 2023.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij beschikking van 24 oktober 2023 heeft de rechtbank bepaald dat de moeder voortaan het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] uitoefent.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [minderjarige] woont bij de moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Bij e-mailberichten van 20 maart 2024 hebben de moeder en [minderjarige] aangegeven akkoord te zijn met het verzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Bij brief van 26 maart 2024 bericht de Raad de kinderrechter dat de Raad instemt met het besluit van de GI om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] op te heffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige] op te heffen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Uit het voormelde e-mailberichten van de moeder en [minderjarige] van 20 maart 2024 leidt de kinderrechter af dat zij het eens zijn met het verzoek. Om die reden zal de kinderrechter  de zaak grond van de stukken en zonder mondelinge behandeling afdoen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat zegt de wet?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:261 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter de ondertoezichtstelling opheffen indien de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW, niet langer is vervuld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:</para>
      <para>a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;</para>
      <para>b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat vindt de kinderrechter?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken blijkt dat de bij de ondertoezichtstelling gestelde doelen inmiddels zijn behaald of niet meer van toepassing zijn. Ten aanzien van het doel van contactherstel tussen [minderjarige] en de vader is al voor de start van de ondertoezichtstelling gebleken dat dit niet meer mogelijk was. [minderjarige] heeft bovendien zelf aangegeven geen contact meer met zijn vader te willen. [minderjarige] woont vanaf maart 2023 volledig bij zijn moeder en kan hier blijven wonen en de moeder is belast met het gezag over [minderjarige] . Ook na de gezagswijziging is er geen contact met de vader tot stand gekomen. Ieder lijkt zich in die situatie te berusten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>De kinderrechter maakt uit de overgelegde stukken op dat het goed gaat met [minderjarige] . Hij lijkt rust te hebben gevonden bij de moeder thuis, er is geen sprake meer van drugsgebruik en hij heeft geen last meer van donkere gedachten. Volgens [minderjarige] heeft hij geen hulpverlening meer nodig.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande heeft de kinderrechter er vertrouwen in dat de positieve lijn die rondom [minderjarige] is ingezet, ook zonder ondertoezichtstelling zal worden voortgezet. Samen met de Raad acht de kinderrechter de gronden voor de ondertoezichtstelling niet langer aanwezig. De kinderrechter is dan ook met de GI van oordeel dat het voortzetten van de ondertoezichtstelling voor de resterende termijn tot 19 mei 2024 niet langer noodzakelijk is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Tot slot geeft de kinderrechter de moeder en [minderjarige] nog mee dat de breuk tussen [minderjarige] en de vader op lange termijn iets kan doen in de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] . Het is aan de moeder om, met hulp van het netwerk, te zorgen dat [minderjarige] hierin – indien nodig – de hulpverlening krijgt die hij behoeft. De kinderrechter heeft er vertrouwen in dat de moeder dit in het vrijwillig kader zal kunnen organiseren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8</nr>
      <para>Dit leidt tot de volgende beslissing. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>heft op de ondertoezichtstelling van de [minderjarige] met ingang van heden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2024 door mr. Hamburger, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Vos als griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Mededeling van de griffier</emphasis>:</para>
        <para>Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het </para>
        <para>gerechtshof ’s-Hertogenbosch.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>