<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:2126</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-08T09:38:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE 23/10642 tot en met 23/10646</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2126">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2126</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-05T14:44:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2126 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-04-2024 / BRE 23/10642 tot en met 23/10646</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:2126:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>VOVO. NO griffierecht</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:2126:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Belastingrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers: BRE 23/10642 tot en met 23/10646 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 april 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>, uit [plaats], verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Breda</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>Motivering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft een verzoek om voorlopige voorziening betreffende naheffingsaanslagen parkeerbelasting ingediend. Hiervoor is belanghebbende griffierecht verschuldigd van € 50,00<footnote-ref linkend="_1f6e84a2-9c9a-48bd-aa0f-bd9a64f439cc" />. De griffier heeft, bij brief van 3 november 2023, belanghebbende daarover geïnformeerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 9 december 2023 heeft belanghebbende gereageerd op de brief van de griffier van 3 november 2023. Hierin maakt belanghebbende bezwaar tegen de heffing van griffierecht. Bij brief van 14 december 2023 heeft de griffier laten weten dat voor een verzoek om voorlopige voorziening afzonderlijk griffierecht verschuldigd is. Ook heeft de griffier in deze brief opgenomen dat uit belanghebbendes brief wordt afgeleid dat hij zich beroept op betalingsonmacht. Vervolgens is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken het daartoe strekkende formulier en bijbehorende gegevens in te dienen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 23 december 2023 heeft belanghebbende nadere stukken ingediend bij de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 8 januari 2024 heeft de rechtbank belanghebbende geïnformeerd dat zijn beroep op betalingsonmacht is afgewezen, omdat hij geen gegevens over zijn inkomen en zijn vermogen heeft overgelegd. Op diezelfde datum is hem opnieuw een nota griffierecht toegezonden bij aangetekende brief. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens gegevens van Track&amp;Trace van PostNL is laatstgenoemde nota griffierecht niet afgehaald op de afhaallocatie van PostNL. Bij brief van 11 maart 2023 (verzonden per zowel aangetekende post als gewone post) is belanghebbende medegedeeld dat het griffierecht binnen twee weken na dagtekening van deze brief betaald dient te zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:82, derde lid, in samenhang met artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.H. van Schaik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I. van Wijk, griffier, op 3 april 2024. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier 					voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_1f6e84a2-9c9a-48bd-aa0f-bd9a64f439cc" label="1">
    <para> Artikel 8:82 van de Algemene wet bestuursrecht</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>