<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:2055</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-02T09:19:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/420130 / JE RK 24-444</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2055">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2055</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-28T11:19:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2055 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 28-03-2024 / C/02/420130 / JE RK 24-444</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:2055:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging ondertoezichtstelling voor een maand</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:2055:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/420130 / JE RK 24-444</para>
      <para>Datum uitspraak: 28 maart 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Middelburg,</para>
      <para>hierna te noemen: de GI.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats],</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat: mr. H. Mink te Vlissingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>wonende in [woonplaats],</para>
      <para>advocaat: mr. M.C.M.E. Schijvenaars te Vlissingen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in zijn beoordeling:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 13 maart 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 13 maart 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het e-mailbericht van mr. Schijvenaars van 20 maart 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 20 maart 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het e-mailbericht van mr. Mink van 20 maart 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 20 maart 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het e-mailbericht van de GI van 25 maart 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 25 maart 2024.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige] is erkend door de vader.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van de kinderrechter van 5 april 2023 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 5 april 2023 en tot 5 april 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [minderjarige] woont bij de moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond als bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:</para>
      </parablock>
      <para>a. 	de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;</para>
      <para>b.	de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De kinderrechter overweegt als volgt. De GI heeft op 13 maart 2024 het verzoekschrift bij de rechtbank doen inkomen. Gelet op de verhinderdata van alle partijen, het zittingsrooster en de afloopdatum van de ondertoezichtstelling van [minderjarige], is het niet mogelijk gebleken om het verzoek tijdig voorafgaand aan de afloopdatum van de ondertoezichtstelling mondeling te behandelen en de belanghebbenden te horen over het verzoek. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] daarom - met instemming van de GI, de advocaat van de moeder en de advocaat van de vader - ter overbrugging verlengen voor de duur een maand, te weten met ingang van 5 april 2024 en tot 5 mei 2024. De mondelinge behandeling van het resterende deel van het verzoek betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling zal worden aangehouden tot de mondelinge behandeling op <emphasis role="bold underline">[datum] 2024 om [uur]</emphasis>. Ter gelegenheid van die mondelinge behandeling zullen tevens de verzoeken van de vader ten aanzien van het gezag, het hoofdverblijf, de omgangsregeling en de informatieregeling (bekend onder zaaknummer C/02/361129 / FA RK 19-3698) (nader) worden behandeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Dit leidt tot de volgende beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 5 april 2024 en tot 5 mei 2024;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>houdt het resterende deel van het verzoek tot het verlengen van de ondertoezichtstelling aan tot de hierna genoemde mondelinge behandeling en bepaalt dat de verzoeken bekend onder zaaknummer C/02/361129 / FA RK 19-3698 gelijktijdig zullen worden behandeld tijdens de mondelinge behandeling van <emphasis role="bold underline">[datum] 2024 om [uur]</emphasis>, welke behandeling wordt gehouden in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie <emphasis role="bold underline">Middelburg, Kousteensedijk 2</emphasis>, ten overstaan van mr. M. voorn, kinderrechter, voor de duur van 75 minuten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die mondelinge behandeling voor de (advocaat van de) vader, de (advocaat van de) moeder en de GI;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>bepaalt dat de Raad per aparte oproepbrief wordt opgeroepen voor die mondelinge behandeling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>behoudt zich iedere verdere beslissing voor.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. Holierhoek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2024, in aanwezigheid van mr. Vork als griffier.</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
      <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.</para>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>