<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:1884</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-21T14:05:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-665234-17 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1884">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1884</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-21T09:49:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:1884 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 07-03-2024 / 02-665234-17 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:1884:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
        <para>Schikking in de zin van artikel 511c Wetboek van Strafvordering.</para>
        <para>Geen beëindiging van rechtswege ex artikel 6:18:4 lid 1 Wetboek van Strafvordering.</para>
        <para>Nog niet voldaan aan termen schikking.</para>
        <para>Schikking beoogt geen inhoudelijke beslissing van rechtbank.</para>
        <para>Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:1884:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 02-665234-17 ontneming</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de rechtbank d.d. 7 maart 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de ontnemingszaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats]</para>
      <para>thans gedetineerd in P.I. Vught</para>
      <para>raadsman mr. S. de Korte, advocaat te Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Ten aanzien van de inhoudelijke strafzaak heeft de rechtbank betrokkene op 20 juni 2023 conform de door hem en het Openbaar Ministerie overeengekomen procesafspraken veroordeeld. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft bij vordering van 2 maart 2023 tevens de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gevorderd. Naar aanleiding van deze vordering is er tussen betrokkene en het Openbaar Ministerie op 27 januari 2023 een schikking tot stand gekomen in de zin van artikel 511c Sv.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De schikking is behandeld op de zitting van 7 maart 2024, waarbij de officier van justitie, mr. C.M.J.M. van Buul, de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie heeft gevorderd. Betrokkene en zijn raadsman waren niet aanwezig, maar de raadsman heeft per </para>
      <para>e-mailbericht van 4 maart 2024 laten weten dat ook hij van mening is dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De officier van justitie heeft aangegeven dat er een betalingsregeling loopt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het oordeel van de rechtbank </title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering, de ondertekende schikking en de standpunten van het Openbaar Ministerie en de verdediging.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de ontnemingszaak nog niet van rechtswege is geëindigd op de voet van artikel 6:18:4 lid 1 Sv, omdat nog niet aan de termen van de schikking is voldaan. Er loopt immers nog een betalingsregeling. In zoverre dient de rechtbank nog wel een beslissing te nemen. De rechtbank overweegt daartoe dat de wet niet duidelijk is over de rechtsgevolgen van een schikking bij deze stand van zaken, waarin een te ontnemen bedrag is afgesproken en terzake een betalingsregeling loopt. Wel is helder dat partijen met de schikking beogen dat de rechtbank geen inhoudelijke beslissing (meer) neemt over de vordering. Immers, veroordeelde en het Openbaar Ministerie zijn tot een schikking gekomen, teneinde daarmee een rechterlijke behandeling van de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Wetboek van Strafrecht (Sr) te voorkomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal daarom het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk in haar vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.H. Goossens, voorzitter, mr. A.L. Hoekstra en mr. M.E. de Boer, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. de Jonge en is uitgesproken ter openbare zitting op 7 maart 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>