<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:1698</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-19T13:39:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/410685 / HA ZA 23-322 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1698">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1698</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-19T13:39:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:1698 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-03-2024 / C/02/410685 / HA ZA 23-322 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:1698:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Koopwoning. Non-conformiteit; gebrekkige dakconstructie. Wat is deugdelijk herstel?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:1698:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/410685 / HA ZA 23-322</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 13 maart 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser 1] , </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [eiser 2] , </emphasis>
      </para>
      <para>te [plaats] ,<?linebreak?>eisende partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [eisers] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J. de Roo te Oosterhout NB,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1] , </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [gedaagde 2] , </emphasis>
      </para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [gedaagden] ,</para>
      <para>advocaat: mr. G.C.L. van de Corput te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para> –	het tussenvonnis van 27 september 2023 en de daarin genoemde stukken, </para>
        <para> –	de akte indienen productie van de zijde van [eisers] met productie 22,</para>
        <para> –	het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 januari 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde 	producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:</para>
      <para> –	Partijen hebben op 8 december 2020 een koopovereenkomst gesloten, waarbij </para>
      <para>	[gedaagden] aan [eisers] heeft verkocht de woning aan [adres] </para>
      <para>	 te [plaats] (hierna: de koopovereenkomst).  </para>
      <para> –	De koopovereenkomst luidt – voor zover van belang – als volgt:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">artikel 6: Staat van de onroerende zaak/Gebruik</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">. De onroerende zaak zal aan koper in eigendom worden overgedragen in de staat 	waarin deze zich bij het tot stand komen van deze koopovereenkomst bevindt, derhalve met 	(…) zichtbare en onzichtbare gebreken(…).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic"> De onroerende zaak zal bij de eigendomsoverdracht de feitelijke eigenschappen bezitten 	die nodig zijn voor een normaal gebruik als: woonhuis.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Verkoper staat niet in voor andere eigenschappen die voor een normaal gebruik nodig zijn. 	Gebreken die het normale gebruik belemmeren en die aan koper bekend of kenbaar zijn op 	het moment van het tot stand komen van deze koopovereenkomst komen voor rekening en 	risico van koper. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Voor gebreken die het normale gebruik belemmeren en die niet aan koper bekend of kenbaar 	waren op het moment van het tot stand komen van deze koopovereenkomst is verkoper 	uitsluitend aansprakelijk voor de herstelkosten. Bij het vaststellen van de herstelkosten 	wordt rekening gehouden met de aftrek ‘nieuw voor oud’.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Verkoper is niet aansprakelijk voor overige (aanvullende) schade, tenzij de verkoper een 	verwijt treft”.</emphasis>
        </para>
        <para> –	[gedaagden] heeft de woning op 26 maart 2021 aan [eisers] geleverd. Kort	daarna is [eisers] begonnen met het (laten) uitvoeren van 	verbouwingswerkzaamheden in de woning. Bij het uitvoeren van die </para>
        <para>	werkzaamheden heeft [eisers] , na verwijdering van de houten schroten en het 	isolatiemateriaal op de bovenverdieping, vocht- en schimmelplekken en houtrot in 	het dakbeschot onder het zinken dak van de woning waargenomen. [eisers] 	heeft dit gemeld bij de betrokken makelaar en [gedaagden]  heeft dit op 	zijn beurt gemeld bij de heer [naam 1] van (de inmiddels ontbonden vennootschap) 	[dakdekker] BV, die in 2009 het zinken dak op de woning heeft </para>
        <para>	aangebracht.   </para>
        <para> –	[eisers] heeft vervolgens diverse deskundigen ingeschakeld, waaronder QLT 	Ingenieurs en Normplan, om de oorzaak van de vocht- en schimmelproblematiek te 	achterhalen. Ook [gedaagden] heeft met dat doel een deskundige ingeschakeld, te 	weten ZNEB Expertise en Taxatie BV. Volgens de door beide partijen 	ingeschakelde deskundigen is de oorzaak van de vocht- en schimmelproblematiek 	gelegen in een ondeugdelijk aangebrachte dakconstructie. Over het antwoord op de </para>
        <para>	vraag wat precies de dakconstructie gebrekkig maakt en op welke wijze deze </para>
        <para>	deugdelijk hersteld kan worden, verschillen de deskundigen van mening.   </para>
        <para>–	Bij beschikking van 30 juni 2022 heeft deze rechtbank op verzoek van [eisers] een voorlopig deskundigenonderzoek bevolen. De door de rechtbank benoemde deskundige, BDA Dak- en Geveladvies BV (hierna: BDA), heeft haar bevindingen neergelegd in haar rapport van 21maart 2023. Het rapport luidt, voor zover van belang, als volgt: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">2.	Gegevens en mededelingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Procesdossier</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Het procesdossier is door de Rechtspraak, Rechtbank Zeeland-West-Brabant verstrekt en 	bevat de volgende stukken:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Rapport ZNEB Expertise en Taxatie BV. (…).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>4.Beantwoording vragen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Vraag 5: Indien u vraag 2 bevestigend beantwoordt, welke werkzaamheden zijn volgens u 	nodig om een deugdelijk dakconstructie c.q. een deugdelijk dak te realiseren en wat 	zouden de kosten van herstel zijn?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Antwoord vraag 5:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(…)	</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Binnen dit materiaaluitgangspunt en de bouwkundige omstandigheden moet een bouwfysisch 	en technisch verantwoord dak worden samengesteld. Het is hierbij onvermijdelijk de 	bestaande zinken felsbanen te verwijderen. Dit om twee redenen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Reden 1: Het houten dakbeschot moet goed, zowel aan de onder- als bovenzijde beoordeeld 	kunnen worden. (…).</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Reden 2: er moet een geïsoleerd dak worden gemaakt waarbij instroming van lucht onder 	het dakbeschot/zink niet mogelijk is. Praktisch gezien is dit hier niet effectief uitvoerbaar. Bij 	een niet goed effectieve “remming” van lucht is de kans op schade aan het dakbeschot reëel. 	Dit kan gedurende vele jaren gemaskeerd blijven. De huidige casus is hiervan een goed 	voorbeeld.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Nadat het zink is verwijderd en aangetast hout is vervangen zal een nieuwe 	dakbedekkingsconstructie moeten worden aangebracht. De voorkeur gaat uit naar een 	geventileerd geïsoleerd zinken dak.  </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	De kosten voor de werkzaamheden zijn geraamd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	 – Bouwplaatsvoorzieningen, steigerwerk en veiligheid	€    15.000,-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	 – Dakbedekkingsconstructie:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	* Verwijderen bestaande felsbanen en folie</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	* Controle hout en vervangen aangetast hout (circa 35%)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	* Aanbrengen dampremmende laag</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	* Aanbrengen houten balken</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	* Aanbrengen isolatie (PIR) tussen balken</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	* Aanbrengen open houten latten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	* Aanbrengen nieuwe zinken felsbanen en afwerken details	</emphasis>
        <emphasis role="underline italic">€   96.140,-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">						Totaal		€ 111.140,- excl. BTW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	De kosten zijn geraamd op basis van huidig prijspeil en bouwcalculatienormen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Opmerkingen en verzoeken op Concept</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Concept deskundigenbericht</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Een concept deskundigenbericht is op  d.d. 22 december 2022 per email verstuurd aan de 	partijen met het verzoek eventuele opmerkingen en verzoeken schriftelijk kenbaar te maken. 	De beide partijen hebben een reactie gegeven. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Opmerkingen en verzoeken [eisers] </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	B   Onder vraag 5 geeft u aan dat een dakbedekkingsconstructie moet worden geplaatst, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	     waarbij de voorkeur uitgaat naar een geventileerd geïsoleerd zinken dak. Bedoelt u, om </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> 	     te kunnen spreken van een deugdelijke dakconstructie c.q. deugdelijk dak, dat een </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	     geventileerd geïsoleerd dak moet worden aangebracht? 	</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Het wordt niet aanbevolen onder de hier heersende omstandigheden, conform het ontwerp in 2009 een </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	niet geventileerd dak aan te brengen. Zoals inmiddels bekend, leidt de hier ongeventileerde geïsoleerde </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	dakconstructie tot overmatige condensatie en schade. Zwaarwegende voorwaarde voor dit type </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	dakconstructie is een effectief werkende luchtstromingsdichte dampremmende laag aan de warme zijde </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	van de isolatie. In de praktijk betekent dit dat er van “bouwmuur tot bouwmuur” een gesloten 	dampremmende laag van bijvoorbeeld polyethyleen folie (“plastic folie”) moet worden geplaatst.  </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Het wordt uitermate lastig zo niet onmogelijk geacht dit vanuit de binnenruimte, tegen of tussen de </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	huidige houten balklaag, te realiseren. Praktisch gezien is dit, door vele onderbrekingen in het </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	onderdak zoals elektraleidingen, balken, binnenwanden e.d. niet gegarandeerd goed uitvoerbaar en/of </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	controleerbaar. Ieder (niet tijdig onderkend) defect in de dampremmende laag zal op de korte, midden </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">of lange termijn leiden tot schade aan het dakbeschot en/of zinken afwerking. Bovendien valt binnen dit constructieprincipe niet uit te sluiten dat later door gebruik van de woning schade aan de </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	dampremmende laag ontstaat, bijvoorbeeld door het aanbrengen van lichtspots, elektra of dergelijke.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Het advies is binnen voornoemde ontwerpoverwegingen en uitgangspunten een geventileerd 	geïsoleerd dak aan te brengen. Het dakprincipe is in doorsnede gegeven bij de beantwoording van </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	vraag 5. In plaats van onder het dakbeschot wordt de dampremmende laag op het dakbeschot </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	geplaatst. Praktisch is dit eenvoudig uitvoerbaar en de laag is goed controleerbaar. Indien toch enige </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	binnenlucht in de dakconstructie stroomt wordt deze afgevoerd door de spouwisolatie. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Resumerend is het antwoord ja; om een deugdelijk dak te kunnen krijgen zal een geventileerd 	geïsoleerd dak moeten worden gemaakt.  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	C   Onder vraag 5 is de raming van de herstelkosten voor cliënten niet goed inzichtelijk. Is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	     het mogelijk om per bulletpoint aan te geven wat de geraamde kosten zijn en daarbij een </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	     onderscheid te maken tussen enerzijds de materiaalkosten en anderzijds de </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	     arbeidskosten?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   In uw kostenraming ontbreekt een post voor vergunningskosten/leges, terwijl voor de </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   werkzaamheden aan het dak een omgevingsvergunning nodig is. De door cliënten </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   betaalde leges bedragen € 1.210,00. (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   In uw kostenraming ontbreekt ook een post voor het realiseren van een goede aansluiting</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   van de aanbouw op de felsbanen van het dak, terwijl u onder vraag 7 aangeeft dat binnen </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   het nieuwe ontwerp een toekomstbestendig opstand detail moet worden gemaakt. Cliënten </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   hebben deze aansluiting inmiddels laten maken. De door cliënten betaalde kosten </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   bedroegen € 8.608,38 inclusief BTW. (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   Onderaan uw kostenraming staat dat de kosten geraamd zijn op basis van: “huidig </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   prijspeil en bouwcalculatienormen”. Kunt u aangeven welke peildatum u als</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   uitgangspunt voor de berekening heeft genomen?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   In de periode september tot en met november 2022 hebben cliënten het dak laten </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   vervangen. Cliënten hebben ondervonden dat de kosten van materialen en arbeid in de </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   loop van 2022 fors zijn gestegen als gevolg van o.a. de oorlog in Oekraïne en inflatie. Zij </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   constateren dan ook dat de daadwerkelijke kosten van materiaal en arbeid hoger zijn dan </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   uw kostenraming. Cliënten menen dat bij de kostenraming rekening gehouden moet </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	   worden met de prijsstijgingen in 2022. In hoeverre is dit gebeurd?  	</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	In de uitvraag van de rechtbank aan Kiwa BDA is Kiwa BDA uitgegaan van een kostenraming. De 	kosten zijn geraamd op basis van een begroting van afzonderlijke elementen van het noodzakelijke 	dakherstel. Er is geen directiebegroting/gedetailleerde calculatie gemaakt. Zoals aangegeven in het 	deskundigenbericht is de basis hiervoor het huidige prijspeil. De huidige marktprijzen zijn wispelturig  	en vaak sterk aan stijging onderhevig. Het is niet bekend of dit een kortstondig of langdurig proces 	wordt. Een actuele gespecificeerde (directie)begroting kan door Kiwa BDA op een door partijen vast 	te stellen moment worden gemaakt. Het hiervoor noodzakelijk dat een beknopte werkomschrijving 	beschikbaar is alsmede dat alle maten, hoeveelheden en dergelijke bekend zijn. In de huidige 	raming zijn de kosten voor bouwplaatsvoorzieningen, materiaal en werkzaamheden opgenomen. De 	bedragen zijn inclusief details, algemene kosten en staartkosten (winst/risico). De door u verlangde 	aanpassing voor omgevingsvergunning en dergelijke, zijn in principe al verdisconteerd in de bedragen 	onder de noemer “dakbedekkingsconstructie” in de raming.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	De huidige genoemde kosten geven een goede verwachting van de herstelkosten. Het prijspeil dat 	gehanteerd is, is eind 2022.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Opmerkingen en verzoeken [gedaagden]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	K   Tevens op pag. 13 licht u bij “Reden 2” niet toe waarom het praktisch niet effectief </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">                    uitvoerbaar is. ZNEB gaat er vanuit dat partieel herstel van het zink op het dak en het </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">                    aanbrengen van een dampremmende folie aan de binnenzijde wel mogelijk is. Dat </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">                    laatste dient zorgvuldig te gebeuren maar is wel uitvoerbaar.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zoals aangegeven bij de reactie van de deskundige op [naam 2] (onder B) wordt het praktisch </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	uitermate lastig zo niet onmogelijk geacht een effectief stromingsdichte laag aan de onderzijde van het </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	dak te plaatsen. Het risico van schade is binnen een dergelijk ontwerp reëel en actueel. Deze optie </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	wordt niet geadviseerd. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	L   U kiest bij het herstel voor een geventileerd geïsoleerd zinken dak. Dit systeem is echter </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">                   veel duurder dan een dampdicht systeem waar ZNEB in haar rapport vanuit gaat (zie </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">                   hoofdstuk 8, antwoord op vraag 1, pag. 6, 7 en 8), waarmee ook met plaatselijk herstel </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	    kan worden volstaan. Het lijkt alsof partieel vervangen van het zink niet is overwogen </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">                  omdat [eisers] voor aanvang van uw onderzoek al besloten hadden om het gehele dak </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">                  te vervangen.  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zoals eerder in het hoofdstuk aangegeven wordt een dergelijke oplossing niet geadviseerd. Uiteraard 	is partieel vervangen van het zink wel overwogen maar om redenen, zoals aangegeven bij de 	beantwoording van vraag 5 in het concept deskundigenbericht, niet geadviseerd dan wel als zodanig 	omschreven. Het besluit van [eisers] om het dak algeheel te verbeteren doet niets af aan deze 	overweging en is als zodanig niet ter zake dienend.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	M   De kosten op pag. 14 zijn niet gespecificeerd en derhalve niet te beoordelen. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Hiervoor wordt verwezen naar de reactie op [naam 2] (onder C)”.</emphasis>
        </para>
        <para>–	Bij brief van 28 maart 2023 heeft [eisers] [gedaagden] aansprakelijk gesteld voor 	de door BDA geraamde herstelkosten van € 134.479,40 (inclusief btw) en voor de onderzoekskosten, advocaatkosten en gevolgschade op grond van een toerekenbare tekortkoming. [eisers] heeft [gedaagden] daarop gesommeerd om binnen veertien dagen tot betaling van in totaal een bedrag van € 222.853,03 over te gaan. </para>
        <para> –	[gedaagden] is niet tot betaling aan [eisers] overgegaan. Partijen hebben ook geen 	minnelijke regeling bereikt.</para>
        <para> –	In opdracht van [eisers] heeft een derde herstelwerkzaamheden aan de 	dakconstructie c.q. het zinken dak van de woning uitgevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisers] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, samengevat:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	primair</emphasis>
        </para>
        <para>I.	de koopovereenkomst gedeeltelijk te ontbinden met evenredige vermindering van de 	koopprijs van € 134.479,40 inclusief btw, </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	en/of</emphasis>
        </para>
        <para>II.	voor zover de koopovereenkomst niet wordt ontbonden, een verklaring voor recht 	dat [eisers] hoofdelijk aansprakelijk is voor vergoeding van een bedrag van      	€ 134.479,40,   </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>III.	een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst tot stand is gekomen onder 	invloed van dwaling,</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	en/of</emphasis>
        </para>
        <para>IV.	de gevolgen van de koopovereenkomst te wijzigen ter opheffing van het nadeel dat 	[eisers] lijden, althans de koopovereenkomst gedeeltelijk te vernietigen en de 	koopprijs te verminderen met € 134.479,40 inclusief btw, vermeerderd met rente, </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	en/of zowel primair als subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>V.	veroordeling van [gedaagden] tot betaling van een bedrag van € 54.995,56, 	vermeerderd met rente,</para>
        <para>VI.	veroordeling van [gedaagden] tot betaling van een bedrag van € 23.123,18, 	vermeerderd met rente,</para>
        <para>VII.	veroordeling van [gedaagden] tot betaling van een bedrag van € 10.254,89, 	vermeerderd met rente,</para>
        <para>VIII.	veroordeling van [gedaagden] tot betaling van de proceskosten (inclusief nakosten), 	vermeerderd met rente.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisers] legt aan zijn vorderingen primair ten grondslag dat [gedaagden] is </para>
        <para>	tekortgeschoten in de nakoming van zijn verbintenis uit de koopovereenkomst. </para>
        <para>	[eisers] stelt daartoe dat [gedaagden] een woning heeft geleverd die niet </para>
        <para>	geschikt was voor normaal gebruik en daarmee niet beantwoordde aan de 	koopovereenkomst. De dakconstructie van de woning was gebrekkig en moest 	worden vervangen. [gedaagden] is in de gelegenheid gesteld om de dakconstructie </para>
        <para>	deugdelijk te herstellen, maar is daartoe niet overgegaan. [gedaagden] verkeert ter 	zake in verzuim. Ontbinding van de koopovereenkomst voor zover het </para>
        <para>betreft het gedeelte dat door [gedaagden] niet is nagekomen, is daarom 	gerechtvaardigd. Daarmee is een bedrag van € 134.479,40 inclusief btw gemoeid. 	Voorts stelt [eisers] dat hij tegenover [gedaagden] aanspraak kan maken op vergoeding van de schade die hij heeft geleden doordat [gedaagden] is tekortgeschoten en op vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Subsidiair doet [eisers] een beroep op dwaling.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagden] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van 	[eisers] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] 	in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna bij de beoordeling, voor zover nodig, </para>
        <para>	nader ingegaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">vordering tot gedeeltelijke ontbinding van de koopovereenkomst </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	non-conformiteit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Voor beantwoording van de vraag of [gedaagden] is tekortgeschoten in de nakoming </para>
        <para>	van zijn verbintenis uit de koopovereenkomst in de door [eisers] gestelde zin, is 	artikel 6 van die overeenkomst van belang. Partijen zijn in dat artikel afgeweken van 	het bepaalde in artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en hebben 	zelf invulling gegeven aan wat tussen partijen als conformiteit heeft te gelden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 6.1. van de koopovereenkomst bevat de hoofdregel dat verkoper niet instaat 	voor (verborgen) gebreken. Op grond van dat artikel draagt de koper ( [eisers] ) 	in beginsel het risico van die gebreken. In artikel 6.3. wordt daarop een vergaande 	uitzondering gemaakt. Uit dat artikel volgt dat de verkoper ( [gedaagden] ) instaat voor </para>
        <para>	de eigenschappen die nodig zijn voor het normale gebruik van de onroerende zaak </para>
        <para>	als woonhuis. Dit artikel is dus een garantie, die inhoudt dat [gedaagden] 	aansprakelijk is voor gebreken die aan het normale gebruik van de onroerende zaak 	als woonhuis in de weg staan, ook wanneer [gedaagden] daarvan geen verwijt kan 	worden gemaakt, bijvoorbeeld indien hij de gebreken niet kende en ook niet 	behoefde te kennen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Tussen partijen staat niet ter discussie dat de dakconstructie van de woning ten tijde </para>
        <para>van de eigendomsoverdracht aan [eisers] niet deugdelijk was door het ontbreken van een dampremmende laag c.q. folie achter de afwerking aan de binnenzijde van het dak en/of onvoldoende ventilatie, waardoor condensvorming in de dakconstructie is ontstaan. Dit heeft schimmelvorming op het isolatiemateriaal en op het houten dakbeschot veroorzaakt en houtrot.   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank neemt als uitgangspunt dat wanneer fundamentele onderdelen van de 	woning moeten worden vervangen, omdat anders een onveilige woonsituatie en/of 	een ongezonde leefsituatie ontstaat, naar normaal spraakgebruik een woning niet 	geschikt is voor bewoning. Tussen partijen staat niet ter discussie dat onderdelen </para>
        <para>	van de dakconstructie, een fundamenteel onderdeel van de woning, moesten worden </para>
        <para>	vervangen, omdat deze waren aangetast door vocht en schimmel. Dit volgt ook uit </para>
        <para>de diverse rapporten van de door beide partijen ingeschakelde deskundigen. Voorts volgt uit het overgelegde rapport van Normplan (productie 7 bij dagvaarding), meer in het bijzonder de daarin opgenomen en niet weersproken bevindingen van Hortensius Habitat Management BV, dat in de woning de maximaal toelaatbare grens voor het totaal aan bacteriën, gisten en schimmels ruimschoots was overschreden en dat een te hoge concentratie van bacteriën, gisten en schimmels een negatief effect heeft op de gezondheid. Hoewel dit niet met zoveel woorden in het deskundigenrapport staat, begrijpt de rechtbank dat vervanging van de door vocht en schimmel aangetaste onderdelen van de dakconstructie door de deskundigen noodzakelijk wordt geacht uit oogpunt van veiligheid en gezondheid. Dit volgt onder andere uit het feit dat op voorspraak van Hortensius en in overleg met Normplan besloten is de werken in de woning stil te leggen en de woning af te laten sluiten vanwege de constatering van de schimmelinfecties aan de dakconstructie. Gelet op de aard en ernst van de gebreken aan de dakconstructie en de gevolgen daarvan (ernstige schimmelvorming en houtrot) is de rechtbank van oordeel dat de gebrekkige dakconstructie aan een normaal gebruik van de woning in de weg staat.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Nu vast staat dat de gebrekkige dakconstructie aan een normaal gebruik van de 	woning in de weg staat, is [gedaagden] voor herstel daarvan aansprakelijk op 	grond van artikel 6.3. van de koopovereenkomst. Vast staat dat in opdracht van 	[eisers] een derde het herstel van de dakconstructie inmiddels heeft uitgevoerd. 	[eisers] maakt ter zake aanspraak op een bedrag van € 134.479,40 inclusief btw 	en verwijst daarbij naar het rapport van BDA (productie 17 bij dagvaarding). [gedaagden] betwist dat [eisers] op vergoeding van genoemd bedrag aanspraak kan maken en verwijst daarbij naar het rapport van de door hem ingeschakelde deskundige ZNEB Expertise en Taxatie BV (hierna: ZNEB, productie 13 bij dagvaarding), die de herstelkosten heeft begroot op € 32.734,00 inclusief btw.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">deugdelijk herstel en de kosten daarvan </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Tussen partijen is discussie ontstaan over het antwoord op de vraag op welke wijze </para>
        <para>	de dakconstructie c.q. het dak deugdelijk hersteld kan worden en in het verlengde </para>
        <para>	daarvan welke kosten daarmee zijn gemoeid. [eisers] heeft diverse deskundigen 	ingeschakeld; niet alleen om te proberen de oorzaak van de vocht- en 	schimmelproblematiek te achterhalen, maar ook om te achterhalen wat er nodig is </para>
        <para>	om een deugdelijk dak te realiseren. [gedaagden] heeft een tegenonderzoek laten </para>
        <para>	verrichten door ZNEB. De discussie tussen partijen over het antwoord op de vraag </para>
        <para>wat nodig is om een deugdelijk dak te realiseren, was daarmee echter niet beslecht. Zo kon [eisers] zich niet vinden in het oordeel van ZNEB dat, conform het oorspronkelijke ontwerp, een dampdicht systeem zou moeten worden aangebracht, deze keer met een dampremmende laag, en dat zou kunnen worden volstaan met een gedeeltelijke vervanging van de dakconstructie en deze voor het overige te behandelen. Reden voor [eisers] om de rechtbank te verzoeken een voorlopig deskundigenbericht te bevelen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het rapport van de door de rechtbank benoemde deskundige BDA (hoofdstuk 4; </para>
        <para>	antwoord op vraag 5) kan worden afgeleid dat de voorkeur van BDA uitgaat naar </para>
        <para>	het aanbrengen van een geventileerd geïsoleerd dak. In haar rapport onder de </para>
        <para>	opmerkingen van zowel [eisers] (hoofdstuk 5; paragraaf 5.2. onder B) als 	[gedaagden] (hoofdstuk 5; paragraaf 5.3 onder K en L) motiveert BDA uitvoerig </para>
        <para>	waarom zij deze wijze van herstel adviseert. [gedaagden] betwist de door BDA </para>
        <para>	geadviseerde wijze van herstel uitsluitend door te verwijzen naar de bevindingen </para>
        <para>	van ZNEB in haar rapport. Dat is een onvoldoende gemotiveerde betwisting. Uit het </para>
        <para>	rapport van BDA kan worden afgeleid dat BDA de beschikking had over het rapport </para>
        <para>van ZNEB. Kennelijk heeft BDA daarin geen reden gezien om ZNEB in haar bevindingen te volgen. Gelet hierop kan [gedaagden] niet volstaan met een verwijzing naar de bevindingen van ZNEB om de juistheid van de bevindingen van </para>
        <para>	BDA te weerspreken. [gedaagden] had nader moeten motiveren waarom de </para>
        <para>	bevindingen van BDA in zijn visie niet juist zijn. Nu [gedaagden] dat heeft nagelaten, </para>
        <para>	neemt de rechtbank het oordeel en de motivering van BDA op dit punt over en 	maakt deze tot de hare. Geconcludeerd wordt daarom dat een deugdelijk herstel van </para>
        <para>het dak inhoudt dat een geventileerd geïsoleerd zinken dak moet worden gerealiseerd en dat het aanbrengen van een dampdicht systeem, waar ZNEB van uitgaat, onvoldoende is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>BDA heeft de kosten voor het realiseren van een geventileerd geïsoleerd dak in haar 	rapport begroot op een bedrag van € 111.140,00 exclusief btw (€ 134.479,40	inclusief btw). [gedaagden] stelt zich op het standpunt dat BDA de herstelkosten niet 	heeft gespecificeerd, waardoor hij daartegen geen, althans onvoldoende, gemotiveerd verweer kan voeren en voorts dat BDA geen rekening heeft gehouden met de aftrek ‘nieuw voor oud’, zoals partijen in artikel 6.3. van de koopovereenkomst zijn 	overeengekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Naar aanleiding van de vraag van de advocaat van [eisers] om de kostenraming te specificeren (hoofdstuk 5; paragraaf 5.2 onder C) heeft BDA toegelicht hoe de 	kostenraming tot stand is gekomen. Daarbij is zij ingegaan op de door de advocaat 	van [eisers] gestelde aanvullende vragen over deze kostenraming. Op de vraag van de advocaat van [gedaagden] om de kostenraming te specificeren (hoofdstuk 5; paragraaf 5.3 onder M) heeft BDA verwezen naar de eerder gegeven toelichting op de vraag van de advocaat van [eisers] De begroting van de herstelkosten door de deskundige is een deskundig oordeel. De rechtbank gaat daar dan ook van uit, nu [gedaagden] onvoldoende heeft onderbouwd waarom de kostenraming, mede in aanmerking genomen de door BDA gegeven toelichting daarop, niet juist c.q. te hoog is. De rechtbank ziet overigens in de door [eisers] ter zitting gestelde daadwerkelijke herstelkosten (ongeveer € 180.000,00) een goede indicatie voor de juistheid van de begroting van de deskundige. [gedaagden] voert terecht aan dat uit het rapport van BDA niet blijkt van een aftrek ‘nieuw voor oud’. [gedaagden] laat echter na om aan te geven hoe de correctie ‘nieuw voor oud’ zou moeten luiden. [gedaagden] heeft in zijn reactie op het concept rapport van BDA hierover ook geen vraag aan BDA voorgelegd. In het rapport van BDA zijn geen aanknopingspunten te vinden om een aftrek ‘nieuw voor oud’ te kunnen begroten. De vraag of de woning na herstel van de gebreken een substantiële waardevermeerdering heeft ondergaan en zo ja, welk bedrag daarmee is gemoeid, kan daarom niet worden beantwoord. Dit leidt tot de slotsom dat het door BDA begrote bedrag aan herstelkosten van <?linebreak?>€ 111.140,00 exclusief btw (€ 134.479,40 inclusief btw) wordt overgenomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagden] is in de gelegenheid gesteld om de gebreken te herstellen, maar is 	daartoe niet overgegaan. [gedaagden] verkeert daarom in verzuim. 	Gedeeltelijke ontbinding van de koopovereenkomst, inhoudende een evenredige </para>
        <para>vermindering van de wederzijdse prestaties van partijen, is gerechtvaardigd, gelet op de aard van het gebrek. 	Dat betekent dat de primaire vordering tot gedeeltelijke ontbinding met evenredige vermindering van de koopprijs van € 134.479,40 (gebaseerd op de herstelkosten inclusief btw) toewijsbaar is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">vordering tot aanvullende schadevergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>
        [eisers] stelt dat hij door de tekortkoming van [gedaagden] kosten heeft moeten 	maken, die als schade aan [gedaagden] kunnen worden toegerekend. Het betreft een 	bedrag van in totaal € 54.995,56 ter zake kosten van, onder meer, het verblijf in een 	andere woning.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Vooropgesteld wordt dat op grond van artikel 6.3. van de koopovereenkomst de 	verkoper niet aansprakelijk is voor overige (aanvullende) schade, tenzij verkoper 	een verwijt treft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet hierop komt het bedrag van € 54.995,56 niet voor vergoeding in aanmerking. </para>
        <para>
          [eisers] heeft – gezien de betwisting door [gedaagden] – onvoldoende gemotiveerd onderbouwd dat [gedaagden] ter zake het ontstaan van deze schade een verwijt treft. Zo is niet komen vast te staan dat [gedaagden] ten tijde van de verkoop op de hoogte was van het feit dat de dakconstructie niet deugdelijk was. Uit de door [advieskantoor] in opdracht van [eisers] uitgevoerde bouwkundige keuring (productie 2 bij dagvaarding) blijkt dat er geen sprake is van een zichtbaar gebrek. [advieskantoor] heeft voorafgaande aan de aankoop de woning aan een visuele inspectie onderworpen en de bouwkundige staat van de woning als goed beoordeeld. Daar komt bij dat de makelaar tijdens de tweede bezichtiging van de woning op de bovenverdieping, waar een deel van de schrootjes was verwijderd, tegen [eisers] heeft gezegd: <emphasis role="italic">“je ziet dat het degelijk gebouwd is, geen vocht en dergelijke”</emphasis>, aldus [eisers] ter zitting. Ook voor de makelaar was dus kennelijk niet zichtbaar dat de dakconstructie niet deugdelijk was. Gezien de aard van het gebrek is dat ook iets wat bij uitstek door een deskundige kan worden opgemerkt. Aan de stelling van [eisers] , dat de heer [naam 1] tijdens zijn bezoek aan de woning hem heeft meegedeeld dat [gedaagden] voor het plaatsen van het zinken dak in 2009 wist dat enkele houten platen rot waren, komt geen beslissende betekenis. Nog daargelaten dat [gedaagden] die wetenschap betwist, is dat geen wetenschap van de ondeugdelijkheid van de dakconstructie maar hooguit van vochtproblemen.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">vordering onderzoekskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <parablock>
        <para>Niet ter discussie staat dat de door [eisers] op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW gevorderde kosten van door hem ingeschakelde deskundigen en onderzoekskosten van in totaal € 23.123,18 redelijk zijn en in redelijkheid door [eisers] zijn gemaakt om de oorzaak van de vocht- en schimmelproblematiek te kunnen achterhalen en de wijze van deugdelijk herstel van de dakconstructie te laten vaststellen. Deze kosten staan in direct verband met de gebrekkige dakconstructie, waarvoor [gedaagden] aansprakelijk is. </para>
        <para>	Ter zitting heeft [eisers] verklaard dat zijn verzekering een bedrag van </para>
        <para>	€ 4.945,90 heeft gedekt. Het gevorderde bedrag ter zake onderzoekskosten is 	daarom toewijsbaar tot een bedrag van € 18.177,28. Ook de gevorderde wettelijke 	rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf de dag van de 	dagvaarding is toewijsbaar. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisers] vordert een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De 	onderhavige vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het </para>
        <para>	Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. De 	rechtbank zal de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn 	daarom toetsen aan de eisen voor dergelijke vorderingen zoals deze 	zijn geformuleerd in het Rapport BGK-integraal.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten komen niet voor vergoeding in 	aanmerking, omdat niet is gesteld en ook niet is gebleken dat [eisers] andere 	werkzaamheden heeft verricht dan die waarvoor de artikelen 237 tot en met 240 	Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde kosten een vergoeding voor 	insluiten.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">de proceskosten (inclusief nakosten) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagden] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [eisers] (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:</para>
        <para>	- kosten dagvaarding	€   129,19</para>
        <para>	- griffierecht		€ 1.301,00</para>
        <para>	- salaris advocaat	€ 1.228,00 (2,00 punten x tarief II)</para>
        <para>	- nakosten		<emphasis role="underline">€    178,00</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de </para>
        <para>				                   beslissing)</para>
        <para>	Totaal			€ 2.836,19</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals 	vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Overig</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <para>De gevorderde uitvoerbaar bij voorraadverklaring wordt als niet weersproken toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>	De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>ontbindt de koopovereenkomst tussen [eisers] en [gedaagden] gedeeltelijk met 	evenredige vermindering van de koopprijs met een bedrag van € 134.479,40,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagden] tot betaling aan [eisers] van een schadevergoeding van </para>
        <para>	€ 18.177,28, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in 	artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 25 mei 2023 tot de dag van volledige </para>
        <para>	betaling,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten van € 2.836,19, te betalen binnen veertien </para>
        <para>	dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van 	betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis </para>
        <para>	daarna wordt betekend,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in 	artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na 	aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Hermans en in het openbaar uitgesproken op</para>
        <para>13 maart 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>