<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:1408</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-05T13:14:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-296067-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1408">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1408</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-05T12:23:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:1408 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-03-2024 / 02-296067-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:1408:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak overval tankstation Mastpolder te Ruchpen. Geen objectief bewijs. Verklaringen medeverdachten/daders niet overtuigend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:1408:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-296067-20 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 5 maart 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [woonadres] </para>
      <para>raadsman mr. P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 februari 2024, waarbij de officier van justitie, mr. J. Verschuren, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen op 23 augustus 2020 een overval heeft gepleegd op tankstation BP Mastpolder te Rucphen (hierna: de BP), waarbij een vuurwapen is gebruikt dan wel dat hij dit heeft uitgelokt of hieraan medeplichtig is geweest. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het feit heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de aangifte en de verklaringen van daders/medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] . </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken. De afgelegde verklaringen door de daders/medeverdachten zijn onbetrouwbaar. Verder bewijsmateriaal dat verdachte betrokken is geweest bij de overval is er niet. Er kan niet buiten redelijke twijfel vastgesteld worden dat verdachte het feit (mede) heeft gepleegd. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] op 23 augustus 2020 een overval heeft gepleegd op het tankstation BP Mastpolder te Rucphen. Hierbij waren ook [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] betrokken. [medeverdachte 3] is degene die het tankstation binnen is gegaan met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, terwijl hij een bivakmuts over zijn hoofd droeg, blauwe handschoenen aan zijn handen had, en een rode tas bij zich had. Hij heeft met het wapen op het raam van de kassa getikt en ‘money, money’ geroepen. Hierop heeft de man achter de kassa geld aan [medeverdachte 3] gegeven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte bij deze overval betrokken was. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank constateert dat het dossier geen objectief bewijs bevat op basis waarvan kan worden vastgesteld dat verdachte bij de overval aanwezig was of daarbij anderszins betrokken was. Het enige bewijs van de betrokkenheid van verdachte zijn vier verklaringen van daders/medeverdachten van de overval, namelijk van [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] Zij hebben alle vier verklaard dat verdachte betrokken was bij de overval. Deze verklaringen leveren wettig bewijs op van de betrokkenheid van verdachte bij de overval op het BP tankstation. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vervolgvraag die de rechtbank moet beantwoorden is of het wettig bewijs overtuigend is. In dit verband heeft de verdediging aangevoerd dat de vier genoemde personen hebben samengespannen tegen verdachte, kort gezegd, omdat zij in de veronderstelling verkeerden dat hij met de politie gepraat had over een eerdere overval op een tankstation in Krabbendijke, waarbij dezelfde modus operandi gevolgd was als in Rucphen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte deel uitmaakte van een vriendengroep/motorclub ‘ [naam 2] ’, waar ook [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] deel van uitmaakten. Deze vriendengroep/motorclub had op Signal een groepsapp. Op 16 september 2020 is verdachte uit deze groepsapp verwijderd. Op diezelfde dag is in de groepsapp door ‘ [naam 1] ’ gezegd dat iedereen het contact met verdachte moest blokkeren en dat dit het einde was voor verdachte. Hierop werd door [medeverdachte 2] gezegd dat ‘ze’ vrijdag gaan vergaderen over verdachte. De rechtbank begrijpt dat met ‘ze’ de vriendengroep/motorclub ‘ [naam 2] ’ wordt bedoeld. Verder stelt de rechtbank vast dat op 26 november 2020 in een telefoongesprek door [medeverdachte 2] tegen een onbekend gebleven persoon is gezegd dat verdachte gebabbeld heeft en dat “morgen” iedereen verplicht bij hem thuis moet zijn omdat “ze een serieus probleem hebben”. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit deze vaststaande feiten leidt de rechtbank af dat op 27 november 2020 door de vriendengroep/motorclub ' [naam 2] ' over verdachte is gesproken omdat hij in hun ogen een probleem vormde, terwijl alle daders/medeverdachten van de overval pas daarna – in december, januari en februari – voor het eerst door de politie zijn aangehouden en verhoord met betrekking tot de overval.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daar komt bij dat de spullen die bij de overval zijn gebruikt (het wapen, de bivakmuts, handschoenen en de rode plastic tas) niet bij verdachte zijn aangetroffen, maar juist bij (een van de) anderen. Dit terwijl deze spullen volgens [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] van verdachte waren en door verdachte in de auto aan [medeverdachte 3] zouden zijn gegeven.</para>
        <para>Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er voldoende aanwijzingen zijn dat [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] tegen verdachte hebben samengespannen. Daarmee is er sprake van voldoende twijfel over de betrouwbaarheid van hun verklaringen wat betreft de betrokkenheid van verdachte bij de overval. Deze verklaringen zijn daarom op dat punt niet overtuigend. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het tenlastegelegde feit.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het tenlastegelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Gillesse, voorzitter, mr. C.H.W.M. Sterk en mr. S.W.M. Speekenbrink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 5 maart 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. S.W.M. Speekenbrink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>