<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-17T11:20:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 23_3704</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:122">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-17T11:19:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:122 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-01-2024 / AWB- 23_3704</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:122:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>GEMWT</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:122:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 23/3704</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 januari 2024 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats 1] , eisers</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Het dagelijks bestuur van waterschap Scheldestromen, verweerder </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C.C. Hamelink-Wolters).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para>1.	Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het dagelijks bestuur tot toepassen van spoedeisende bestuursdwang, bestaande uit het verwijderen van slik van een weg.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dagelijks bestuur heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om een verweerschrift in te dienen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 5 januari 2024. [eiser 1] was daarbij aanwezig. Het dagelijks bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde. [eiser 2] was niet aanwezig, maar heeft zich laten vertegenwoordigen door [eiser 1] . </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen </title>
    <para>2.	De [weg] te [plaats 2] is in eigendom, beheer en onderhoud bij het waterschap. Het waterschap heeft op 2 november 2022 een melding ontvangen, inhoudende dat een scooterrijder op de [weg] ten val is gekomen, vanwege de aanwezigheid van slik op het wegdek. Het dagelijks bestuur heeft het wegdek bij wijze van spoedeisende bestuursdwang laten schoonmaken.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Met het besluit van 16 november 2022 heeft het dagelijks bestuur aan [eiser 2] medegedeeld dat spoedeisende bestuursdwang is toegepast en medegedeeld dat de kosten apart bij hem in rekening zullen worden gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser 2] heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 16 november 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Met het besluit van 7 juni 2023, gericht aan [eiser 1] , heeft het dagelijks bestuur het bezwaarschrift ongegrond verklaard en het besluit tot toepassen van spoedeisende bestuursdwang gehandhaafd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiser 1] is de vader van [eiser 2] . Zij wonen op hetzelfde adres.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Eisers hebben erop gewezen dat het bestreden besluit is gericht aan [eiser 1] , en niet aan [eiser 2] . [eiser 1] heeft gesteld dat hij niet als overtreder in de zin van artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden aangemerkt, omdat hij ten tijde van het toepassen van de bestuursdwang in hechtenis zat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Ter zitting is namens verweerder gesteld dat er sprake is van een kennelijke verschrijving. Desgevraagd is ook gesteld dat [eiser 2] alsnog een beslissing op het door hem ingediende bezwaar zal ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De stelling van verweerder dat er sprake is van een kennelijke verschrijving en het desgevraagd gegeven antwoord dat [eiser 2] alsnog een beslissing op het door hem ingediende bezwaar zal ontvangen zijn niet verenigbaar. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verklaart het beroep van [eiser 2] niet-ontvankelijk. Het bestreden besluit van 7 juni 2023 is niet aan [eiser 2] gericht. [eiser 2] is daarom geen belanghebbende bij dat besluit, als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb. Alleen een belanghebbende kan beroep instellen. Dit volgt uit artikel 8:1 van de Awb.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep van [eiser 1] gegrond. [eiser 1] heeft geen bezwaar gemaakt, dus het dagelijks bestuur heeft de beslissing op bezwaar ten onrechte aan [eiser 1] gericht. Daarnaast heeft het dagelijks bestuur niet betwist dat [eiser 1] niet als overtreder kan worden aangemerkt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Nu het beroep gegrond wordt verklaard, dient het griffierecht aan [eiser 1] te worden vergoed.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank: </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep van [eiser 2] niet-ontvankelijk; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep van [eiser 1] gegrond; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het bestreden besluit van 7 juni 2023;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt het dagelijks bestuur op het betaalde griffierecht van € 184,- aan [eiser 1] te vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. W.J.C. Goorden, griffier, op 5 januari 204 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier							voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>