<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:1083</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-17T14:05:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10917552 OV VERZ 24-577</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2024/90</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2024-0087</rdf:li>
          <rdf:li>JERF 2024/78</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1083">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1083</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-01T15:18:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:1083 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 22-02-2024 / 10917552 OV VERZ 24-577</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:1083:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 4:192 lid 2 BW. Aan verweerster wordt een termijn gesteld waarbinnen zij zich dient uit te laten over aanvaarding en wijze van aanvaarding dan wel verwerping van de nalatenschap.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:1083:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Cluster I Civiele kantonzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 10917552 OV VERZ 24-577</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking d.d. 21 februari 2024 op een verzoek ex artikel 4:192 lid 2 BW </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>, wonende te [woonplaats] ,<?linebreak?>nader te noemen verzoekster,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>erfgename in de in de nalatenschap van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [erflater] ,</emphasis>
      </para>
      <para>overleden te [plaats] op [datum] 2023,</para>
      <para>nader te noemen erflater.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift is ingediend door tussenkomst van mr. F. Holvast, werkzaam ten kantore van Sauer en Oonk Notarissen te Vlissingen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Ter griffie van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, Cluster I Civiele kantonzaken, locatie Middelburg, werd op 2 februari 2024 een verzoekschrift met bijlagen ontvangen. Het verzoek strekt ertoe een termijn te stellen waarbinnen [verweerster] (nader te noemen verweerster), erfgename in voormelde nalatenschap, een keuze dient te maken als bedoeld in artikel 4:190 lid 1 BW. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Erflater heeft vier erfgenamen achtergelaten, te weten zijn kinderen [verweerster] , [naam 1] , [naam 2] en [verzoekster] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Verzoekster stelt dat verweerster zich, ondanks herhaalde verzoeken hiertoe, niet afdoende heeft uitgelaten over de wijze van aanvaarden dan wel het verwerpen van de nalatenschap. Verzoekster verzoekt de kantonrechter derhalve om een termijn te stellen waarbinnen verweerster de nalatenschap dient te aanvaarden dan wel te verwerpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Overwogen wordt dat, gezien hetgeen door verzoekster naar voren is gebracht, er voldoende grond is om verweerster een termijn te stellen waarbinnen zij zich dient uit te laten over aanvaarding en de wijze van aanvaarding dan wel verwerping van de nalatenschap. Van feiten of omstandigheden die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten, is niet gebleken. De kantonrechter acht het redelijk de termijn te stellen op vier weken, ingaande op de dag nadat verzoekster deze beschikking aan verweerster heeft doen betekenen en een afschrift van deze beschikking met een afschrift van het betekeningsexploot hebben doen inschrijven in het boedelregister. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De kantonrechter wijst erop dat indien verweerster deze termijn laat verlopen zonder inmiddels een keuze te hebben gedaan, zij geacht wordt de nalatenschap zuiver te aanvaarden (artikel 4:192 lid 3 BW). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt [verweerster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980 een termijn van vier weken, om haar keuze de nalatenschap van [erflater] zuiver dan wel beneficiair te aanvaarden of te verwerpen, kenbaar te maken, door middel van het afleggen van een daartoe strekkende en in het boedelregister in te schrijven verklaring ter griffie van deze rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst erop dat voormelde termijn ingaat op de dag nadat verzoekster deze beschikking aan [verweerster] heeft doen betekenen en een afschrift van het betekeningsexploot met een afschrift van deze beschikking heeft doen inschrijven in het boedelregister.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Burgt, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 februari 2024, in tegenwoordigheid van de griffier. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>