<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2024:1024</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-20T14:10:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/214144-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1024">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1024</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-20T14:08:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:1024 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-02-2024 / 02/214144-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2024:1024:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak poging doodslag en zware mishandeling. Twijfel of verdachte met een hamer heeft geslagen of dat het slachtoffer hiertegen aan is gelopen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2024:1024:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Familie en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/214144-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 20 februari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen de minderjarige</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2007 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende aan [woonadres]</para>
      <para>raadsman mr. M. Houweling, advocaat te Roosendaal</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 6 februari 2024, waarbij de officier van justitie, mr. T. Kint, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 25 augustus 2023 geprobeerd heeft om [slachtoffer] te doden dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door met een hamer tegen zijn hoofd te slaan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte geprobeerd heeft om [slachtoffer] te doden door met een hamer tegen zijn hoofd te slaan, zoals impliciet primair ten laste is gelegd. Zij baseert zich daarbij op de verklaringen van [slachtoffer] , zijn broer [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] en verdachte, het proces-verbaal waarin de hamer nader is omschreven en de medische verklaring betreffende [slachtoffer] . Op basis daarvan staat voor de officier van justitie vast dat verdachte tijdens de schermutseling tussen [slachtoffer] en [getuige 2] , de buddyseat van zijn scooter heeft geopend en hieruit een hamer heeft gepakt. Verdachte heeft vervolgens met deze hamer tegen het hoofd van [slachtoffer] geslagen. Hierdoor heeft [slachtoffer] een scheur/snijwond boven zijn wenkbrauw opgelopen. Door met een hamer van de grootte en het gewicht, waarvan in dit geval sprake was, tegen het hoofd te slaan, heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer] zou komen te overlijden.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het ten laste gelegde feit. Er kan, mede door gebrek aan objectieve bronnen, niet worden vastgesteld dat verdachte met een hamer tegen het hoofd van [slachtoffer] heeft geslagen. Verdachte heeft ook ontkend dat hij dit heeft gedaan. Volgens hem is [slachtoffer] , toen hij verdachte tackelde, met zijn hoofd tegen de hamer aangelopen. Hierdoor heeft hij de wond boven zijn wenkbrauw opgelopen. De verdediging verzoekt dan ook primair om verdachte geheel van het feit vrij te spreken. Mocht de rechtbank wel bewezen achten dat verdachte met een hamer tegen het hoofd van [slachtoffer] heeft geslagen, dan stelt de verdediging zich op het standpunt dat gelet op de aard van de gedraging, de omstandigheden waaronder deze is verricht en de algemene ervaringsregels, niet kan worden vastgesteld dat verdachte door met een hamer tegen het hoofd van [slachtoffer] te slaan willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer] zou komen te overlijden. Zo is onduidelijk gebleven met welke kracht verdachte met de hamer tegen het hoofd van [slachtoffer] heeft geslagen en heeft [slachtoffer] hierdoor slechts een kleine, oppervlakkige wond opgelopen zonder dat daarin de afdruk van een hamer is te zien. De verdediging verzoekt dan ook subsidiair om verdachte vrij te spreken van de poging tot doodslag. Ten aanzien van een bewezenverklaring van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt op basis van het procesdossier vast dat de broers [slachtoffer] en [getuige 1] op 25 augustus 2023 na het evenement ‘ [naam evenement] ’ in [plaats] terugliepen naar de scooter van [getuige 1] . Onderweg kwamen zij verdachte en [getuige 2] tegen. [slachtoffer] hoorde van [getuige 1] dat hij al enige tijd werd lastig gevallen door [getuige 2] . Daarop besloot [slachtoffer] om bij [getuige 2] verhaal te halen. [slachtoffer] ging hierover het gesprek met [getuige 2] aan en pakte hem daarbij bij zijn kraag. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft hieraan voorafgaand of daarna een hamer uit de buddyseat van zijn scooter gehaald. Hierover wordt wisselend verklaard. Dat hij op enig moment een hamer uit de buddyseat van zijn scooter pakte, kan, mede gelet op de eigen verklaring van verdachte, wel worden vastgesteld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast wordt wisselend verklaard of verdachte met deze hamer tegen het hoofd van [slachtoffer] heeft geslagen. [slachtoffer] heeft verklaard dat hij, nadat hij [getuige 2] bij zijn kraag pakte, een klap op zijn hoofd voelde en dat hij vermoedt dat dit is gebeurd met de hamer die verdachte vast had. [getuige 1] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat verdachte met een hamer in zijn rechterhand op het hoofd van [slachtoffer] sloeg. [getuige 3] heeft in eerste instantie ook verklaard dat hij heeft gezien dat verdachte met een hamer in zijn rechterhand tegen het hoofd van [slachtoffer] sloeg. Later heeft [getuige 3] verklaard dat hij dit niet heeft gezien omdat hij ten tijde van het incident niet ter plaatse was. [getuige 2] heeft verklaard dat hij zag dat verdachte een beweging maakte richting de arm van [slachtoffer] , waardoor [slachtoffer] een beetje naar achteren bewoog. Hij heeft niet verklaard dat verdachte hierbij, of op een ander moment, een hamer vast had. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft verklaard dat hij zijn rechterarm twee keer heeft gebroken. Hierdoor heeft hij weinig kracht in zijn rechterarm. Tijdens de zitting heeft verdachte aan de rechtbank laten zien dat hierdoor zijn rechterarm korter is dan zijn linkerarm. Verdachte had de hamer, die hij uit de buddyseat van zijn scooter pakte, daarom in zijn linkerhand vast. Verdachte heeft hiernaast verklaard dat hij met deze hamer tegen de schouder van [slachtoffer] heeft geslagen. Op enig moment hierna werd verdachte door [slachtoffer] getackeld. Hierbij raakte [slachtoffer] met zijn gezicht de hamer en begon hij te bloeden. Verdachte heeft ontkend dat hij met de hamer tegen het hoofd van [slachtoffer] heeft geslagen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het voorgaande volgt dat [slachtoffer] enkel vermoedt dat hij door verdachte met de hamer op zijn hoofd is geslagen. [getuige 1] en [getuige 3] (in zijn eerste verklaring) hebben weliswaar verklaard dat zij hebben gezien dat verdachte met een hamer tegen het hoofd van [slachtoffer] sloeg, maar zij hebben allebei verklaard dat verdachte hierbij de hamer in zijn rechterhand vast had. Uitgaande van de problemen die verdachte met zijn rechterarm heeft, acht de rechtbank dit niet aannemelijk. Nu dit verder ook geen onderwerp van het strafonderzoek is geweest, moet het er naar het oordeel van de rechtbank voor worden gehouden dat verdachte de hamer niet in zijn rechterhand heeft vastgehad. [getuige 3] is ook later op zijn eerste verklaring teruggekomen en heeft vervolgens verklaard dat hij het slaan met de hamer niet heeft gezien. Daarnaast laat de aard van de verwonding bij [slachtoffer] , te weten een oppervlakkige scheur/snijwond(S18) op zijn linkerwenkbrauw, in het midden of deze verwonding is veroorzaakt door een slag of door tegen een hamer aan te lopen. Verder is er geen ander (objectief) bewijs in het dossier aanwezig op grond waarvan kan worden vastgesteld dat verdachte met een hamer tegen het hoofd van [slachtoffer] heeft geslagen. Dit alles maakt dat de rechtbank te veel twijfel heeft of verdachte daadwerkelijk met een hamer tegen het hoofd van [slachtoffer] heeft geslagen, zoals ten laste is gelegd. Daarom zal de rechtbank verdachte geheel van het ten laste gelegde feit vrijspreken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De overwegingen omtrent het beslag.</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De teruggave aan verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de teruggave gelasten van het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp (hamer) aan verdachte, aangezien dit voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag is genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het ten laste gelegde feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast de teruggave aan verdachte van het van onder hem inbeslaggenomen voorwerp, te weten: 1 STK hamer (omschrijving: G2629350 werkbank hamer);</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W. Toekoen, voorzitter, mr. D.H. Hamburger en </para>
      <para>mr. M. Pellikaan, allen kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. W.T.C. Venekamp, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 20 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>