<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:845</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T08:04:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/3530</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2023/0787</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2023/569 met annotatie van mr. drs. C.M. Dijkstra</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:845">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:845</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-28T14:40:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:845 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-02-2023 / 22/3530</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:845:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Belanghebbende heeft op Koningsdag een naheffingsaanslag parkeerbelasting gekregen. Hij stelt dat ter plaatsen geen parkeerbelasting is verschuldigd in het weekend en dat Koningsdag aan een zondag gelijk moet worden gesteld.</para>
        <para>De rechtbank merkt op dat Koningsdag 2022 viel op een woensdag. De Algemene Termijnenwet dient ertoe, zoals zowel gemachtigde als belanghebbende (een kantoorgenoot van gemachtigde) wel zullen weten, om het einde van in de wet geregelde termijnen nader te bepalen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:845:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belastingrecht<?linebreak?>zaaknummer: BRE 22/3530 </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2023 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>, uit [plaats] , belanghebbende</para>
      <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg</emphasis>, de heffingsambtenaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Inleiding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 23 juni 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting (aanslagnummer [aanslagnummer] ) opgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag ongegrond verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek bij brief van 10 februari 2023 gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 27 april 2022, omstreeks 09:39 uur, stond belanghebbendes auto, een Renault met kenteken [kenteken] , geparkeerd aan de Cypresstraat te Tilburg. Tijdens een controle op deze datum is door parkeercontroleurs geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Naar aanleiding van de in 2.1 bedoelde constatering, is aan belanghebbende de naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 43,60, bestaande uit een bedrag aan belasting van € 1 en kosten naheffing van € 43,60. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan belanghebbende is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die belanghebbende heeft aangevoerd, de beroepsgronden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De Cypresstraat te Tilburg is door het college van burgemeester en wethouders aangewezen als plaats waar tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd.<footnote-ref linkend="_3a3606e9-b0dc-4b97-8f89-93202972ffdb" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Belanghebbende bestrijdt niet dat sprake is geweest van het in 2.1 bedoelde parkeren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Belanghebbende stelt dat op zaterdag en zondag geen parkeerbelasting is verschuldigd in de Cypresstraat. De naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd op Koningsdag, welke dag volgens belanghebbende gelijk moet worden gesteld met een zondag. Hij stelt dat Koningsdag volgens de Algemene termijnenwet gelijk moet worden gesteld met een zondag.</para>
        <para>De rechtbank merkt op dat 27 april 2022 viel op een woensdag. </para>
        <para>De Algemene Termijnenwet dient ertoe, zoals zowel de gemachtigde als belanghebbende, die een kantoorgenoot van de gemachtigde is, wel zullen weten, om het einde van in de wet geregelde termijnen voor zover deze zouden eindigen op zaterdag, zondag of een ingevolge die wet daarmee gelijkgestelde feestdag, nader te bepalen. Artikel 1 van die wet geeft daarover al voldoende duidelijkheid. Voor het geval dat belanghebbende en zijn gemachtigde nog niet zou overtuigen, wijst de rechtbank er voorts op dat de wet niet geldt voor – onder meer – termijnen in uren. Parkeerbelasting wordt veelal, zoals ook in Tilburg, per (deel van een uur) berekend en is ingevolge veel verordeningen zelfs op zaterdagen, zondagen én algemeen erkende feestdagen verschuldigd, zoals in dit geval ook op de woensdag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd.   </para>
        <para>Het zal zowel de gemachtigde als belanghebbende dan ook niet verrassen dat de rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. I. van Wijk, griffier, op 13 februari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_3a3606e9-b0dc-4b97-8f89-93202972ffdb" label="1">
    <para> Zie artikel 8 van de Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2021 gelezen in samenhang met het Aanwijzingsbesluit Betaald parkeren 2021-4.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>