<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:836</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-14T09:48:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10039482_E07022023</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_goederenrecht">Civiel recht; Goederenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:836">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:836</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-14T09:48:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:836 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 07-02-2023 / 10039482_E07022023</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:836:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De vergadering van de VvE is niet het bevoegde orgaan om te oordelen over het plaatsen van een zithoek op de entree van het zorgcentrum, aangezien de entree onderdeel uitmaakt van een privé gedeelte. Het besluit van de vergadering is nietig.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:836:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10039482 \ OV VERZ  22-5205</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 7 februari 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [verzoeker] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.W. Dieleman,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE VERENIGING VAN EIGENAARS [verweerder]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de VvE,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S. Saija.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het op 29 juli 2022 ter griffie ontvangen verzoekschrift met bijlagen 1 tot en met 5;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift met bijlagen 1 tot en met 9;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling gehouden op 10 januari 2023 en de op die mondelinge behandeling door mr. Dieleman overgelegde en voorgedragen spreekaantekeningen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling is aan partijen medegedeeld dat heden schriftelijk uitspraak zal worden gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het complex “ [verweerder] ” te [plaats 1] is gesplitst in appartementsrechten. Daarbij is de VvE opgericht. De eigenaars van de appartementsrechten zijn van rechtswege lid van de VvE.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In de splitsingsakte staat in artikel 2:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“De bestemming van de privégedeelten als bedoeld in artikel 17 lid 4 van het modelreglement is:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">d.	van het appartementsrecht met [indice 1] , zorgcentrum.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op de splitsingsakte is het “Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten januari 1992” (hierna: het modelreglement) van toepassing. In het modelreglement staat onder “G. Gebruik, beheer en onderhoud van de privé gedeelten” in artikel 17 lid 4:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht het privé gedeelte te gebruiken overeenkomstig de daaraan nader in de akte gegeven bestemming.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Een gebruik dat afwijkt van deze bestemming is slechts geoorloofd met toestemming van de vergadering. De vergadering kan bij het verlenen van de toestemming bepalen dat deze weer kan worden ingetrokken.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In geval van een zodanig afwijkend gebruik, is artikel 5:119 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het complex bestaat uit een aantal gebouwen. Eén van die gebouwen is het [naam gebouw] . Onderstaand is de splitsingstekening van de begane grond van het [naam gebouw] afgebeeld. Daarop zijn de appartementsrechten met indices [indice 1] en [indice 2] ingetekend:</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [verzoeker] is eigenaar van het appartementsrecht [indice 2] dat recht geeft op het gebruik van de woning aan de [adres 1] De VvE is eigenaar van het appartementsrecht [indice 1] dat recht geeft op het gebruik van het zorgcentrum aan de [adres 2] . De entree van het zorgcentrum is op de bovenstaande splitsingstekening in het appartementsrecht [indice 1] in de hoek linksonder ingetekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 30 juni 2022 heeft de vergadering van de VvE plaatsgevonden. [verzoeker] was daarbij niet aanwezig. De vergadering heeft het besluit genomen een zithoekje terug te plaatsen op de entree van het zorgcentrum. In de notulen van de vergadering staat, voor zover van belang:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">16.	Voorstel legalisering zithoekjes – Stemming</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het agendavoorstel is ingediend door de heren [naam 1] en [naam 2] . Zij trekken hun voorstel in.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De voorzitter geeft aan dat naar aanleiding van het voorstel er diverse reacties van bewoners zijn ontvangen. In de vergadering volgt een discussie over de zithoekjes. Met name het zithoekje bij het Zorgcentrum komt ter sprake. De voorzitter refereert aan de ingezonden brief van de heer [verzoeker] . De voorzitter geeft de leden in overweging mee dat zij in het uitbrengen van hun stem in ogenschouw nemen wat zij zouden stemmen als het een bankje betrof die dichtbij hun woonkamerraam zou komen te staan.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De voorzitter besluit, na aandringen van de vergadering, om alsnog schriftelijk te stemmen over het zithoekje bij het Zorgcentrum. Over het legaliseren van de momenteel 8 gesitueerde zitplekjes op het park wordt niet gestemd.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De uitslag van de stemming van het legaliseren van het zithoekje bij het Zorgcentrum:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Niet geldig: 41 stemmen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Blanco: 144 stemmen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tegen: 140 stemmen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor: 353 stemmen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Met een meerderheid van 353 stemmen is het voorstel aangenomen. Dit betekent dat de vergadering in meerderheid besloten heeft het zithoekje terug te plaatsen bij de ingang van het Zorgcentrum.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij e-mail van 1 juli 2022 heeft de heer [naam 3] , werkzaam bij de bestuurder van de VvE, [VvE naam] , bericht aan [verzoeker] dat de vergadering heeft besloten dat het zithoekje bij het zorgcentrum mag worden teruggezet.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] verzoekt om het besluit betreffende het legaliseren van de zithoekjes te vernietigen voor zover dit tevens betrekking heeft op het zithoekje dat is gesitueerd bij de ingang van het zorgcentrum naast het appartement van [verzoeker] , met veroordeling van de VvE in de kosten van de procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] legt – samengevat – het volgende ten grondslag aan zijn verzoek. Hij stelt </para>
        <para>-voor het eerst ter zitting- dat de vergadering niet het bevoegde orgaan is om een besluit te nemen over het zithoekje. Daarvoor voert hij aan dat het zithoekje is geplaatst op de entree van het zorgcentrum. Dat is een privé gedeelte. De vergadering gaat niet over privé gedeeltes. Zij is slechts bevoegd om besluiten te nemen over gemeenschappelijke gedeeltes. Verder stelt [verzoeker] dat indien de entree wel als gemeenschappelijk gedeelte wordt aangemerkt, het besluit onduidelijk is en het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De VvE voert – voor zover van belang – het volgende verweer. Zij stelt dat [verzoeker] niet-ontvankelijk is in zijn verzoek, omdat hij heeft verzuimd het in te dienen binnen de vervaltermijn van één maand na kennisname van het besluit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Indien [verzoeker] wel ontvankelijk is in zijn verzoek, is volgens de VvE juist dat de entree van het zorgcentrum onderdeel is van een privé gedeelte en daarmee geen gemeenschappelijke ruimte als bedoeld in het modelreglement. Volgens de VvE is daarbij echter van belang, dat de VvE de eigenaar is van het appartementsrecht dat recht geeft op het gebruik van het privé gedeelte. Het appartementsrecht is daarmee gezamenlijk eigendom van de eigenaars van het complex, zodat de entree is aan te merken als een gemeenschappelijk gedeelte, aldus de VvE. De VvE betwist dat het besluit niet duidelijk is of in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid van het verzoekschrift</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het bestreden besluit is op 1 juli 2022 door [verzoeker] ontvangen. Het verzoekschrift is op 29 juli 2022 ter griffie ontvangen. Het verzoek is derhalve ingediend binnen de termijn van een maand na kennisname van het besluit in artikel 5:130 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) en daarmee tijdig gedaan. [verzoeker] kan derhalve in zijn verzoek worden ontvangen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vernietiging van het besluit</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 2:15 lid 1 BW is een besluit vernietigbaar wegens strijd met de wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen (sub a), wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist (sub b) of wegens strijd met het huishoudelijk reglement (sub c). Volgens de wetsgeschiedenis wordt in het appartementsrecht met de statutaire bepalingen bedoeld de splitsingsakte (<emphasis role="italic">MvA II, Parl. Gesch. BW Inv. 3, 5 en 6 Boek 5, p. 1103</emphasis>). De aanhef van artikel 2:15 lid 1 BW veronderstelt dat er een geldig – zij het aantastbaar – besluit ligt <emphasis role="italic">(Kamerstukken II, 1982/83, 17725, 3, pag. 59-61)</emphasis>. Dat is een belangrijk verschil met artikel 2:14 lid 1 BW, waarin is bepaald dat een besluit nietig is, indien het in strijd is met de wet of de statuten. Deze nietigheid werkt van rechtswege en brengt van meet af aan mee dat het besluit niet rechtsgeldig is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De vergadering is ingevolge artikel 5:128 lid 1 BW het bevoegde orgaan om regels te stellen betreffende het gebruik van – kort gezegd – de gemeenschappelijke gedeeltes, voor zover het reglement daarover geen bepalingen bevat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil, dat het appartementsrecht [indice 1] met de bestemming zorgcentrum, een privé gedeelte betreft. Uit de splitsingstekening volgt dat de entree in de hoek linksonder valt binnen de grenzen van het appartementsrecht, zodat de entree onderdeel uitmaakt van het privé gedeelte. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Tussen partijen is evenmin in geschil, dat de VvE de eigenaar is van het appartementsrecht [indice 1] . De VvE is krachtens artikel 5:124 lid 1 BW een rechtspersoon. Zij heeft een eigen afgescheiden vermogen. De omstandigheid dat de VvE wordt gevormd door haar leden/de eigenaars van het complex of dat zij ingevolge artikel 5:126 lid 1 BW het beheer voert over gemeenschappelijke gedeeltes, betekent, anders dan de VvE meent, niet zonder meer (en meer is niet gesteld of gebleken) dat dit appartementsrecht dus gezamenlijk eigendom zou zijn van alle eigenaren en daarmee als gemeenschappelijk gedeelte zou moeten worden aangemerkt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Aangezien het appartementsrecht [indice 1] een privé gedeelte is, is de vergadering in het kader van de uitvoering van haar taak in artikel 5:128 lid 1 BW niet bevoegd om een besluit te nemen over het gebruik van dat privé gedeelte. Het valt onder de eigen bevoegdheid van (het bestuur van) de VvE hoe zij het haar toekomend privé gedeelte gebruikt, mits dat gebruik in overeenstemming is met de splitsingsakte, het modelreglement en het huishoudelijk reglement.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Op grond van artikel 17 lid 4 van het modelreglement is de vergadering wel bevoegd om te oordelen over het verlenen van toestemming in het geval de VvE haar appartementsrecht wil gebruiken in afwijking van de bestemming als zorgcentrum conform artikel 2 sub d van de splitsingsakte. Niet gesteld of gebleken is echter dat het plaatsen van een zitje op de entree van het zorgcentrum afwijkt van de bestemming als zorgcentrum.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Gelet op het bovenstaande luidt de slotsom dat de vergadering niet bevoegd was om het bestreden besluit te nemen. Besluiten, die onbevoegdelijk zijn genomen, zijn nietig op grond van artikel 2:14 BW. Hoewel [verzoeker] zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de vergadering niet bevoegd was het bestreden besluit te nemen, kan het door [verzoeker] verzochte niet worden toegewezen. [verzoeker] verzoekt immers uitsluitend vernietiging van het besluit op grond van artikel 2:15 lid 1 BW. Dan moet er wel een te vernietigen besluit liggen, aangezien artikel 2:15 lid 1 BW veronderstelt dat er een geldig, doch aantastbaar, besluit ligt. Er ligt echter geen geldig besluit. De kantonrechter zal dan ook de verzochte vernietiging afwijzen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>
        [verzoeker] is de partij die in het ongelijk wordt gesteld en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan deze beschikking worden de proceskosten aan de zijde van de VvE vastgesteld op € 150,00 (2 punten à € 75,00) aan salaris gemachtigde.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijs het verzochte af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, aan de zijde van de VvE tot deze beschikking vastgesteld op € 150,00, te voldoen binnen veertien dagen na heden en, voor het geval voldoening niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de vijftiende dag na heden tot aan de dag van voldoening.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2023.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic" />
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>