<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:772</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-13T08:10:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10151115_E08022023</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:772">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:772</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-10T09:35:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:772 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 08-02-2023 / 10151115_E08022023</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:772:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verkeerde persoon gedagvaard, eisende partij niet ontvankelijk in haar vordering. Ook geen inhoudelijke tegenvordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:772:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10151115 \ CV EXPL  22-3808</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 8 februari 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING 'SCHUILPLAATS'</emphasis>, </para>
      <para>te Hilvarenbeek,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Stichting 'Schuilplaats',</para>
      <para>gemachtigde: mr. A. Klaassen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding <?linebreak?>- de conclusie van antwoord</para>
      <para>- de mail van de griffier van de rechtbank van 19 oktober 2022</para>
      <para>- de aanvullende conclusies van antwoord</para>
      <para>- de akte van Stichting 'Schuilplaats' <?linebreak?>- de akte van [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Stichting 'Schuilplaats' vordert - samengevat – een hoofdsom van € 3.560,- te vermeerderen met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert – kort gezegd – verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Stichting 'Schuilplaats' heeft haar vordering onderbouwd door te stellen dat [gedaagde] een betaalverplichting niet is nagekomen, die [gedaagde] uit hoofde van een overeenkomst van zorg met Stichting 'Schuilplaats' zou hebben, in het kader waarvan Stichting 'Schuilplaats' diverse behandelingen heeft uitgevoerd over een bepaalde periode. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft als (meest ingrijpende) verweer aangevoerd dat zij als persoon nooit zorg heeft gehad van Stichting 'Schuilplaats'. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De kantonrechter komt in deze zaak tot het oordeel dat Stichting 'Schuilplaats' de verkeerde persoon heeft gedagvaard. Stichting 'Schuilplaats' stelt namelijk ook zelf in haar akte dat de zaak zich niet richt tegen mevrouw [gedaagde] , maar tegen diens moeder die partij zou zijn bij de overeenkomst. Nu in dit geval echter wel mevrouw [gedaagde] (opmerking van de kantonrechter: dit is de volledige aangetrouwde naam van de gedaagde partij) is gedagvaard, is deze dagvaarding dus volgens de eigen stellingen van Stichting 'Schuilplaats' niet aan de juiste persoon uitgebracht. Dit betekent dat Stichting 'Schuilplaats' (met een juridische term) “niet ontvankelijk” wordt verklaard in haar vordering tegen [gedaagde] en de kantonrechter de zaak verder niet inhoudelijk kan beoordelen. Ook betekent dit dat [gedaagde] geen (inhoudelijke) tegenvordering kan indienen tegen Stichting 'Schuilplaats', waarbij de kantonrechter om die reden dus al niet kan ingaan op de eis van [gedaagde] tot € 3.000,- smartengeld. De kantonrechter legt tot slot voor de volledigheid nog uit dat dit vonnis niet betekent dat Stichting 'Schuilplaats' niemand anders meer kan dagvaarden voor haar vordering. Dit kan namelijk wel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Stichting 'Schuilplaats' is in deze zaak de partij die ongelijk krijgt en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld, waarbij deze kosten aan de kant van [gedaagde] worden vastgesteld op € 0,-. Hierbij is overwogen dat [gedaagde] in deze procedure niet is bijgestaan door een gemachtigde en zij niet, ofwel onvoldoende heeft gesteld dat zij op een andere manier kosten heeft gemaakt in het kader van deze procedure die voor vergoeding in aanmerking komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart Stichting 'Schuilplaats' niet-ontvankelijk in haar vordering,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt Stichting 'Schuilplaats' in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot dit vonnis vastgesteld op € 0,-.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2023.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>