<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:756</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-09T15:18:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">404891_E20022023</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:756">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:756</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-09T14:52:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:756 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-01-2023 / 404891_E20022023</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:756:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar verleend. Onweersproken verzoek waarin gewerkt dient te worden aan verschillende doelen om de ernstige zorgen in de ontwikkeling van de minderjarigen weg te nemen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:756:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/404891 / JE RK 22-2283</para>
      <para>Datum uitspraak: 20 januari 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO ZUIDWEST NEDERLAND, </bridgehead>
    <para>locatie Breda, hierna te noemen: de Raad,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [minderjarige 1] , </bridgehead>
    <para>geboren op [geboortedag 1] 2012 te [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [minderjarige 2] , </bridgehead>
    <para>geboren op [geboortedag 2] 2015 te [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 2] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de moeder] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats 1] , </para>
      <para>advocaat: mr. R. Joosen te Dongen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de vader] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats 2] .</para>
      <para>Advocaat: mr. M.J.E.M. Edelmann te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als informant aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT ROOSENDAAL,</bridgehead>
    <para>locatie Roosendaal, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het verzoek met bijlagen van de Raad van 30 december 2022, ingekomen bij de griffie op dezelfde dag;</para>
    <para>- de brief met bijlagen van de advocaat van de moeder van 5 januari 2023, ingekomen bij de griffie op dezelfde dag.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 januari 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verschenen zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk in de Arabische/Syrische taal;</para>
    <para>- de advocaat van de vader;</para>
    <para>- een vertegenwoordigster van de Raad;</para>
    <para>- een vertegenwoordigster van de GI (MS Teams).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel behoorlijk opgeroepen zijn [minderjarige 1] en de vader niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt uitgevoerd door de ouders.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van twaalf maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De standpunten</title>
    <para>De vertegenwoordigster van de Raad handhaaft het verzoek. De minderjarigen hebben last van de onvoorspelbaarheid van de vader. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wensen contact met de vader, maar de ouders komen er samen niet uit om dit te bewerkstelligen. Er dient psycho educatie ingezet te worden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door en namens de moeder is tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij instemt met het verzoek van de Raad. Volgens de moeder dient de vader te stoppen met het verhinderen van zaken en mee te werken in plaats van dat er allerlei procedures gevoerd moeten worden. De moeder hoopt dat door de komst van [naam hulpverlening] de vader weer vertrouwen krijgt in de hulpverlening en zal samenwerken. In februari 2023 volgt een strafrechtelijke procedure met betrekking tot de mogelijke verlenging van het contact-, straat- en gebiedsverbod van de vader.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de vader is tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat de vader instemt met het verzoek van de Raad als er hulpverlening wordt ingezet via [naam hulpverlening] . Er is van alles met de vader aan de hand. Op dit moment gaat het weer goed met hem en is communicatie mogelijk. Aan de zijde van de vader is er wantrouwen richting de hulpverlening. De vader wordt genegeerd en hij voelt zich niet gehoord door de hulpverlening. Daar moet verandering in komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vertegenwoordigster van de GI ondersteunt het verzoek van de Raad. Er is sprake van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van de minderjarigen en de hulpverlening in een vrijwillig kader is onvoldoende van de grond gekomen of onvoldoende toereikend geweest. Van belang is wel dat de hulpverlening vanuit [naam hulpverlening] wordt ingezet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>De kinderrechter overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:</para>
    </parablock>
    <para>a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;</para>
    <para>b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er sprake is van ernstige zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De kinderrechter onderschrijft de zorgen van de Raad dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onvoldoende aan hun ontwikkeling toe komen zo lang zij last hebben van herinneringen van de ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden. Er is al geruime tijd geen voorspelbaar, stabiel en onbelast contact mogelijk tussen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de vader. Geconstateerd wordt dat de verstandhouding tussen de ouders fors is verstoord en er geen enkele vorm van communicatie over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tussen hen plaatsvindt. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben last van het feit dat de ouders als geruime tijd met elkaar strijden. Deze gespannen verstandhouding zal mogelijk contactherstel tussen de minderjarigen en de vader kunnen belemmeren zodat zij in een mogelijk loyaliteitsconflict terechtkomen. Positief is dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] contact wensen met de vader. De hulpverlening in een vrijwillig kader is tot nu toe ontoereikend geweest. De komende periode dient veel hulpverlening ingezet te worden en dient er duidelijkheid voor de minderjarigen te komen over het contact met hun vader. De hulpverlening vanuit [naam hulpverlening] dient voortgezet te worden en verder dient gekeken te worden welke hulpverlening noodzakelijk is voor de minderjarigen en de ouders. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. Het (onweersproken) verzoek van de Raad wordt daarom toegewezen. In een gedwongen kader dient er gewerkt te worden aan de volgende door de Raad gestelde doelen:</para>
    </parablock>
    <para>- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kunnen ingrijpende gebeurtenissen verwerken, ze hebben</para>
    <para>geen last meer van nare herinneringen.</para>
    <para>- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben onbelast contact met allebei hun ouders.</para>
    <para>- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben het gevoel dat zij openlijk loyaal mogen zijn aan</para>
    <para>allebei hun ouders.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit leidt tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant locatie Roosendaal met ingang van 20 januari 2023 tot 20 januari 2024;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2023 door mr. Hamburger, kinderrechter, in tegenwoordigheid van Can, als griffier. </para>
              <para />
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 februari 2023.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
    <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>