<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:69</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-24T13:23:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/404474 / JE RK 22-2204</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2023-0018</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:69">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:69</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-09T15:47:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:69 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-01-2023 / C/02/404474 / JE RK 22-2204</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:69:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Er is geen samenwerking tussen de ouders en de GI tot stand gekomen. Het is betreurenswaardig dat het daardoor niet gelukt is om tot contactherstel te komen tussen de minderjarigen en de vader. Het hoogst haalbare lijkt echter bereikt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:69:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/404474 / JE RK 22-2204</para>
      <para>Datum uitspraak: 3 januari 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een opheffing ondertoezichtstelling</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, </bridgehead>
    <para>locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2005 te [geboorteplaats] ,</bridgehead>
    <para>hierna te noemen: [minderjarige 1] , </para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2008 te [geboorteplaats] ,</bridgehead>
    <para>hierna te noemen: [minderjarige 2] . </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam moeder] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam vader] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, </para>
      <para>hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het verzoek met bijlage(n) van GI van 15 december 2022, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum;</para>
    <para>- het e-mailbericht van de vader van 29 december 2022. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 3 januari 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verschenen zijn:<?linebreak?>-	de moeder, <?linebreak?>-	een vertegenwoordiger van de GI (telefonisch);<?linebreak?>-	een vertegenwoordiger van de Raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader heeft schriftelijk laten weten dat hij tijdens de mondelinge behandeling niet aanwezig kan zijn en dat hij ook niets toe te lichten heeft op het verzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2]  wordt uitgevoerd door de ouders.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 5 juli 2022 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 20 juli 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>De GI verzoekt op grond van artikel 1:261 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de aan haar opgedragen ondertoezichtstelling van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op te heffen. De GI verzoekt de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de belanghebbenden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het verzoekschrift is door de GI - kort samengevat - aangegeven dat de samenwerking met de ouders wisselend of afwezig is. De verantwoordelijkheid voor zaken wordt door hen bij de GI gelegd. Het is niet mogelijk gebleken om afspraken te maken. De zorgaanbieder Expertise in Ervaren kan geen contact krijgen met de vader. De hulpverlening wordt daarom afgesloten. Tijdens de mondelinge behandeling wordt het verzoek nader toegelicht. Er is voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hulpverlening ingezet en de doelen zijn daarin behaald. De pogingen om het contact tussen hen en de vader te herstellen zijn helaas niet gelukt. Er is onvoldoende medewerking van de vader. Met de moeder is ook weinig contact. De GI kan niet veel meer doen in deze zaak. Het hoogst haalbare is bereikt. Er is ongeveer twee weken nodig om af te ronden en over te dragen naar het vrijwillig kader.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de moeder wordt aangegeven dat het met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] goed gaat. De coaching heeft [minderjarige 2] goed gedaan. Hoewel het de bedoeling was dat er contactherstel zou komen met de vader blijft dat uit. De moeder ziet daartoe ook geen mogelijkheden meer. Tussen de ouders is er ook geen contact. De moeder staat achter het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling op te heffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad vindt het treurig dat de doelen voor wat betreft het gezamenlijk vorm geven van het ouderschap en het contact tussen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en hun vader niet zijn behaald. Tegelijkertijd lijkt het maximaal haalbare te zijn bereikt. De Raad kan zich het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling op te heffen dan ook voorstellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader heeft schriftelijk laten weten dat hij geen bezwaar heeft tegen opheffing van de ondertoezichtstelling. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para>De kinderrechter kan een ondertoezichtstelling opheffen als niet meer wordt voldaan aan de wettelijke criteria (artikel 1:255 lid 1 BW). Zij kan dit doen op verzoek van de GI die het toezicht heeft (artikel 1:261 lid 2 BW).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van een dergelijke situatie kan sprake zijn als er feitelijk geen verdere resultaten meer zijn te verwachten. Uit de stukken en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat hiervan sprake is. Er is geen samenwerking tussen de ouders en de GI tot stand gekomen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hulpverlening gehad en de beoogde doelen zijn bereikt. Het is betreurenswaardig dat het niet gelukt is om tot contactherstel te komen tussen hen en de vader. Het hoogst haalbare lijkt echter bereikt. Op basis hiervan concludeert de kinderrechter dat niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling. Het verzoek van de GI zal dan ook worden toegewezen. Om de GI de gelegenheid te geven om het goed af te ronden zal de ondertoezichtstelling worden opgeheven ingaande 17 januari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op met ingang van                  17 januari 2023;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2023 door mr. De Graaf, kinderrechter, in tegenwoordigheid van Van Dongen, als griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 6 januari 2023.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
    <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>