<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:6150</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-06T11:01:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10539655 CV EXPL  23-2169 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6150">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6150</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-05T15:17:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:6150 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 30-08-2023 / 10539655 CV EXPL  23-2169 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:6150:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verschuldigdheid buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:6150:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10539655 \ CV EXPL  23-2169</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 30 augustus 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">INFOMEDICS B.V., M.H.O.D.N. INFOMEDICS FACTORING, UWNOTA.NL, DFA SERVICES EN INFOMEDICS DFA</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Almere,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Infomedics,</para>
      <para>gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders te Amersfoort, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:</para>
        <para>- de dagvaarding van 25 mei 2023 met producties;  <?linebreak?>- de conclusie van antwoord met producties;  <?linebreak?>- de akte van Infomedics met producties;  <?linebreak?>- de antwoordakte van [gedaagde] met 1 productie. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Infomedics vordert -samengevat- bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 69,33 (bestaande uit de hoofdsom: € 28,90, vervallen rente tot 1 mei 2023: € 0,43 en buitengerechtelijke incassokosten: € 40,00), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 28,90 vanaf 1 mei 2023 tot aan de dag van de volledige betaling, alsmede [gedaagde] in de kosten van de procedure te veroordelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] erkent in haar verweer dat zij het gevorderde factuurbedrag van € 28,90 aan Infomedics verschuldigd is. Wat partijen verdeeld houdt is de vraag of [gedaagde] ook de buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan Infomedics verschuldigd is. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert in haar verweer aan dat Infomedics de factuur van 2 november 2022 naar haar oude [adres 1] te [woonplaats] ) heeft gezonden en dat zij pas bij brief van 5 april 2023 van de gemachtigde van Infomedics op de hoogte is geraakt van de vordering van Infomedics. [gedaagde] stelt dat Infomedics via haar zorgverlener -CZ- op de hoogte had kunnen zijn van haar nieuwe adresgegevens. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Infomedics stelt dat zij de adresgegevens heeft doorgekregen vanuit de zorgverlener en [gedaagde] haar nieuwe adres niet aan de zorgverlener heeft doorgegeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt in de eerste plaats dat, zoals Infomedics terecht heeft gesteld, het de verantwoordelijkheid van [gedaagde] is om de juiste adresgegevens aan de zorgverlener, in dit geval [zorgverlener] te [plaats ] door te geven. [gedaagde] stelt in haar antwoordakte dat zij op 1 juli (de kantonrechter begrijpt 2022) is verhuisd naar het [adres 2] te [woonplaats] . Uit de bij dagvaarding overgelegde factuur van 2 november 2022 blijkt dat de behandeling bij [zorgverlener] nadien, te weten op 6 juli 2022 heeft plaatsgevonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter overweegt voorts dat [gedaagde] in haar verweer heeft erkend dat </para>
        <para>zij de brief van de gemachtigde van Infomedics van 5 april 2023 heeft ontvangen. [gedaagde] is in deze brief -die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW- de mogelijkheid geboden om het factuurbedrag van € 28,90 zonder bijkomende kosten en rente aan (de gemachtigde van) Infomedics te voldoen. Door niet tijdig aan deze sommatie te voldoen is [gedaagde] ook de bijkomende kosten aan Infomedics verschuldigd. Dat [gedaagde] de brief van 5 april 2023 vanwege haar afwezigheid pas later heeft gezien, zoals [gedaagde] bij conclusie van antwoord heeft gesteld, is een omstandigheid die voor haar rekening en risico komt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente is als op de wet gegrond en onvoldoende weersproken eveneens toewijsbaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De proceskosten van Infomedics worden tot en met vandaag als volgt vastgesteld:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>107,84</para>
                <para>128,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>58,50</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(1,5 punt × € 39,00) </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>294,34</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt ten overvloede dat voor zover [gedaagde] al een bedrag van € 216,17 aan (de gemachtigde van) Infomedics heeft voldaan, zoals door [gedaagde] is gesteld in de antwoordakte, Infomedics uiteraard met deze betaling rekening dient te houden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Daarom zal als volgt worden beslist.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics te betalen een bedrag van € 69,33 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 28,90 vanaf 1 mei 2023 tot aan de dag van de volledige betaling</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van Infomedics, tot en met vandaag vastgesteld op € 294,34;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Karsten-Badal  en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2023.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>