<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:5939</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-29T16:34:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-08-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10430349 CV EXPL 23-779</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5939">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5939</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-29T16:30:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:5939 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-08-2023 / 10430349 CV EXPL 23-779</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:5939:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagde heeft gedurende de procedure de hoofdsom voldaan. Partijen verschillen van mening over de vraag op welke datum de betaling is verricht. Nu gedaagde niet heeft gereageerd op de conclusie van repliek, volgt de kantonrechter eiseres in haar stellingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:5939:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10430349 \ CV EXPL  23-779</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 23 augustus 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">INFOMEDICS B.V., M.H.O.D.N. INFOMEDICS FACTORING, UWNOTA.NL, DFA SERVICES EN INFOMEDICS DFA</emphasis>, </para>
      <para>te Almere,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Infomedics </para>
      <para>gemachtigde: Bosveld Incasso &amp; Gerechtsdeurwaarders</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 20 maart 2023;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord;</para>
      <para>- de conclusie van repliek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Infomedics vordert dat [gedaagde] bij vonnis – voor het geheel uitvoerbaar bij voorraad – wordt veroordeeld:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>om aan Infomedics de vordering van € 191,26 (€ 149,50 aan hoofdsom, € 1,76 aan wettelijke rente tot 1 maart 2023 en € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten) te betalen en vanaf 1 maart 2023 de wettelijke rente over de hoofdsom van € 149,50 totdat de vordering helemaal is betaald;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>om aan Infomedics de kosten van deze procedure (inclusief salaris gemachtigde) te betalen.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Infomedics legt – samengevat – het volgende ten grondslag aan haar vordering. Zij stelt dat een zorgverlener in opdracht van [gedaagde] medische behandelingen heeft verricht. Daarvoor heeft Infomedics, als rechtsopvolgster van de zorgverlener, een bedrag van </para>
        <para>€ 149,50 te vorderen gekregen van [gedaagde] . Infomedics stelt dat [gedaagde] in verzuim is geraakt met zijn betalingsverplichting, waardoor hij ook rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten verschuldigd is. Infomedics stelt dat [gedaagde] op 30 maart 2023, na de dagvaarding, € 149,50 heeft betaald. Die betaling dient eerst in mindering te strekken op de kosten en vervolgens op de hoofdsom, aldus Infomedics. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. Hij voert aan dat hij de hoofdsom ad € 149,50 op 8 maart 2023 heeft betaald. Hij is bereid om de incassokosten te betalen, maar hij betwist dat hij de andere kosten is verschuldigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Partijen verschillen van mening wanneer [gedaagde] het bedrag van € 149,50 heeft betaald. Infomedics heeft bij conclusie van repliek toegelicht dat [gedaagde] op 30 maart 2023 heeft betaald. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld daarop te reageren bij conclusie van dupliek. Hij heeft daarvan geen gebruik gemaakt. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat [gedaagde] op 30 maart 2023 heeft betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De kantonrechter zal de vordering van Infomedics toewijzen, met dien verstande dat daarop in mindering strekt de betaling van € 149,50 op 30 maart 2023, alsmede dat de rente wordt toegewezen over € 149,50 vanaf 1 maart tot 30 maart 2023 en over € 40,00 vanaf 31 maart tot de dag der algehele voldoening.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten, waaronder de nakosten, worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Infomedics als volgt vastgesteld:</para>
      <para>- kosten van de dagvaarding	€ 	107,84</para>
      <para>- griffierecht	€	128,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde	€	78,00 (2,00 punten x € 39,00)</para>
      <para>- nakosten	<emphasis role="underline">€	19,50</emphasis></para>
      <para>totaal	€	333,34</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics te betalen een bedrag van € 41,76, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 149,50 vanaf 1 maart tot 30 maart 2023 en over € 40,00 vanaf 31 maart 2023 tot de dag der algehele voldoening,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 333,34, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.M. van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2023.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>