<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:5848</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-23T14:57:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10439496 CV EXPL 23-1267 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5848">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5848</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-23T14:26:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:5848 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-07-2023 / 10439496 CV EXPL 23-1267 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:5848:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagde heeft telefonisch deelgenomen aan de zitting. Door partijen zijn afspraken gemaakt over de betaling van openstaande facturen, welke afspraken in een vonnis zijn opgenomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:5848:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10439496 \ CV EXPL  23-1267</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 26 juli 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] B.V.,</para>
      <para>gemachtigde: mr. [naam] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 3 mei 2023</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 19 juli 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [eiser] B.V. is de vennootschap middels welke mr. [naam] zijn diensten als advocaat aan zijn cliënten aanbiedt, in de onderhavige kwestie via het samenwerkingsverband ((kosten)maatschap) [bedrijf] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] is vanaf ongeveer begin 2016 klant bij mr. [naam] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Mr. [naam] heeft [gedaagde] in meerdere zaken bijgestaan, waarvoor hij in de periode december 2017 tot en met december 2022 diverse facturen heeft verstuurd aan [gedaagde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft tot en met 23 maart 2023 (de dag van dagvaarding) meerdere facturen voor een totaalbedrag van € 3.836,84 inclusief btw onbetaald gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op of omstreeks 12 en 13 april 2023 twee keer een bedrag van € 250,00 betaald, zijnde in totaal € 500,00, zodat thans het openstaande bedrag € 3.336,84 bedraagt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [eiser] B.V. vordert na vermindering van eis - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 3.336,58, vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist als zodanig niet de omvang van de achterstand van de facturen, maar voert wel verweer tegen de buitengerechtelijke incassokosten. Hij vindt deze kosten aan de hoge kant. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        [gedaagde] is niet ter zitting verschenen. Tijdens de zitting is hij in aanwezigheid van de kantonrechter en de griffier – twee keer – gebeld door mr. [naam] . [gedaagde] heeft telefonisch, via de speaker, deelgenomen aan de zitting en heeft hij desgevraagd aangegeven akkoord te zijn met de wijze van behandeling van het geschil. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Partijen hebben ter zitting de volgende afspraken gemaakt en de kantonrechter gevraagd deze afspraken in een vonnis op te nemen. De afspraken luiden als volgt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] betaalt aan [eiser] B.V. :</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 3.336,84 aan hoofdsom; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 625,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de proceskosten (inclusief nakosten), </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter stelt de proceskosten (inclusief nakosten) tot aan dit vonnis aan de zijde van [eiser] B.V. als volgt vast:</para>
        <para>kosten van de dagvaarding		€   107,84</para>
        <para>griffierecht				€   514,00</para>
        <para>salaris gemachtigde			€   528,00 (2 punten x € 264,00)</para>
        <para>nakosten				€   132,00</para>
        <para>					------------</para>
        <para>Totaal:					€ 1.281,84</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op de tussen partijen gemaakte afspraken zal de kantonrechter de hiervoor</para>
        <para>genoemde bedragen toewijzen en het meer gevorderde afwijzen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] B.V. te betalen een bedrag van € 3.336,84, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] B.V. te betalen een bedrag van € 625,00 aan buitengerechtelijke incassokosten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.281,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2023.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>