<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:579</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-02T13:29:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-210395-21 en 02-036269-21 (TUL)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:579">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:579</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-01T09:51:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:579 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 02-02-2023 / 02-210395-21 en 02-036269-21 (TUL)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:579:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling artikel 5a Wegenverkeerswet 1994. Strafmaat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:579:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummers: 02-210395-21 en 02-036269-21 (TUL) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 2 februari 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>vertrokken, onbekend waarheen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 januari 2023. Tegen verdachte is verstek verleend. De officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt. Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een personenauto heeft bestuurd en zich zodanig heeft gedragen dat hij verschillende verkeersregels heeft geschonden, waardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en baseert zich daarbij op de bewijsmiddelen in het dossier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
        </para>
        <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewijsoverwegingen</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen, waaronder de deels bekennende verklaring van verdachte, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde geschonden verkeersregels. Hiermee is vast komen te staan dat verdachte gedurende een langere rit, meerdere voor de verkeersveiligheid zeer belangrijke verkeersregels heeft geschonden. Gelet op de omstandigheden waaronder verdachte deze verkeersovertredingen heeft begaan, kan worden geconcludeerd dat verdachte deze voor de verkeersveiligheid belangrijke verkeersregels opzettelijk en in ernstige mate heeft geschonden. Verdachte heeft zich zodanig op de weg gedragen dat hiervan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was. Door het rijgedrag van verdachte konden namelijk (levens)gevaarlijke situaties ontstaan, zoals ook de verbalisant in het proces-verbaal van bevindingen heeft beschreven. Dit gevaar was naar algemene ervaringsregels ook voorzienbaar voor verdachte. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 28 juli 2021 te Rilland, op de A58 binnen de gemeente Reimerswaal en andere gemeenten in de provincie Zeeland, als bestuurder van een voertuig (Citroën C3 met [kenteken] ), daarmee rijdende op de weg A58, ter hoogte van hectometerpaal 128 en andere hectometerpalen, zich (meermalen) opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door het (meermalen) overschrijden van de maximum snelheid en het (meermalen) gevaarlijk inhalen en (meermalen) over een vluchtstrook rijden waar dit niet is toegestaan en (meermalen) zeer dicht achter een ander voertuig rijden en (meermalen) onvoldoende rechts houden op onoverzichtelijke plaatsen en niet hij voortduring het door hem bestuurde motorijtuig onder controle houden, waardoor hij (meermalen) slingerde en niet op zijn rijstrook bleef rijden en (meermalen) geen richting aangeven, door welke verkeersgedragingen van verdachte (meermalen) levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van tien weken waarvan vijf weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd aan verdachte op te leggen een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van tien maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van de tijd die verdachte zijn rijbewijs al kwijt is geweest.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft als bestuurder van een auto opzettelijk meerdere verkeersregels ernstig geschonden. Zo heeft hij meermalen de toegestane maximumsnelheid overschreden, andere voertuigen op een gevaarlijke wijze ingehaald en zeer dicht op andere voertuigen gereden, over de vluchtstrook gereden, onvoldoende rechts gehouden op onoverzichtelijke plaatsen, kon hij zijn voertuig niet altijd onder controle houden en heeft hij meermalen geen richting aangegeven. Door zo te handelen heeft verdachte (levens)gevaarlijke situaties gecreëerd en de veiligheid van andere verkeersdeelnemers en zichzelf ernstig in gevaar gebracht. Verkeersdeelnemers zijn voor hun veiligheid niet alleen afhankelijk van hun eigen rijgedrag, maar ook van het gedrag van anderen. Verdachte heeft zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van de veiligheid van zijn medeweggebruikers onvoldoende in acht genomen. De rechtbank rekent hem dat aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft verder acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 6 december 2022, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor het overtreden van verkeerswetgeving, maar niet voor een soortgelijk feit. Hij wordt daarom aangemerkt als first-offender. Daarnaast blijkt uit zijn strafblad dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Ten slotte blijkt uit het strafblad dat verdachte nog in een proeftijd van een eerdere veroordeling liep. Kennelijk heeft dit verdachte er niet van weerhouden om wederom een strafbaar feit te plegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien de ernst en het gevaarzettende karakter van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat hij wordt aangemerkt als first-offender en zal daarom een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deel van die gevangenisstraf voorwaardelijk aan verdachte op te leggen. De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van drie weken passend en geboden. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte opleggen een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van tien maanden, met aftrek van de tijd waarin het rijbewijs reeds ingevorderd is geweest. De rechtbank zal daarvan een deel, te weten vier maanden, voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van twee jaar, om verdachte ervan te weerhouden zich nogmaals te misdragen in het verkeer. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Het beslag</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De teruggave</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp aan [naam] , omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De vordering tot tenuitvoerlegging</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke werkstraf van 20 uren die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 27 mei 2021 ten uitvoer zal worden gelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <bridgehead role="italic">overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994;</bridgehead>
    <para />
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 3 (drie) weken</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bijkomende straffen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 10 (tien) maanden, waarvan 4 (vier) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;</emphasis></para>
    <para>- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd dat verdachte zijn rijbewijs al heeft ingeleverd in mindering wordt gebracht op het onvoorwaardelijke deel van de rijontzegging;</para>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast de teruggave aan [naam] van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een personenauto met [kenteken] , merk Citroën, [typenummer] ;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vordering tenuitvoerlegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 27 mei 2021 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 02-036269-21 <emphasis role="bold">ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, te weten; </para>
    <para>een werkstraf voor de duur van 20 (twintig) uren. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Nomes, voorzitter, mr. M. van de Wetering en mr. E.A. Mulders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Holtgrefe, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 februari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Van de Wetering is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>