<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:5624</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-14T09:55:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-08-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10509195 CV EXPL 23-1398</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Bergen op Zoom</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5624">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5624</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-14T09:53:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:5624 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-08-2023 / 10509195 CV EXPL 23-1398</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:5624:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De vordering op grond van onverschuldigde betaling wordt afgewezen. Voor zover de eenmanszaak die de betaling heeft ontvangen is omgezet in een V.O.F., wil dat nog niet zeggen dat de bankrekening ook is overgenomen door de V.O.F. De eenmanszaak blijft de ontvanger van de betaling. Eiser heeft dus de verkeerde partij gedagvaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:5624:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
<emphasis role="bold caps">
RECHTBANK
</emphasis>
<emphasis role="bold">
ZEELAND-WEST-BRABANT
</emphasis>
</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Cluster I Civiele kantonzaken
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Zittingsplaats Bergen op Zoom
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Zaaknummer: 10509195 CV EXPL 23-1398
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van 9 augustus 2023
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[eiser01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
wonende te [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
eisende partij,
</para>
      <para>
hierna te noemen: [eiser01] ,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. F. Kaya (Stichting Achmea Rechtsbijstand),
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
1. de vennootschap onder firma
</para>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
<?linebreak?>
2. de stichting
</para>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde02]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
<?linebreak?>
3. de stichting
</para>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde03]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
gevestigd te [vestigingsplaats 3] ,
<?linebreak?>
4. de stichting
</para>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde04]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
gevestigd te [vestigingsplaats 3] ,
</para>
      <para>
gedaagde partijen,
</para>
      <para>
hierna samen te noemen: [gedaagden01] en ieder afzonderlijk te noemen: [gedaagde01] , [gedaagde02] , [gedaagde03] en [gedaagde04] ,
</para>
      <para>
gemachtigde: [bedrijf01] B.V.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
1.1
</nr>
      <parablock>
        <para>
Het verloop van de procedure blijkt uit:
</para>
        <para>
- de dagvaarding van 20 april 2023 met producties;
<?linebreak?>
- de vier conclusies van antwoord;
<?linebreak?>
- de conclusie van repliek met producties;
<?linebreak?>
- de conclusie van dupliek.
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2
</nr>
      <para>
Ten slotte is vonnis bepaald.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
2
</nr>
De feiten
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
2.1
</nr>
      <para>
Op 14 februari 2022 heeft [eiser01] een bedrag van € 3.350,00 overgemaakt op de bankrekening van [naam01] handelend onder de naam [gedaagde01] (hierna: [naam01] ). [naam01] heeft dat bedrag ontvangen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
3
</nr>
Het geschil
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1
</nr>
      <para>
[eiser01] vordert - samengevat - [gedaagden01] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 3.810,00 aan hoofdsom en buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.350,00 vanaf 23 november 2022 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagden01] in de proceskosten.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2
</nr>
      <para>
[eiser01] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij het bedrag van € 3.350,00 zonder rechtsgrond en dus onverschuldigd aan [gedaagden01] heeft betaald. [eiser01] en zijn gemachtigde hebben meerdere brieven naar [gedaagden01] gestuurd over deze kwestie. [gedaagden01] is in gebreke gebleven het bedrag binnen de gestelde termijn terug te betalen, zodat zij vanaf 23 november 2022 in verzuim verkeert. Dit betekent dat [gedaagden01] buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente verschuldigd is.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3
</nr>
      <parablock>
        <para>
[gedaagde01] , [gedaagde02] , [gedaagde03] en [gedaagde04] hebben ieder afzonderlijk verweer gevoerd. Deze verweren zijn identiek aan elkaar. [gedaagden01] concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser01] in de proceskosten. Hiertoe voert zij het volgende aan.
</para>
        <para>
[eiser01] heeft de verkeerde partijen gedagvaard. De bankrekening waarop de betaling is ontvangen staat op naam van [naam01] . [naam01] heeft het geld niet kunnen terugbetalen, omdat de bankrekening geblokkeerd is door de ABN AMRO als gevolg van het faillissement van de echtgenoot van [naam01] . [eiser01] is er meerdere keren op gewezen dat hij zich dient te wenden tot ABN AMRO of de curator. Er is nooit contact tot stand gekomen tussen [naam01] en de curator, zodat [naam01] ook niet weet of de curator het bedrag inmiddels al heeft terugbetaald. Verder voert [gedaagden01] aan dat je geld pas hebt ontvangen als je erover kunt beschikken en dat is in dit geval niet zo.
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
4
</nr>
De beoordeling
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
4.1
</nr>
      <para>
Het meest verstrekkende verweer van [gedaagden01] is dat [eiser01] de verkeerde partijen heeft gedagvaard. Voor een geslaagd beroep op onverschuldigde betaling ex artikel 6:203 BW dient [eiser01] te stellen en zo nodig te bewijzen dat [gedaagde01] de ontvanger is van de betaling. De kantonrechter overweegt hierover het volgende.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.2
</nr>
      <para>
Door [gedaagden01] is aangevoerd en door [eiser01] is niet weersproken dat de betaling is overgemaakt naar de bankrekening van [naam01] . Bij conclusie van repliek heeft [eiser01] aangevoerd dat de eenmanszaak van [naam01] per 13 oktober 2021 is uitgeschreven uit het Handelsregister en is voortgezet door [gedaagde01] . Zoals [gedaagden01] terecht heeft aangevoerd, houdt de enkele voortzetting van [naam01] door [gedaagde01] niet in dat [gedaagde01] ook de ontvanger wordt van de betaling die heeft plaatsgevonden op de bankrekening van [naam01] . Niet gesteld of gebleken is dat de rekeninghouder van de bankrekening is gewijzigd van [naam01] naar [gedaagde01] . Uit de informatie die door de Rabobank aan [eiser01] is vrijgegeven, en welke door [eiser01] in het geding is gebracht, blijkt dat de rekening ten tijde van de betaling op naam van [naam01] stond. Daarbij heeft [gedaagde01] het financieel jaaroverzicht van 30 januari 2023 van de bankrekening overgelegd waaruit volgt dat de bankrekening ook toen nog op naam van [naam01] stond. De vorderingen van [eiser01] worden daarom afgewezen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.3
</nr>
      <para>
Gelet op het voorgaande behoeven de overige stellingen van partijen geen bespreking meer.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.4
</nr>
      <para>
[eiser01] is de partij die in het ongelijk wordt gesteld en hij zal daarom in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld, met dien verstande dat de kantonrechter voor de berekening van het salaris gemachtigde aan zal sluiten bij het liquidatietarief voor kantonzaken van, in dit geval, € 232,00 per procespunt. Nu de afzonderlijke verweren identiek zijn aan elkaar en namens [gedaagden01] één conclusie van dupliek is ingediend, acht de kantonrechter het toekennen van in totaal twee procespunten billijk.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [gedaagden01] als volgt begroot:
</para>
      </parablock>
      <para>
- salaris gemachtigde € 464,00 (2,00 x 1,00 punt x € 232,00)
</para>
      <para>
- nakosten
<emphasis role="underline">
€ 116,00
</emphasis>
(0,50 punt x € 232,00)
</para>
      <para>
- totaal € 580,00
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
5
</nr>
De beslissing
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De kantonrechter:
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
wijst de vorderingen van [eiser01] af;
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
veroordeelt [eiser01] in de proceskosten van € 580,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet [eiser01] ook de kosten van betekening betalen;
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2023.
</para>
      <para>
</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>