<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:546</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-08T09:07:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-024122</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:546">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:546</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-08T09:07:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:546 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 30-01-2023 / 22-024122</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:546:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>552a Sv gegrond en teruggave gelast van inbeslaggenomen auto aan klager.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:546:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht </para>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rk.nummer:  	22-024122</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [klaagster] ,                         <?linebreak?>geboren op [geboortedag] 1979,<?linebreak?>wonende te [woonadres] , </para>
      <para>hierna te noemen: klaagster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klaagster heeft in deze zaak woonplaats gekozen ten kantore van mr. S.M.E. van Fraaijenhove, advocaat te Breda, op het adres Haagweg 391, 4813 XD Breda. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para> de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 10 oktober 2022 onder </para>
    <para>
      [naam] in het strafvorderlijk onderzoek tegen [naam] in beslag is genomen: een personenauto van het Opel Corsa-C; Y1.7dt, kleur grijs, voorzien van het [kenteken] (hierna: de Opel); </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het klaagschrift, ingediend op 20 oktober 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift van de officier van justitie; en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 17 januari 2023. Gehoord zijn de officier van justitie mr. R.S. Jacobs, klager en mr. S.M.E. van Fraaijenhove als gemachtigd raadsvrouw van klager. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De belanghebbende overeenkomstig artikel 552a lid 5 Sv, zijnde [naam] , is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat op 10 oktober 2022 de Opel van klaagster onder haar vriend [naam] in beslag is genomen wegens verdenking van het rijden zonder geldig rijbewijs. Klaagster had aan haar vriend geen toestemming gegeven om in haar Opel te rijden. Zij heeft belang bij een spoedige teruggave van de Opel aan haar nu zij deze auto dringend nodig heeft voor haar werk en voor privé aangelegenheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft in aanvulling op het klaagschrift in raadkamer aangevoerd dat klaagster een laag inkomen heeft en de Opel echt hard nodig heeft voor haar werk en voor het naar school en de sport brengen van haar kinderen. De afstanden die zij hiervoor moet afleggen bedragen meer dan 12 kilometer (enkele reis). Klaagster heeft aangegeven dat zij na een eerdere waarschuwing in september 2022 de autosleutels inmiddels dagelijks voor haar vriend verstopt. Zij erkent dat het in oktober 2002 toch nog een keer is misgegaan, maar hoopt dat de rechter haar bij deze stand van zaken het voordeel van de twijfel geeft en de teruggave van de Opel aan haar zal gelasten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft in raadkamer gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het CVOM en zich op het standpunt gesteld dat het beslag op de Opel gehandhaafd dient te blijven. Klaagster was gewaarschuwd doordat haar vriend [naam] al tweemaal eerder zonder geldig rijbewijs in haar Opel had gereden. Zij had er daarom voor moeten zorgdragen dat de autosleutels niet meer in het bezit van die [naam] konden komen. Gelet op deze omstandigheden - in deze stand van zaken - zou de officier van justitie ter zitting de verbeurdverklaring van de Opel hebben gevorderd en acht hij het niet hoogst onwaarschijnlijk dat ook de rechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de Opel zal bevelen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag: </para>
    </parablock>
    <para>a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,</para>
    <para>b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.</para>
    <para>In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4o, Sr in verbinding met artikel 552f Sv. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze doet zich het geval voor dat een ander dan degene tegen wie het strafvorderlijk onderzoek zich richt, stelt rechthebbende te zijn en zich beklaagt over de voortduring van het beslag en het uitblijven van een last tot teruggave. In een dergelijk geval zal de rechtbank bij de beoordeling tevens acht moeten slaan op het bepaalde in art. 33a, tweede lid aanhef en onder a, Sr, inhoudende dat  voorwerpen die niet aan de veroordeelde toebehoren alleen verbeurd kunnen worden verklaard indien degene aan wie zij toebehoren bekend was met hun verkrijging door middel van het strafbare feit of met het gebruik of de bestemming in verband daarmede, dan wel die verkrijging, dat gebruik of die bestemming redelijkerwijs had kunnen vermoeden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat in voldoende mate is komen vast te staan dat klaagster als rechthebbende van Opel kan worden aangemerkt. Dit wordt door de officier van justitie ook niet betwist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 2 oktober 2022 is de Opel van klaagster onder haar vriend [naam] inbeslaggenomen terzake verdenking van het rijden zonder geldig rijbewijs. Uit de toelichting van de officier van justitie in raadkamer begrijpt de rechtbank dat hij op 23 augustus en 8 september 2022 ook is aangehouden terzake verdenking van hetzelfde feit en toen ook in de Opel van klaagster reed. Klaagster is daarvan op 9 september 2022 schriftelijk in kennis gesteld. De raadsvrouw heeft in raadkamer aangegeven dat klaagster erkent dat het op 2 oktober 2022 opnieuw is misgegaan, maar dat zij er thans alles aan doet om ervoor te zorgen dat de autosleutels niet meer in het bezit van haar vriend zullen komen. Daarnaast heeft de raadsvrouw gemotiveerd uiteengezet waarom voortduring van het beslag voor klaagster zo bezwaarlijk is. Gelet op deze omstandigheden - uitgaande van de stand van zaken ten tijde van de behandeling van onderhavig klaagschrift en met inachtneming van het summiere karakter van de raadkamer - acht de rechtbank het hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de Opel zal bevelen. De rechtbank zal het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv gelegde beslag dan ook gegrond verklaren en de teruggave van  de Opel aan klaagster gelasten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-  verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de Opel aan klager.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is op 30 januari 2023 gegeven door mr. E.B Prenger, rechter, in tegenwoordigheid van S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 januari 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is niet in de gelegenheid om deze beslissing te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>INFORMATIE RECHTSMIDDEL</para>
      <para>Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing <emphasis role="bold">beroep in cassatie </emphasis>worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>