<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:5238</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-01T08:00:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 23_2357</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5238">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5238</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-28T13:24:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:5238 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-07-2023 / AWB- 23_2357</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:5238:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WABOA</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:5238:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 23/2357 </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juli 2023 in de zaak tussen</title>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">1.	[naam eiser 1]</emphasis>, </para>
    <bridgehead role="bold">2.	[naam eiser 2] ,  </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">3.	[naam eiser 3] , </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">4.	[naam eiser 4] , </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">5.	[naam eiser 5] , </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">6.	[naam eiser 6] en [naam eiser 7] , </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">7.	[naam eiser 8] , </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">8.	[naam eiser 9] , </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">9.	[naam eiser 10] en [naam eiser 11] , </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">10.	[naam eiser 12]</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">11.	[naam eiser 13] en [naam eiser 14] , </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">12.	[naam eiser 15] en [naam eiser 16] , </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">13.	[naam eiser 17] en [naam eiser 18] , </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">14.	[naam eiser 19] , </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [naam gemachtigde] ),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>allen uit [plaatsnaam 1] , <?linebreak?>tezamen, eisers, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reimerswaal, </title>
    <para>(gemachtigde: mr. J.A. Mohuddy). </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde partij heeft deelgenomen: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam derde-partij] ,</emphasis> uit [plaatsnaam 2] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft op 6 april 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege aan de derde partij gegeven omgevingsvergunning. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat het beroep kennelijk (on)gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. In paragraaf 4.1.3.3 van de Awb is een facultatieve regeling opgenomen voor de positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen. Die paragraaf is alleen van toepassing, indien dat bij wettelijk voorschrift is bepaald.<footnote-ref linkend="_227f2e3c-f666-448c-b40e-0af24b55a93c" /> Die paragraaf is in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing verklaard op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk.<footnote-ref linkend="_e91b0a40-af97-4fcd-bce7-d6b420463ba7" /> Wanneer die paragraaf van toepassing is, geldt dat een aangevraagde beschikking van rechtswege wordt gegeven, wanneer niet tijdig op de aanvraag is beslist.<footnote-ref linkend="_f29e9f69-a2f9-43c0-834f-10e44ca6c6e5" /> De verlening van rechtswege geldt als een beschikking.<footnote-ref linkend="_ee8a8c4b-471a-455d-9588-3ce5aa073a98" /> Het bestuursorgaan maakt de beschikking bekend binnen twee weken nadat zij van rechtswege is gegeven.<footnote-ref linkend="_ca7c5507-a480-4469-83e9-1e226594de92" /> Tegen het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege kan de belanghebbende beroep bij de bestuursrechter instellen.<footnote-ref linkend="_64757d6d-beb2-437f-8484-00e0bb68ec15" /> Een beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een van rechtswege verleende beschikking bekend te maken én twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.<footnote-ref linkend="_db9753f0-61bd-4b60-a1fe-0964b875aeac" /> Het beroep is niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.<footnote-ref linkend="_d75c4e44-8989-410e-a21c-bfe678cef10f" /><?linebreak?></para>
    <para>2. De wetgever heeft geen termijn vastgesteld voor het antwoord op de vraag wanneer een beroep onredelijk laat is ingediend. Uit de rechtspraak volgt dat de feiten en omstandigheden<footnote-ref linkend="_3475028b-9bd9-4544-9980-f5381d28965e" /> van het geval bepalen of er sprake is van een onredelijk laat ingesteld beroep als bedoeld in artikel 6:12, vierde lid, van de Awb. Op 15 maart 2021 heeft de derde partij een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen van een bedrijfsruimte tot appartementen aan de [adres] 55A t/m 55e in [plaatsnaam 1] . Op 9 augustus 2021 heeft het college de aangevraagde omgevingsvergunning verleend. Volgens eisers had het college die omgevingsvergunning niet meer mogen verlenen, omdat de omgevingsvergunning al van rechtswege was verkregen vanwege het verstrijken van de beslistermijn. Pas anderhalf jaar later op 17 januari 2023 hebben eisers het college in gebreke gesteld vanwege het niet tijdig bekendmaken van die van rechtswege verleende omgevingsvergunning en pas op 6 april 2023 hebben eisers beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van die omgevingsvergunning. In de tussentijd heeft een deel van de eisers namelijk wel bezwaar en beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning en is in die procedure ook al het standpunt ingenomen dat sprake was van het van rechtswege verlenen van een omgevingsvergunning. Gelet daarop had het op de weg van eisers gelegen om het college direct na het verstrijken van de beslistermijn in gebreke te stellen en daar niet anderhalf jaar mee te wachten. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat eisers het college onredelijk laat in gebreke hebben gesteld en dat eisers onredelijk laat beroep hebben ingediend. </para>
    <para />
    <para>3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Gelet daarop bestaat geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 27 juli 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
  <footnote id="_227f2e3c-f666-448c-b40e-0af24b55a93c" label="1">
    <para> Artikel 4:20a, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e91b0a40-af97-4fcd-bce7-d6b420463ba7" label="2">
    <para> Artikel 3.9, derde lid, van de Wabo. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f29e9f69-a2f9-43c0-834f-10e44ca6c6e5" label="3">
    <para> Artikel 4:20b, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ee8a8c4b-471a-455d-9588-3ce5aa073a98" label="4">
    <para> Artikel 4:20b, tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ca7c5507-a480-4469-83e9-1e226594de92" label="5">
    <para> Artikel 4:20c, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_64757d6d-beb2-437f-8484-00e0bb68ec15" label="6">
    <para> Artikel 8:55f, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_db9753f0-61bd-4b60-a1fe-0964b875aeac" label="7">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d75c4e44-8989-410e-a21c-bfe678cef10f" label="8">
    <para> Artikel 6:12, vierde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3475028b-9bd9-4544-9980-f5381d28965e" label="9">
    <para> ABRvS 24 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:866, r.o. 4.3.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>