<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:521</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-01T12:16:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10035918_E25012023</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:521">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:521</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-01T12:15:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:521 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 25-01-2023 / 10035918_E25012023</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:521:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huur, beheerder gedagvaard in plaats van verhuurder.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:521:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para>Cluster I Civiele kantonzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 10035918 CV EXPL 22-2478</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis d.d. 25 januari 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Leung, jurist te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, <emphasis role="bold">h.o.d.n. [bedrijf]</emphasis></para>
      <para>wonende te [woonadres] ,</para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>gemachtigde: mr. P.J.M. Boomaars, advocaat te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procesgang blijkt uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para>a. 	de dagvaarding van 5 augustus 2022 met producties;</para>
    <para>b. 	de conclusie van antwoord van 5 oktober 2022;</para>
    <para>c. 	de conclusie van repliek van 2 november 2022 met productie;</para>
    <para>d. 	de conclusie van dupliek van 28 december 2022.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 6.688,71, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de datum van dagvaarden tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de vijftiende dag na betekening van het vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat tussen [eiseres] en [gedaagde] een huurovereenkomst bestaat waarbij door de Huurcommissie is beslist dat [gedaagde] € 446,12 per maand over 15 maanden moet terugbetalen. [gedaagde] heeft reeds een bedrag van € 1.384,84 voldaan dat in mindering strekt op het totale openstaande bedrag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer en stelt dat de huurovereenkomst is gesloten tussen [eiseres] en de heer [naam] . [eiseres] heeft een procedure bij de huurcommissie gevoerd tegen de heer [naam] . [gedaagde] zelf is de beheerder en niet aansprakelijk voor terugbetaling van huurpenningen op grond van de uitspraak bij de Huurcommissie. [gedaagde] heeft geen betalingen aan [eiseres] gedaan. [eiseres] heeft aldus de verkeerde partij gedagvaard. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten en nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Tussen partijen staat het volgende vast:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [eiseres] en de heer [naam] hebben op 1 mei 2018 een huurovereenkomst gesloten voor de huur van een zelfstandige woonruimte aan de [adres 1] vanaf 1 mei 2018 voor onbepaalde tijd met een minimale duur van twaalf maanden. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De huurprijs en het voorschot voor bijkomende leveringen en diensten is vastgesteld op € 865,-- bestaande uit € 710,-- (huurprijs), € 100,-- (voorschot gas, water, elektra internet en TV signaal) en € 55,-- (vergoeding voor gebruik stoffering en keukeninrichting). </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>In de huurovereenkomst is – voor zover relevant – bepaald:</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
        <emphasis role="italic">“</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">Artikel 8. Beheerder</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic"> Als beheerders van het gehuurde treden op:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [bedrijf]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De heer [gedaagde]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [adres 1]
          </emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">T: [telefoonnummer]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">E: [e-mailadres]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic"> Tenzij schriftelijk anders overeengekomen, dient huurder voor wat betreft de inhoud en alle verdere aangelegenheden betreffende deze huurovereenkomst met de beheerder contact op te nemen.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">[…] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Artikel 10. Betaalwijze</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic"> Huurder zal de huurprijs en indien daarvan sprake is, het bedrag aan servicekosten voldoen vóór of op de eerste dag van de betreffende maand door storting of overschrijving op bankrekeningnummer: </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">
          [rekeningnummer]
        </emphasis>
        <emphasis role="italic"> (ING Bank ten name van </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">
          [naam]
        </emphasis>
        <emphasis role="italic"> te </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">Breda</emphasis>
        <emphasis role="italic"> o.v.v.: </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">naam, omschrijving object en betaalperiode</emphasis>
        <emphasis role="italic">”</emphasis>
      </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Op 24 december 2021 en 27 december 2021 heeft de Huurcommissie op verzoek van [eiseres] in uitspraken tussen [eiseres] en [naam] bepaald dat het maandelijkse huurbedrag als gevolg van gebreken aan de woonruimte vanaf 1 november 2020 met terugwerkende kracht, verlaagd moet worden naar een bedrag van € 297,42. [bedrijf] trad in deze procedures op als gemachtigde van [naam] . </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Op maandag 11 april 2022 heeft de gemachtigde van [eiseres] een e-mail gestuurd aan [e-mailadres] en verzocht om tot betaling van een bedrag van € 7.163,69 over te gaan. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Op vrijdag 29 april 2022, 10 mei 2022, 16 mei 2022 en 20 mei 2022 heeft de gemachtigde van [eiseres] nogmaals per e-mail aan [e-mailadres] verzocht om betaling van het openstaande bedrag.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Op 17 mei 2022 heeft Administratie Beheer van [bedrijf] het volgende aan de gemachtigde van [eiseres] gestuurd:</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Geachte heer, mevrouw,</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In reactie op uw mail van 16 mei 2022 in onderstaande zaak het volgende.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Door ons is op 13 mei 2022 een betaling aan mw. [eiseres] gedaan van € 1.384,84. Conform mail van mevr. [eiseres] zou deze betaling aan u zijn doorgegeven, dit blijkt echter niet uit uw overzicht van 16 mei 2022</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verder afwikkeling van deze zaak loopt via onze advocaat, dhr. P.J.M. Boomaars.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deze zal met u of uw cliënt contact op gaan nemen […]”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Gelet op het verweer van [gedaagde] , moet eerst beoordeeld worden of [eiseres] de juiste partij heeft gedagvaard. De huurovereenkomst is gesloten tussen [eiseres] en [naam] en de uitspraken van de Huurcommissie zijn gewezen tussen [eiseres] en [naam] . De kantonrechter neemt daarom als uitgangspunt dat de verhuurder had moeten worden gedagvaard omdat door [eiseres] nakoming wordt gevraagd van hetgeen is vastgesteld door de Huurcommissie inzake de overeenkomst van huur tussen [eiseres] en [naam] . De vordering van [eiseres] ziet op de huurprijs en betreft de huurovereenkomst. Een beheerder staat daar in beginsel buiten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft aangevoerd dat zij op grond van artikel 8.1 van de huurovereenkomst er echter van uit mocht gaan dat zij [gedaagde] mocht dagvaarden omdat zij voor wat betreft de inhoud en alle verdere aangelegenheden betreffende de huurovereenkomst contact met de beheerder moet opnemen. Bovendien heeft [gedaagde] ook gereageerd op een sommatie die aan [naam] was verzonden. [gedaagde] beheert dus de mailbox en administratie van [naam] waardoor ze feitelijk één en dezelfde partij zijn. [gedaagde] heeft daar tegenin gebracht dat [eiseres] de procedure voor de Huurcommissie is gestart tegen [naam] dus dat [eiseres] heel goed wist wie de verhuurder is. [gedaagde] is enkel en alleen opgenomen in de huurovereenkomst voor het regelen van praktische punten aangaande de huurovereenkomst en niet vanwege juridische aangelegenheden of aansprakelijkheden. Daarnaast heeft [gedaagde] geen betalingen verricht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>In de uitspraken van de Huurcommissie is vermeld dat de wederpartij van [eiseres] in de procedure [naam] is, bijgestaan door [bedrijf] . Hoewel [gedaagde] daar aldus is vermeld als gemachtigde, maakt dit niet dat [eiseres] erop mocht vertrouwen dat zij [gedaagde] diende te dagvaarden. Uit de uitspraken van de Huurcommissie volgt nu juist dat een onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende partijen, namelijk [naam] en [bedrijf] . Daarnaast maakt het feit dat [gedaagde] als beheerder veel voor de verhuurder heeft gedaan en wellicht nog steeds doet, niet dat de beheerder de schijn heeft gewerkt verhuurder te zijn. De huurder kon weten dat de beheerder op grond van de huurovereenkomst alleen beheerder was en niet de verhuurder, ook omdat de beheerder niet zelf partij was bij de huurovereenkomst. Aangezien wordt betwist dat [gedaagde] zelf een betaling heeft verricht aan [eiseres] , kan daaruit evenmin afgeleid worden dat [gedaagde] in deze procedure moest worden betrokken. Uit de door [eiseres] overgelegde e-mail volgt ook niet duidelijk dat een betaling is verricht door [gedaagde] . Onduidelijk is wie wordt bedoeld met “ons”. Dit was mogelijk anders geweest wanneer aangetoond kon worden dat betaling was verricht vanaf een bankrekening toebehorende aan de beheerder en niet de bankrekening van verhuurder. Voorgaande maakt dat de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>
        [eiseres] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 611,00 als salaris voor de gemachtigde van [gedaagde] ; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de kosten die zijn ontstaan na dit vonnis, begroot op</para>
      <para>€ 124,00 aan salaris gemachtigde, als niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan, en de kosten van betekening van dit vonnis van € 82,00, als er vervolgens betekening heeft plaatsgevonden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>