<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:5060</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-18T15:44:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/030157-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5060">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5060</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-18T15:44:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:5060 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-07-2023 / 02/030157-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:5060:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor ernstige gevaarzetting in het verkeer door te hard . Combinatie van te hoge snelheid, negeren rood uitstralend verkeerslicht, gevaarlijke inhaalmanoeuvres verricht, zonder noodzaak gebruik maken van de vluchtstrook en geen gevolg gegeven aan stoptekens van de politie.  Taakstraf van 100 uur, een maand voorwaardelijke gevangenisstraf en een rijontzegging van 6 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:5060:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/030157-22  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 18 juli 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende aan de [woonadres] </para>
      <para>raadsman mr. Oosterveen, advocaat te Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 juli 2023, waarbij de officier van justitie, mr. M.P. de Graaf, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een personen-auto heeft bestuurd en zich zodanig heeft gedragen dat hij verschillende verkeersregels heeft geschonden, waardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was dan wel gevaar op die weg werd veroorzaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de bekennende verklaring van verdachte en de processen-verbaal van bevindingen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging refereert zich voor wat betreft de bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.  De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:</para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 4 juli 2023;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 december 2021 (pagina 10-11 van het eindproces-verbaal);</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 januari 2022 (pagina 4-7 van het eindproces-verbaal rijbewijs).</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">primair</emphasis>
        </para>
        <para>op 19 december 2021 in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, te weten de A29 en/of A4 en/of A59, opzettelijk zich zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door:</para>
      </parablock>
      <para>- voortdurend met een veel te hoge snelheid te rijden en telkens de maximum toegestane snelheid in aanzienlijke mate te overschrijden en</para>
      <para>- door rood licht te rijden en meermalen gevaarlijk in te halen en rechts in te halen en</para>
      <para>- meermalen zonder noodzaak gebruik te maken van de vluchtstrook en</para>
      <para>- meermalen verkeersaanwijzingen van daartoe op grond van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegde personen niet op te volgen, namelijk door meermalen geen gevolg te geven aan door politieambtenaren gegeven stop- en volgtekens door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van drie weken met daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft verzocht rekening te houden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf op te leggen. Indien de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf niet noodzakelijk acht dan verzoekt de verdediging te volstaan met het opleggen van alleen een taakstraf. Voorts verzoekt de verdediging bij de oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid rekening te houden met de sollicitatiemogelijkheden van verdachte. Wellicht behoort oplegging van een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid tot de mogelijkheden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich op 19 december 2021 schuldig gemaakt aan ernstige gevaarzetting in het verkeer. Nadat verbalisanten hem een stopteken gaven, is hij er op een volstrekt onbezonnen wijze vandoor gegaan en heeft hij er alles aan gedaan om aan de verbalisanten te ontkomen. Verdachte heeft daarbij met snelheden tussen de 160 en 190 kilometer per uur gereden, een rood uitstralend verkeerslicht genegeerd, verschillende gevaarlijke inhaal-manoeuvres verricht, zonder noodzaak gebruik gemaakt van de vluchtstrook en geen gevolg gegeven aan stoptekens van de politie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tijdens deze dollemansrit heeft verdachte niet alleen zijn eigen veiligheid, maar ook de veiligheid van de overige weggebruikers in ernstige mate in gevaar gebracht. Het mag een wonder heten dat er geen verkeersongevallen hebben plaatsgevonden. De achtervolging heeft maar liefst 16 minuten geduurd, waarbij 48 kilometer is afgelegd. Tegen die achtergrond baart het de rechtbank zorgen dat verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij de rit “een beetje” als dollemansrit ziet. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank houdt bij de bepaling van de strafmaat voorts rekening met straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd en het feit dat artikel 63 Wetboek van Strafrecht van toepassing is. In deze omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om een andere straf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd. Alles afwegende acht de recht-bank een taakstraf voor de duur van 100 uur subsidiair 50 dagen hechtenis passend en geboden. Daarnaast wordt een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen opgelegd voor de duur van 6 maanden. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor het feit dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor het vinden van een nieuwe baan, is de gevaarzetting in deze zaak zodanig groot geweest, dat de rechtbank geen ruimte ziet om deze sanctie voorwaardelijk op te leggen. Ten slotte zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar. Met deze straf wil de rechtbank enerzijds de ernst van het feit benadrukken en anderzijds verdachte ervan weerhouden om in de toekomst wederom strafbare feiten te plegen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <bridgehead role="italic">Strafbaarheid</bridgehead>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Primair: </emphasis>
      </para>
      <para>Overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994;</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 100 uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende  hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">50 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bijkomende straffen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van zes maanden</emphasis>.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.L.J. Martens, voorzitter, mr. E.B. Prenger en                  mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van K. de Klerk-Van Rijs, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 18 juli 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter en de griffier zijn niet in de gelegenheid om het vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>