<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:4872</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-12T08:07:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/293899-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:4872">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:4872</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-11T16:14:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:4872 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-07-2023 / 02/293899-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:4872:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewezenverklaring poging tot doodslag van zoon en toenmalige vrouw. Delirant/psychotisch toestandsbeeld, waardoor beide feiten niet aan verdachte kunnen worden toegerekend en verdachte niet strafbaar is. Ontslag van alle rechtsvervolging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:4872:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Strafrecht
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Zittingsplaats: Breda
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
parketnummer: 02/293899-21
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
vonnis van de meervoudige kamer van 3 juli 2023
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de strafzaak tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[verdachte01]
</emphasis>
</para>
<para>
geboren op [geboortedag01] 1963 te [geboorteplaats01] ( [land01] )
</para>
<para>
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01]
</para>
<para>
raadsman mr. I. Azarkan, advocaat te Roosendaal
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
Onderzoek van de zaak
</title>
<para>
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 juli 2023, waarbij de officier van justitie, mr. C.M.J.M. van Buul, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
</para>
<para />
</section>
<section>
<title>
<nr>
2
</nr>
De tenlastelegging
</title>
<parablock>
<para>
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
</para>
<para>
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich op 28 oktober 2021 schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag, dan wel poging tot zware mishandeling althans mishandeling van zijn zoon [slachtoffer01] (feit 1) en echtgenote [slachtoffer02] (feit 2).
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
<nr>
3
</nr>
De voorvragen
</title>
<parablock>
<para>
De dagvaarding is geldig.
</para>
<para>
De rechtbank is bevoegd.
</para>
<para>
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
</para>
<para>
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
4
</nr>
De beoordeling van het bewijs
</title>
<paragroup>
<nr>
4.1
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Het standpunt van de officier van justitie
</emphasis>
</para>
<para>
De officier van justitie acht op grond van het dossier wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde poging tot doodslag. Zij is van oordeel dat bij beide feiten bij verdachte sprake was van vol opzet.
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.2
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Het standpunt van de verdediging
</emphasis>
</para>
<para>
De verdediging stelt zich op het standpunt dat de onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.3
</nr>
<para>
<emphasis role="bold">
Het oordeel van de rechtbank
</emphasis>
</para>
<paragroup>
<nr>
4.3.1
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
De bewijsmiddelen
</emphasis>
</para>
<para>
Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.3.2
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
</emphasis>
</para>
<para>
Op grond van het dossier stelt de rechtbank vast dat verdachte op 28 oktober 2021 in verwarde toestand verkeerde waarin hij ervan overtuigd was dat zijn toenmalige vrouw, [slachtoffer02] , zwanger was van een andere man en dat zijn zoon, [slachtoffer01] , hem wilde wurgen. Hierop kreeg verdachte ruzie met zijn zoon. Er ontstond een worsteling tussen hen, waarbij [slachtoffer02] tussenbeide probeerde te komen. Op enig moment heeft verdachte een aardappelschilmesje gepakt uit de keuken en meermalen met enige kracht om zich heen gestoken. Hierbij heeft verdachte [slachtoffer02] gestoken in haar gezicht en geprobeerd haar in haar hals te steken. Daarnaast heeft hij [slachtoffer01] gestoken in zijn gezicht, oor en hals. Hierdoor is aan hen beiden letsel toegebracht.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank dient te beoordelen of dit handelen van verdachte gekwalificeerd kan worden als poging tot doodslag of als poging tot zware mishandeling.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Ten aanzien van [slachtoffer01] , feit 1, concludeert de rechtbank dat verdachte heeft geprobeerd om hem te doden. Zij baseert dit op het door verdachte meermalen tijdens een worsteling krachtig steken met een scherp mes, waarbij hij zijn zoon heeft geraakt in zijn gezicht en hals. Daaruit valt vol opzet van verdachte om [slachtoffer01] te doden niet af te leiden. Wel is de rechtbank van oordeel dat verdachte door zo te handelen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn zoon zou komen te overlijden. Zij acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer01] had.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Ten aanzien van [slachtoffer02] , feit 2, concludeert de rechtbank dat verdachte heeft geprobeerd om haar te doden. Zij baseert dit op het door verdachte tijdens een worsteling met kracht met een mes gericht steken in de richting van de hals van [slachtoffer02] , waarbij [slachtoffer02] in het gezicht is geraakt. Hierop heeft zij zich verweerd met haar handen en heeft [slachtoffer01] het hoofd en de arm van verdachte beetgepakt. Het is dan ook enkel door hun toedoen dat dit dodelijk gevolg zich niet heeft verwezenlijkt. Verdachte had naar het oordeel van de rechtbank dan ook vol opzet op het doden van [slachtoffer02] .
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag van [slachtoffer01] en [slachtoffer02] , zoals onder feit 1 en feit 2 primair is ten laste gelegd.
</para>
</parablock>
</paragroup>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.4
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
De bewezenverklaring
</emphasis>
</para>
<para>
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
</para>
</parablock>
<para />
<para>
1. primair
<?linebreak?>
op 28 oktober 2021 te Bergen op Zoom ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer01] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer01] met een mes in het gezicht en in de hals heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
<?linebreak?>
</para>
<para>
2 primair
<?linebreak?>
op 28 oktober 2021 te Bergen op Zoom ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer02] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer02] meermalen met een mes in de hals heeft getracht te steken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
5
</nr>
De strafbaarheid
</title>
<paragroup>
<nr>
5.1
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
De strafbaarheid van de feiten
</emphasis>
</para>
<para>
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
5.2
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
De strafbaarheid van verdachte
</emphasis>
</para>
<para>
De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte
</para>
<para>
dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging op grond van de rapporten van de [psychiater01] van 4 april 2022 en van de [psycholoog01] van 10 april 2022. De rechtbank sluit zich daarbij aan en overweegt daartoe als volgt.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
In de Pro Justitia rapporten komt zowel de psychiater als de psycholoog tot de conclusie dat verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde leed aan een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Zo was er sprake van een delirant/psychotisch toestandsbeeld door een somatische factor en/of medicatie. Dit delirante/psychotische toestandsbeeld is volledig bepalend geweest voor het gedrag van verdachte ten tijde van de feiten. Er bestond bij hem totaal geen keuzevrijheid meer. De tenlastegelegde (thans bewezenverklaarde) feiten kunnen hem dan ook volgens de deskundigen niet worden toegerekend. De rechtbank neemt deze (gemotiveerde) conclusies over en maakt deze tot de hare.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Dit betekent dat de verdachte niet strafbaar zal worden verklaard voor de bewezenverklaarde feiten en zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
6
</nr>
Het beslag
</title>
<paragroup>
<nr>
6.1
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
De verbeurdverklaring
</emphasis>
</para>
<para>
De rechtbank acht het in de beslissing genoemde in beslag genomen mes vatbaar voor verbeurdverklaring.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
6.2
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
De teruggave aan verdachte
</emphasis>
</para>
<para>
De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen kledingstukken aan verdachte, aangezien de voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
6.3
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
De teruggave aan rechthebbende
</emphasis>
</para>
<para>
De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen mobiele telefoon aan de rechthebbende.
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
7
</nr>
De wettelijke voorschriften
</title>
<para>
De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 45, 57 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.
</para>
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
8
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De rechtbank:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Bewezenverklaring
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para>
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
</para>
<para>
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Strafbaarheid
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para>
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
</para>
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
feit 1, primair:
</emphasis>
poging tot doodslag;
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
feit 2, primair:
</emphasis>
poging tot doodslag;
</para>
</parablock>
<para>
- verklaart verdachte
<emphasis role="bold">
niet strafbaar voor het bewezenverklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging
</emphasis>
;
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Beslag
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para>
- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:
</para>
<para>
* 1 STK Mes (omschrijving: g2392167 lemmet + handvat apart);
</para>
<para />
<para>
- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:
</para>
<para>
* blauwe jas, wit t-shirt, zwart hemd, blauwe trui, blauwe trainingsbroek;
</para>
<para />
<para>
- gelast de teruggave aan de rechthebbende van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:
<?linebreak?>
* mobiele telefoon;
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Voorlopige hechtenis
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para>
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. A.B. Scheltema Beduin, voorzitter, mr. M. Breeman en
</para>
<para>
mr. S.W.M. Speekenbrink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.B.H. van Overveld, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 juli 2023.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Mr. Scheltema Beduin is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>