<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:4634</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-24T09:17:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/394564 / HA ZA 22-77</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:4634">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:4634</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-24T09:15:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:4634 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 14-06-2023 / C/02/394564 / HA ZA 22-77</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:4634:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomst van aanneming van werk/opdracht,  betaling facturen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:4634:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Civiel recht
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Zittingsplaats Breda
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Zaaknummer: C/02/394564 / HA ZA 22-77
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van 14 juni 2023
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1
</nr>
[eiser01] V.O.F.,
</title>
    <parablock>
      <para>
te [plaats01] ,
<?linebreak?>
2.
<emphasis role="bold">
[eiser02]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
te [plaats01] ,
<?linebreak?>
3.
<emphasis role="bold">
[eiser03]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
te [plaats01] ,
</para>
      <para>
eisende partijen,
</para>
      <para>
hierna samen te noemen: [eisers01] .
</para>
      <para>
advocaat: mr. R.P. Winkel te Zwolle,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01] B.V.
</emphasis>
,
</para>
      <para>
te [plaats02] ,
</para>
      <para>
gedaagde partij,
</para>
      <para>
hierna te noemen: [gedaagde01] ,
</para>
      <para>
advocaat: mr. G.C.L. van de Corput te Breda.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het verloop van de procedure blijkt uit:
</para>
      <para>
- het tussenvonnis van 5 april 2023 en de daarin vermelde processtukken;
<?linebreak?>
- de akte van [eisers01] . met de aanvullende producties 11 tot en met 16;
</para>
      <para>
- het bericht van [gedaagde01] .
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
Ten slotte is vonnis bepaald.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
2
</nr>
De verdere beoordeling
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
Bij tussenvonnis van 5 april 2023 heeft de rechtbank [eisers01] in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat de parkeerkosten (die in 4.9 van dat tussenvonnis staan vermeld) zijn gemaakt.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
[eisers01] heeft daarop bij akte de aanvullende producties 11 tot en met 16 overgelegd waarin de facturen [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] en [nummer 6] zijn opgenomen. Bij elke factuur zijn kopieën van parkeerbonnen gevoegd.
</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] heeft aan de rechtbank gemeld dat [gedaagde01] afziet van een antwoordakte en zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.4.
</nr>
      <para>
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eisers01] met het overleggen van voornoemde betaalbewijzen bewezen dat de parkeerkosten, zoals vermeld in 4.9 van het tussenvonnis, daadwerkelijk zijn gemaakt. De rechtbank zal daarom dit deel van de vordering (in totaal € 853,10) toewijzen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.5.
</nr>
      <para>
Met betrekking tot het overige deel van de vordering heeft de rechtbank in 4.25 van het tussenvonnis reeds overwogen dat de rechtbank bij het later te wijzen eindvonnis een bedrag van € 28.548,72 van de vordering zal toewijzen en de vordering voor het overige (€ 9.239,50) zal afwijzen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.6.
</nr>
      <para>
Uit het voorgaande volgt dat van de gevorderde hoofdsom in totaal een bedrag van € 29.401,82 (€ 853,10 + € 28.548,72) wordt toegewezen en voor het overige wordt afgewezen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.7.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] is de partij die grotendeels ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eisers01] als volgt vastgesteld:
</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>
- kosten van de dagvaarding
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
108,41
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
- griffierecht
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
2.837,00
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
- salaris advocaat
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
1.915,00
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
(2,50 punten × € 766,00)
</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
Totaal
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
4.860,41
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.8.
</nr>
      <para>
De gevorderde veroordeling in de nakosten is toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De rechtbank
</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eisers01] te betalen een bedrag van € 29.401,82, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 28 september 2021, tot de dag van volledige betaling,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, aan de zijde van [eisers01] tot dit vonnis vastgesteld op € 4.860,41,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
</para>
      <para>
- € 173,00 aan salaris advocaat,
</para>
      <para>
- te vermeerderen met € 90,00 aan salaris advocaat en met de explootkosten als [gedaagde01] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.4.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.5.
</nr>
      <parablock>
        <para>
wijst het meer of anders gevorderde af.
</para>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. Den Braber-Riemens en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2023.
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>