<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:4232</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-27T09:40:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10312473 CV EXPL 23-332 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:4232">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:4232</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-23T12:27:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:4232 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 14-06-2023 / 10312473 CV EXPL 23-332 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:4232:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Betaling van facturen ivm uitlenen personeel. Gedaagde erkent te laat te hebben betaald en geeft aan dat zij ook te laat werd betaald. Zij stelt dat het dientengevolge niet redelijk is extra kosten te moeten voldoen. Verweer slaagt niet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:4232:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
</bridgehead>
    <para>
Cluster I Civiele kantonzaken
</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Breda
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaak/rolnr.: 10312473 CV EXPL 23-332
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
vonnis d.d. 14 juni 2023
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
inzake
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
de besloten vennootschap Koolibri B.V.
</emphasis>
h.o.d.n.
<emphasis role="bold">
Harmony IT
</emphasis>
,
</para>
      <para>
gevestigd en kantoorhoudende te Valkenswaard,
</para>
      <para>
eiseres,
</para>
      <para>
gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders B.V. te Breda,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
de besloten vennootschap Personnel Search IT Recruitment B.V.
</emphasis>
,
</para>
      <para>
gevestigd en kantoorhoudende te (4822 NK) Breda aan het adres Lage Mosten 35,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. drs. R.G.M. van der Pas, advocaat te Ulvenhout.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Partijen worden hierna aangeduid als “Koolibri” en “Personnel Search”.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1
</nr>
Het verloop van het geding
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
</para>
    </parablock>
    <para>
a. de dagvaarding van 27 januari 2023 met producties;
</para>
    <para>
b. de conclusie van antwoord van 5 april 2023;
</para>
    <para>
c. de akte zijdens Koolibri van 26 april 2023;
</para>
    <para>
d. de antwoordakte van Personnel Search van 10 mei 2023.
</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
2
</nr>
Het geschil en de beoordeling
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
2.1
</nr>
      <para>
Koolibri vordert betaling van haar facturen onder de nummers [factuurnummer01] , [factuurnummer02] , [factuurnummer03] en [factuurnummer04] met een totaalbedrag van € 37.025,99, te vermeerderen met rente en kosten. Zij stelt dat zij personeel heeft verhuurd aan Personnel Search, uit hoofde waarvan de facturen zijn gestuurd. Nu Personnel Search deze grotendeels onbetaald liet, is zij rente en kosten verschuldigd geworden. Inmiddels is een bedrag van € 16.770,59 betaald, zodat een bedrag van € 22.969,96 resteert.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2
</nr>
      <para>
Bij antwoordakte erkent Personnel Search de oorspronkelijke hoofdsom van € 37.025,99 en de betaling van een bedrag van € 16.770,59. Zij voert bij antwoord aan dat er nimmer sprake is geweest van betalingsonwil. De betalingsachterstand is ontstaan, omdat opdrachtgevers van Personnel Search niet tijdig aan haar betaalden. Het was dan ook onnodig om buitengerechtelijke kosten te maken. Zij refereert zich bij antwoordakte aan het oordeel van de kantonrechter.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3
</nr>
      <para>
De kantonrechter overweegt dat de hoofdsom zal worden toegewezen, nu deze door Personnel Search wordt erkend. De gevorderde wettelijke handelsrente is niet weersproken en gegrond op de wet, zodat ook dit onderdeel van de vordering zal worden toegewezen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.4
</nr>
      <para>
Met betrekking tot de buitengerechtelijke kosten overweegt de kantonrechter dat tussen partijen vaststaat dat Personnel Search facturen onbetaald heeft gelaten of te laat heeft betaald. Uit artikel 6:29 van het Burgerlijk Wetboek (BW) vloeit voort dat Koolibri niet had hoeven instemmen met te late betaling of een betalingsregeling, zodat zij gerechtigd was tegen Personnel Search buitengerechtelijke stappen te ondernemen. De buitengerechtelijke kosten zijn dan ook terecht gemaakt. Uit de overgelegde producties vloeit vervolgens voort dat er voldoende werkzaamheden zijn verricht om voor vergoeding in aanmerking te komen. Tot slot is het gevorderde bedrag gelijk aan het aan de hoofdsom gerelateerde forfaitaire tarief, zodat dit onderdeel van de vordering ook zal worden toegewezen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.5
</nr>
      <para>
Niet is door partijen inzichtelijk gemaakt of de betaling van een bedrag van € 16.770,59 op specifieke facturen (en zo ja, op welke) is betaald, zodat de kantonrechter ervan uit moet gaan dat de betaling zonder omschrijving is gedaan. Gelet op het bepaalde in artikel 6:44 lid 1 BW wordt in dat geval eerst op de rente en kosten betaald, zodat thans enkel nog een deel van de hoofdsom resteert. Dit leidt ertoe dat de vordering zal worden toegewezen als gevorderd.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.6
</nr>
      <para>
Personnel Search zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Aan de zijde van Koolibri worden die begroot op een bedrag van € 109,33 aan dagvaardingkosten, een bedrag van € 1.384,00 aan griffierecht en een bedrag van € 793,50 aan gemachtigdensalaris (1,5 punt à € 529,00 voor de dagvaarding en de akte).
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De kantonrechter:
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
veroordeelt Personnel Search om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Koolibri te betalen een bedrag van € 22.969,96, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 27 januari 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
veroordeelt Personnel Search in de kosten van dit geding, aan de zijde van Koolibri tot op heden begroot op een bedrag van € 2.286,83, daarin begrepen een bedrag van € 793,50 als salaris voor de gemachtigde van Koolibri;
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op
14 juni 2023.
</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>