<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:3973</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-16T16:15:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">409364 HA RK 23-90 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:3973">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:3973</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-16T16:14:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:3973 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 31-05-2023 / 409364 HA RK 23-90 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:3973:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking, kennelijk niet-ontvankelijk. Het wrakingsverzoek is gedaan nadat door de rechter uitspraak is gedaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:3973:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Wrakingskamer
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Locatie Breda
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer C/02/409364 / HA RK 23-90
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
beslissing van 30 mei 2023 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[verzoeker01] ,
</emphasis>
</para>
      <para>
verder te noemen: verzoeker.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
<nr>
1
</nr>
Het procesverloop
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:
</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
de processtukken zoals opgenomen in de zaak met nummer F.02/23/59;
</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
het wrakingsverzoek ontvangen per e-mailbericht op 21 april 2023 om 16.37 uur, ontvangen bij de wrakingskamer op 8 mei 2023.
</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
2
</nr>
Het verzoek
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Het verzoek strekt tot wraking van mr. De Kroon, hierna te noemen de rechter, belast met de behandeling van de zaak met nummer C.02/405483 FT RK 23/46. Deze zaak heeft na het uitgesproken faillissement zaaknummer F.02/23/59 gekregen.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De rechter berust niet in het wrakingsverzoek.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
3
</nr>
De gronden van het wrakingsverzoek
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Door verzoeker is aangevoerd dat hij de rechter heeft gewraakt wegens kennelijke partijdigheid. Verzoeker heeft deze kennelijke partijdigheid niet nader onderbouwd. Hij heeft het volgende in zijn verzoek vermeld:
<emphasis role="italic">
“Ik herhaal het verzoek tot ontslag van de curator op grond van r.o. 5.2. uit uw eigen beschikking. (…) Er is sprake van belangenverstrengelijk, onheuse bejegeningen, treiterijen, en medewerking daaraan van de rechter-commissaris. Die mij weigert een onderhoud te gunnen om deze zaken toe te lichten. Ik verzoek u mij een redelijke termijn te gunnen en ga over tot wraking van rechter (…) wegens kennelijke partijdigheid en datzelfde geldt voor de rechter-commissaris. (…)”
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
4
</nr>
De beoordeling
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
4.1.
</nr>
      <para>
Op grond van artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.2.
</nr>
      <para>
De wrakingskamer stelt het volgende voorop. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter geldt het uitgangspunt, dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Een uitzonderlijke omstandigheid kan een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter ten aanzien van een procespartij een vooringenomenheid koestert, of dat een bij een partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.3.
</nr>
      <para>
Voordat tot inhoudelijke behandeling van het verzoek kan worden overgegaan dient te worden beoordeeld of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan. Het verzoek moet worden gedaan zodra de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden bekend zijn geworden. Bovendien moet het wrakingsverzoek zijn ingediend vóórdat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.4.
</nr>
      <para>
In dit geval heeft de rechter op 21 maart 2023 tijdens de faillissementszitting uitspraak gedaan, waarna verzoeker tijdens de zitting heeft gezegd de rechter te wraken. De rechter heeft dit verzoek naast zich neergelegd gelet op het eerder opgelegde wrakingsverbod (zie ECLI:NL:RBZWB:2023:1275). In zijn verzoek van 21 april 2023 heeft verzoeker zowel de rechter als de rechter-commissaris gewraakt. Ten aanzien van de rechter oordeelt de wrakingskamer dat het verzoek is gedaan nadat door de rechter uitspraak is gedaan en het faillissement is uitgesproken en dus is het verzoek te laat gedaan. De rechter behandelde ten tijde van het gedane wrakingsverzoek geen zaak meer van verzoeker.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Deze omstandigheid moet ertoe leiden dat verzoeker niet in het wrakingsverzoek kan worden ontvangen. Wraking van een rechter is op grond van de wet immers alleen mogelijk zolang een zaak wordt behandeld door die rechter. De wetgever heeft niet voorzien in de mogelijkheid een rechter te wraken, wanneer deze de behandeling van de zaak heeft beëindigd door het geven van een eindbeslissing. Met die beslissing heeft immers iedere verdere bemoeienis van die rechter met de zaak opgehouden.
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Omdat sprake is van niet-ontvankelijkheid laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 lid 2 sub d van het wrakingsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
5
</nr>
De beslissing
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De rechtbank:
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
- verklaart het verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Deze beslissing is gegeven op 30 mei 2023 door mr. Peters, mr. De Roos en
mr. Tempel, en op dezelfde dag uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. Rockx, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
De griffier, De voorzitter,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Rechtsmiddel
</emphasis>
</para>
      <para>
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>