<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:3860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-07T15:04:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-262464-22 en 10-156225-21 (tul)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:3860">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:3860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-07T15:03:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:3860 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 07-06-2023 / 10-262464-22 en 10-156225-21 (tul)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:3860:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Vrijspraak van het (proberen te) verhandelen van een vuurwapen. </para>
        <para>Veroordeling voor bezit van een revolver. Taakstraf van 240 uur, subsidiair 4 maanden hechtenis.</para>
        <para>Gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en omzetting daarvan naar een taakstraf.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:3860:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Strafrecht
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Zittingsplaats: Breda
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
parketnummer: 10-262464-22 en 10-156225-21 (tul)
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
vonnis van de meervoudige kamer van 7 juni 2023
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de strafzaak tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[verdachte01]
</emphasis>
</para>
<para>
geboren op [geboortedatum01] 1986 te [geboorteplaats01]
</para>
<para>
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01]
</para>
<para>
raadsvrouw mr. B. Ivanov-Petkova, advocaat te Den Haag
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
Onderzoek van de zaak
</title>
<parablock>
<para>
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 mei 2023, waarbij de officier van justitie mr. K.W. van Damme en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
</para>
<para>
Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
<nr>
2
</nr>
De tenlastelegging
</title>
<parablock>
<para>
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
</para>
<para>
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
feit 1
</emphasis>
</para>
<para>
een revolver in zijn bezit had;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
feit 2
</emphasis>
</para>
<para>
een vuurwapen heeft verhandeld of heeft geprobeerd te verhandelen.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
<nr>
3
</nr>
De voorvragen
</title>
<parablock>
<para>
De dagvaarding is geldig.
</para>
<para>
De rechtbank is bevoegd.
</para>
<para>
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
</para>
<para>
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
4
</nr>
De beoordeling van het bewijs
</title>
<paragroup>
<nr>
4.1
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Het standpunt van de officier van justitie
</emphasis>
</para>
<para>
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 ten laste gelegde bezit van een revolver heeft gehad.
</para>
<para>
Feit 2 kan niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard nu op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte opzet heeft gehad op de verkoop van een vuurwapen.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.2
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Het standpunt van de verdediging
</emphasis>
</para>
<para>
Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
<?linebreak?>
De rechtbank kan niet tot een bewezenverklaring komen van feit 2 nu uit het dossier niet is gebleken van een daadwerkelijk voor verdachte beschikbaar vuurwapen.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.3
</nr>
<para>
<emphasis role="bold">
Het oordeel van de rechtbank
</emphasis>
</para>
<paragroup>
<nr>
4.3.1
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
De bewijsmiddelen
</emphasis>
</para>
<para>
Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.3.2
</nr>
<para>
<emphasis role="bold">
De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
</emphasis>
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
feit 1
</emphasis>
<?linebreak?>
Op 12 oktober 2022 is door de politie bij de doorzoeking van de woning van verdachte in een van de slaapkamers een revolver aangetroffen. De vragen die de rechtbank dient te beantwoorden is of verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de revolver en daarover kon beschikken.
</para>
<para>
Verdachte heeft bij de politie en ter zitting verklaard dat de aangetroffen revolver van een voormalige medebewoner was. De revolver lag volgens hem eerst in een tas van deze bewoner in de woonkamer. Medio mei 2022 heeft verdachte naar eigen zeggen de tas met revolver naar een slaapkamer verplaatst. De revolver viel daarbij volgens hem uit de tas en werd toen door hem ontdekt. Verdachte heeft verklaard dat hij van de revolver af wilde en erover dacht om hem aan iemand te verkopen. Gelet op het voorgaande staat vast dat verdachte vanaf medio mei 2022 tot de huiszoeking op 12 oktober 2022 niet alleen wetenschap had van de aanwezigheid van de revolver maar hier ook feitelijk over kon beschikken. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een vuurwapen voorhanden heeft gehad in de ten laste gelegde periode.
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
feit 2
</emphasis>
<?linebreak?>
De rechtbank acht met de officier van justitie en de verdediging niet wettig en overtuigend bewezen wat aan verdachte onder 2 (primair en subsidiair) is ten laste gelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.
</para>
</parablock>
</paragroup>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.4
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
De bewezenverklaring
</emphasis>
</para>
<para>
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
feit 1
</emphasis>
</para>
<para>
in de periode van 24 juli 2022 tot en met 12 oktober 2022 te Rotterdam een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver, merk/type Bbm Olympic 38, kaliber .22, voorhanden heeft gehad.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
5
</nr>
De strafbaarheid
</title>
<para>
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
<nr>
6
</nr>
De strafoplegging
</title>
<paragroup>
<nr>
6.1
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
De vordering van de officier van justitie
</emphasis>
</para>
<para>
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 240 uur, subsidiair 4 maanden vervangende hechtenis.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
6.2
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Het standpunt van de verdediging
</emphasis>
</para>
<para>
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de straf gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
6.3
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Het oordeel van de rechtbank
</emphasis>
</para>
<para>
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen. Het voorhanden hebben van een vuurwapen leidt vaak tot het gebruik ervan, met vaak ernstig - ook dodelijk - letsel als gevolg en brengt aldus een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. De rechtbank rekent dit verdachte aan.
</para>
<para>
De rechtbank heeft gekeken naar de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS ten aanzien van het voorhanden hebben van (vuur)wapens. Daaruit blijkt dat voor het bezit van een revolver een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden het uitgangspunt is.
</para>
<para>
Uit het rapport van de reclassering blijkt dat er bij verdachte problemen zijn op het gebied van psychosociaal functioneren. Verdachte heeft PDD-NOS, ADHD en een (licht) verstandelijke beperking, waardoor hij sneller ondoordachte keuzes maakt. De reclassering meldt ook dat er een positieve gedragsverandering zichtbaar is, waarbij verdachte vaker eerst nadenkt voordat hij wat doet. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden. Het gevaar op recidive schat de reclassering in als gemiddeld.
<?linebreak?>
De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte aanleiding om in het voordeel van de verdachte af te wijken van de LOVS-oriëntatiepunten en volgt de eis van de officier van justitie. Alles overwegende acht de rechtbank een taakstraf van 240 uur passend en geboden en zal die dan ook opleggen aan verdachte.
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
7
</nr>
De vordering tot tenuitvoerlegging
</title>
<para>
De officier van justitie heeft verzocht om de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 8 december 2021 af te wijzen.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden waardoor de vordering tot tenuitvoerlegging kan worden toegewezen. Gelet op de positieve ontwikkeling in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die inmiddels werk en een woning heeft, zal de rechtbank de vordering slechts deels, voor veertien dagen, toewijzen en vervangen door een taakstraf van zestig uur.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
<nr>
8
</nr>
De wettelijke voorschriften
</title>
<para>
De beslissing berust op de artikelen 9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
</para>
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
9
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De rechtbank:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Vrijspraak
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para>
-
<emphasis role="bold">
spreekt verdachte vrij
</emphasis>
van het onder 2 tenlastegelegde feit;
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Bewezenverklaring
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para>
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
</para>
<para>
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Strafbaarheid
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para>
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
</para>
<para>
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
</para>
<para>
- verklaart verdachte strafbaar;
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Strafoplegging
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para>
- veroordeelt verdachte tot
<emphasis role="bold">
een taakstraf van 240 uren
</emphasis>
;
</para>
<para />
<para>
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht,
<emphasis role="bold">
vervangende hechtenis
</emphasis>
zal worden toegepast van
<emphasis role="bold">
4 maanden
</emphasis>
;
</para>
<para />
<para>
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf naar rato van 2 uur per dag;
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Vordering tenuitvoerlegging
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para>
- gelast dat van de voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand, die bij vonnis d.d. 8 december 2021 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 10-156225-21, een gedeelte
<emphasis role="bold">
ten uitvoer zal worden gelegd
</emphasis>
, te weten
<emphasis role="bold">
14 dagen
</emphasis>
;
</para>
<para />
<para>
- gelast dat deze ten uitvoer te leggen gevangenisstraf wordt vervangen door
<emphasis role="bold">
een taakstraf van 60 uren
</emphasis>
;
</para>
<para />
<para>
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht,
<emphasis role="bold">
vervangende hechtenis
</emphasis>
zal worden toegepast van
<emphasis role="bold">
14 dagen
</emphasis>
;
</para>
<para />
<para>
- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging voor het overige af;
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Voorlopige hechtenis
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para>
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
</para>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Mulders, voorzitter, mr. D. van Kralingen en mr. J.C.A.M. Los, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.J.M. van de Vrede, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 7 juni 2023.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Mr. Mulders en mr. Los zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>