<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:3821</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T11:53:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C02/407686/KG ZA 23-128 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:3821">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:3821</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T11:50:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:3821 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-05-2023 / C02/407686/KG ZA 23-128 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:3821:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstek. geldvordering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:3821:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
vonnis
</para>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Locatie Breda
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Cluster II Handelszaken
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer / rolnummer: C/02/ 407686 / KG ZA 23-128
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis in kort geding van 24 mei 2023
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
</emphasis>
<?linebreak?>
<emphasis role="bold">
[eiseres01] B.V.,
</emphasis>
</para>
      <para>
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats01] aan de [adres01] ,
</para>
      <para>
e i s e r e s,
</para>
      <para>
advocaat mr. B.J. Maes,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
en
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
de vennootschap naar Slowaaks recht [gedaagde01] ,
</emphasis>
</para>
      <para>
gevestigd en kantoorhoudende te Slowakije aan de [adres02] ,
</para>
      <para>
g e d a a g d e,
</para>
      <para>
niet verschenen.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het verloop van de procedure blijkt uit:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 3 april 2023 met producties,
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de akte wijziging eis, met productie,
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de mondelinge behandeling op 24 mei 2023,
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de pleitnota van eiseres met productie.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
2
</nr>
IPR
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
De voorzieningenrechter is op grond van artikel 9.4. van de algemene voorwaarden bevoegd. Op grond van artikel 10.8. van de algemene voorwaarden is Nederlands recht van toepassing.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
3
</nr>
Het geschil .
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
Eiseres vordert als voorlopige voorziening, na vermindering van eis:
</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 35.163,90, al dan niet bij wijze van voorschot totdat daarover een einduitspraak in een eventuele bodemprocedure zal zijn gedaan, vermeerderd met de contractuele rente van 1% per maand vanaf 28 maart 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, zulks met bepaling dat de vordering binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis dient te zijn voldaan;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
een certificaat af te geven in de zin van artikel 53 cq artikel 60 van de verordening (EU) nr. 1215/2012;
</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>
3. gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
4
</nr>
De beoordeling.
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
4.1.
</nr>
      <para>
De wettelijke termijn voor dagvaarden is overeenkomstig het bepaalde in artikel 117 Rv op mondelinge last van de voorzieningenrechter verkort. Bij de dagvaarding en blijkens de overgelegde documenten A, D en K op grond van de verordening EU 2020/1784 zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat verstek zal worden verleend.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.2.
</nr>
      <para>
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet ongegrond en onrechtmatig voor, zodat dit zal worden toegewezen
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.3.
</nr>
      <para>
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van eiseres als volgt vastgesteld:
</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>
- kosten van de dagvaarding
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
116,08
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
- griffierecht
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
2.837,00
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
- salaris advocaat
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
1.079,00
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
- overige kosten
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
0,00
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
Totaal
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
4.032,08
</para>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para>
<emphasis role="bold">
5 De beslissing
</emphasis>
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
De voorzieningenrechter
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.1.
</nr>
      <para>
verleent ten aanzien van gedaagde verstek,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.2.
</nr>
      <para>
veroordeelt gedaagde om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis aan eiseres te betalen een bedrag van € 35.163,90 (zegge: vijfendertigduizendhonderddrieënzestigduizend euro en negentig eurocent), te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand vanaf 28 maart 2023 tot aan de dag der algehele voldoening,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.3.
</nr>
      <para>
bepaalt dat het certificaat in de zin van artikel 53 Vo 1215/2012 EU zal worden afgegeven,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.4.
</nr>
      <para>
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres gevallen en tot op heden begroot op € 4.032,08, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.5.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.6.
</nr>
      <para>
wijst af het meer of anders gevorderde.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is mondeling gewezen door mr . Van der Weide, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting in kort geding van 24 mei 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>