<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:3684</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-08T11:26:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/408242/ HA ZA 23-195 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:3684">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:3684</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-08T11:26:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:3684 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-05-2023 / C/02/408242/ HA ZA 23-195 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:3684:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstek. Veroordeling tot verlenen van medewerking aan beëindiging samenwerkingsovereenkomst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:3684:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
vonnis
</para>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Cluster II Handelszaken
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Breda
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer / rolnummer: C/02/408242 / HA ZA 23-195
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van 17 mei 2023
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[eiser01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
wonende te [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
eiser,
</para>
      <para>
advocaat mr. B. Wernik te Haarlem,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
1.
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
,
<emphasis role="bold">
zowel in persoon als in de hoedanigheid van bestuurder van [bedrijf gedaagde01] B.V.,
</emphasis>
</para>
    <para>
wonende te [woonplaats02] ,
</para>
    <para>
2.
<emphasis role="bold">
[gedaagde02]
</emphasis>
,
</para>
    <para>
wonende te [woonplaats03] ,
</para>
    <para>
3.
<emphasis role="bold">
[gedaagde03]
</emphasis>
,
</para>
    <parablock>
      <para>
wonende te [woonplaats04] ,
</para>
      <para>
gedaagden,
</para>
      <para>
niet verschenen.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het verloop van de procedure blijkt uit:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 22 maart 2023 met producties genummerd 1 tot en met 6;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
het tegen gedaagden verleende verstek.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
Ten slotte is vonnis bepaald.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
Eiser vordert gedaagden te veroordelen medewerking te verlenen aan de beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst en het verlijden van een notariële akte, een en ander op straffe van een dwangsom. Nu gedaagden niet in het geding zijn verschenen en de stellingen van eiser niet hebben betwist, moet van de juistheid ervan worden uitgegaan.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
Dit betekent dat de vordering zal worden toegewezen met dien verstande dat de termijn waarbinnen gedaagden medewerking dienen te verlenen zal worden gesteld op een termijn van 14 dagen na betekening van dit vonnis. Daarbij overweegt de rechtbank dat gedaagden, indien deze door de betekening van het vonnis kennis hebben kunnen nemen van de inhoud daarvan, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn aan de veroordeling te voldoen, waarbij een termijn van veertien dagen als een redelijke termijn voor nakoming wordt gezien. Voorts zal de gevorderde dwangsom worden gemaximeerd als hierna bepaald.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiser worden begroot op:
</para>
      <para>
- dagvaarding € 135,28
</para>
      <para>
- griffierecht 314,00
</para>
      <para>
- salaris advocaat
<emphasis role="underline">
598,00
</emphasis>
(1,0 punt × tarief € 598,00)
</para>
      <para>
Totaal € 1.047,28
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De rechtbank
</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <parablock>
        <para>
veroordeelt gedaagden om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan de beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst, zoals omschreven in de overwegingen 9 t/m 12 van productie 5, waarbij de samenwerking wordt beëindigd met ingang van 1 januari 2023 en ter effectuering waarvan partijen medewerking zullen verlenen aan het verlijden van een notariële akte waarbij eiser 20% van de aandelen in Club Puerto B.V. overdraagt aan gedaagde sub 2, op straffe van een dwangsom van
</para>
        <para>
€ 2.500,00 voor iedere dag dat gedaagden hiermee in gebreke blijven, tot een maximum van
</para>
        <para>
€ 25.000,00,
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 1.047,28,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.4.
</nr>
      <para>
wijst het meer of anders gevorderde af.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. Stoof en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2023.
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>