<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:3250</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-25T10:28:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10385284 CV EXPL 23-800 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:3250">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:3250</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-25T10:17:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:3250 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-04-2023 / 10385284 CV EXPL 23-800 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:3250:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Betaling van eigen bijdrage wordt erkend. Verweer tegen de kosten (afgegeven incassomachtiging) leidt niet tot afwijzing van de kosten. Vordering wordt in zijn geheel toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:3250:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Cluster I Civiele kantonzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 10385284 CV EXPL 23-800</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis d.d. 26 april 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan met eigen rechtspersoonlijkheid CAK</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te ‘s-Gravenhage,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonadres] ,</para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als “CAK” en “ [gedaagde] ”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procesgang blijkt uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para>a. de dagvaarding van 1 maart 2023 met producties;</para>
    <para>b. het extract audiëntieblad van de rolzitting van 15 maart 2023;</para>
    <para>c. de akte zijdens CAK van 29 maart 2023 met producties.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>CAK vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 384,77, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 323,00 vanaf 1 maart 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] erkent de hoofdsom niet te hebben betaald, zodat hij bereid is die te betalen. Hij had echter een machtiging afgegeven voor een automatische incasso. CAK heeft hier geen rekening mee gehouden, zodat onterecht de bedragen niet automatisch zijn afgeschreven. Hij is dan ook niet bereid de ontstane kosten te voldoen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>CAK heeft de vordering bij conclusie van repliek nader toegelicht en daarbij het antwoord van [gedaagde] op die vordering gemotiveerd weersproken. Zij voert aan niet bekend te zijn met een verzoek de eigen bijdrage voortaan via automatische incasso te mogen betalen. [gedaagde] heeft van dat verzoek ook geen bewijs overgelegd. Gebruikelijk is dat, als zij een dergelijk verzoek ontvangt, zij dit schriftelijk bevestigd, maar in het dossier van [gedaagde] is een dergelijke brief niet ontvangen, zodat niet aannemelijk is dat het verzoek is gedaan, dan wel is ontvangen door CAK. Bovendien is het zo dat, ook al zou het verzoek zijn ontvangen, het de verantwoordelijkheid blijft van [gedaagde] om de eigen bijdrage te voldoen. Er is ook nimmer contact opgenomen door [gedaagde] naar aanleiding van de diverse aanmaningen. CAK had dan ook geen andere keus dan de vordering uit handen te geven aan Flanderijn. Met Flanderijn is ook nimmer contact opgenomen door [gedaagde] . De kosten zijn dan ook terecht gemaakt, zodat CAK persisteert in haar vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Van de vervolgens geboden gelegenheid hierop nogmaals een reactie te geven heeft [gedaagde] geen gebruik gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De hoogte en verschuldigdheid van hoofdsom van € 323,00 wordt door [gedaagde] erkend, zodat dit bedrag zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag is niet, dan wel onvoldoende, weersproken, zodat ook dit onderdeel van de vordering toewijsbaar is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat de niet weersproken nadere stellingen van CAK het verweer van [gedaagde] voldoende weerleggen, nu door [gedaagde] niet is onderbouwd dat hij een incassomachtiging heeft afgegeven aan CAK, dan wel dat deze is aangekomen bij CAK. Bovendien is niet weersproken dat [gedaagde] meerdere malen in de gelegenheid is gesteld de eigen bijdrage zonder bijkomende kosten te voldoen en dat [gedaagde] daar niet toe is overgegaan. CAK heeft dan ook terecht kosten gemaakt. De gevorderde kosten komen vervolgens overeen met de geldende forfaitaire tarieven, zodat het bedrag van € 58,62 wordt toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van CAK worden begroot op een bedrag van € 129,74 aan dagvaardingskosten, een bedrag van € 128,00 aan griffierecht en een bedrag van € 120,00 aan gemachtigdensalaris (1,5 punt à € 80,00 voor de dagvaarding en de akte van CAK), zijnde een totaalbedrag van € 377,74.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan CAK te betalen een bedrag van € 384,77, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 323,00 vanaf 1 maart 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, aan de zijde van CAK tot op heden begroot op een bedrag van € 377,74, daarin begrepen een bedrag van € 120,00 als salaris voor de gemachtigde van CAK;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>