<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:3245</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-25T15:37:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10330210 CV EXPL 23-485 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:3245">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:3245</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-25T10:09:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:3245 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-04-2023 / 10330210 CV EXPL 23-485 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:3245:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Koopovereenkomst. Gedaagde erkent dat goederen geleverd zijn. Hij stelt dat goederen retour zijn gegaan en gebrekkig waren. Stellingen worden niet onderbouwd, zodat de vordering wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:3245:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Cluster I Civiele kantonzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 10330210 CV EXPL 23-485</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis d.d. 12 april 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap JTC Roosendaal B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te (4705 RT) Roosendaal aan het adres Leemstraat 11,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Bill Incasso B.V. te Bergen op Zoom,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonadres], zaakdoende te [adres],</para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna “JTC” en “[gedaagde]” genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procesgang blijkt uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para>a. de dagvaarding van 2 februari 2023 met producties;</para>
    <para>b. de conclusie van antwoord van 15 februari 2023;</para>
    <para>c. de conclusie van repliek van 1 maart 2023;</para>
    <para>d. de conclusie van dupliek van 15 maart 2023.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>JTC vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 2.589,78, te vermeerderen rente en kosten. Zij stelt dat zij diverse automaterialen aan [gedaagde] heeft geleverd. [gedaagde] heeft de facturen voor die onderdelen onbetaald gelaten. Hij stelt dat onderdelen retour zijn gezonden, maar daar is JTC niet mee bekend. [gedaagde] heeft daarnaast in het buitengerechtelijke traject aangegeven een betalingsregeling te willen treffen, maar partijen zijn het daar niet over eens geworden. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] erkent onderdelen te hebben besteld en deze te hebben ontvangen. Hij voert aan dat in zijn ogen een redelijk betalingsvoorstel is gedaan, zeker nu er nog onderdelen retour zijn gestuurd en geleverde onderdelen niet in orde waren. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] heeft erkend de onderdelen te hebben besteld en deze te hebben ontvangen. In beginsel dient hij dan ook het gevorderde bedrag te voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Hij voert aan dat diverse onderdelen retour zijn gestuurd, zodat hij deze niet hoeft te voldoen. De kantonrechter is van oordeel dat het op zijn weg had gelegen inzichtelijk te maken en te onderbouwen om welke onderdelen dit ging en welk bedrag daarmee gemoeid is. Nu hij dit heeft nagelaten, gaat de kantonrechter aan dit verweer voorbij.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De hoofdsom van € 2.046,05 is dan ook toewijsbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Met betrekking tot de gevorderde rente en kosten voert [gedaagde] aan een redelijk betalingsvoorstel te hebben gedaan, zodat de kosten onnodig waren. De kantonrechter overweegt dat uit artikel 6:29 van het Burgerlijk Wetboek volgt dat JTC niet akkoord hoeft te gaan met een betalingsvoorstel. Dit leidt ertoe dat de gemaakte kosten in beginsel toewijsbaar zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Uit de overgelegde producties volgt voldoende dat JTC buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt. Het gevorderde bedrag komt vervolgens overeen met de gebruikelijke forfaitaire tarieven, zodat het bedrag van € 371,36 (inclusief btw) toewijsbaar is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke handelsrente is, als gegrond op de wet, eveneens toewijsbaar. Nu het genoemde bedrag aan verschenen wettelijke handelsrente is berekend tot de dag van dagvaarding, zal de toekomstige rente worden toegewezen vanaf 2 februari 2023. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten worden begroot op een bedrag van € 113,30 aan dagvaardingskosten, een bedrag van € 487,00 aan griffierecht en een bedrag van € 348,00 aan gemachtigdensalaris (1,5 punt à € 232,00 voor de dagvaarding en de akte van JTC).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan JTC te betalen een bedrag van € 2.589,78, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 2.046,05 vanaf 2 februari 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, aan de zijde van JTC tot op heden begroot op een bedrag van € 948,30, daarin begrepen een bedrag van € 348,00 als salaris voor de gemachtigde van JTC;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Karsten-Badal en in het openbaar uitgesproken op</para>
      <para>12 april 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>